Oude Testament – Daar komt de bruid! – Genesis 24 – Praktische Verklaring

29 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Genesis

Bijbel – Oude Testament

‘Daar komt de bruid!’

Genesis 24

Een praktische verklaring

Inleiding

Hoofdstuk 24 behoort tot de meest geliefde gedeelten van het boek Genesis. Het aantal verzen van dit hoofdstuk overtreft verre dat van de schepping, waarover we graag iets meer hadden geweten. Waarom dan zo’n lang verhaal over Isaaks huwelijk met Rebekka, is het niet daarom dat hier een diepe geestelijke waarheid achter schuil gaat? Daarover kunt u lezen in het artikel met hetzelfde onderwerp ‘Daar komt de Bruid!’ maar in de typologische uitleg. Dit artikel wil meer de nadruk leggen op de praktische toepassing en gelet op het onderwerp, relatie en huwelijk, is dat meer dan nodig in onze wereld. De Bijbelse normen voor wat betreft het huwelijk, worden met voeten getreden. Ik wil ook niet zeggen dat het voor jongeren die opgegroeid zijn in een christelijk gezin, gemakkelijk is om een partner te vinden. In veel evangelische kerken is het aantal jongeren vaak gering in aantal en dat maakt het vinden van een partner er niet gemakkelijker op. Maar ik geloof wel dat als een jongen of meisje hun verlangen ernstig in gebed aan God voorleggen dat dat de meest aangewezen weg is om een partner te vinden.

Abraham op zoek naar een bruid (24:1-9)

Dit is het langste hoofdstuk van Genesis en het concentreert zich op geloof, hoop en liefde. Abraham is nu 140 jaar (25:19-20 en 21:5) oud en zou nog 35 jaar leven. God had hem rijkelijk gezegend, zowel geestelijk als materieel, maar Abraham wilde er zeker van zijn dat de zijn zoon de juiste bruid zou krijgen. Wellicht is zijn hoge leeftijd de reden om een vrouw voor Isaak te zoeken om een tijdige overdracht van zijn bezittingen te garanderen. Hoe wist Abraham dat God ervoor zou zorgen dat zijn zoon de juiste bruid zou krijgen? Hij vertrouwde op Gods beloften! Isaak was Gods bezit. Abraham had hem enkele jaren daarvoor op het altaar gelegd, en hij wist dat God in deze ‘nood’ zou voorzien. Anders zou het beloofde nageslacht immers niet geboren kunnen worden als Isaak geen bruid zou krijgen. De vrouw zou uit de familie van God moeten komen; het mocht niet iemand zijn uit de heidense volkeren. Natuurlijk waren er genoeg mooie meisjes uit de omringende volkeren die graag met Isaak zouden trouwen om daardoor te kunnen delen in zijn rijkdommen, maar dat was tegen de wil van God. In de verzen 6 en 8 wordt dit benadrukt met de woorden: ‘Maar gij zult naar mijn land en naar mijn maagschap gaan om een vrouw te nemen voor mijn zoon Isaak’ (vs.4-8). Een principe dat ook nu nog geldt: ‘mits in de Here’ is het advies van de apostel Paulus (1Kor.7:39-40; 2Kor.6:14-18). Het is jammer als de ouders soms nalaten hun kinderen daarin op de juiste wijze voor te lichten want daardoor zullen ze Gods zegen missen. Voor adolescenten is het ook niet eenvoudig om rationeel een beslissing te nemen met zulke verstrekkende gevolgen voor het latere leven. Abraham wilde liever dat zijn zoon ongehuwd zou blijven dan dat hij zou terugkeren naar Ur, of dat hij zou trouwen met een heidense vrouw. Dat geeft nog maar eens aan hoe belangrijk een huwelijksrelatie is. Moest in de toenmalige cultuur de vader een bruid voor zijn zoon zoeken, vandaag is dat totaal anders en loopt (vader en moeder) vaak achter de feiten aan…

De taak van de knecht (24:10-49)

De wijze waarop een jongen aan een meisje geraakte is heel verschillend in vergelijking met onze tijd en cultuur. Het initiatief ging van de vader, Abraham, uit. De familie van Rebecca moest zich ook kunnen vinden in een relatie zoals we kunnen lezen (vs.55-60). In veel landen en culturen vinden we dit gebruik nog in praktijk. Welke praktische lessen kunne wij uit dit gedeelte leren? Ten eerste de knecht, van wie de naam niet bekend is, is een beeld van de heilige Geest die uitgezonden wordt door de Vader, hier Abraham, die een bruid zoekt voor de bruidegom. Zoals de knecht gebonden was aan de opdracht en de voorwaarden door zijn meester gegeven, zijn ook de gelovigen gebonden aan de voorwaarden die hun gegeven zijn. De facto betekend dat voor een gelovige, dat de toekomstige partner ook gelovig behoort te zijn. ‘Mits in de Heer’ en ‘Geen ongelijk juk’ zegt het Nieuwe Testament (1Kor.7:39; 2Kor.6:14). Hier wordt het uitgedrukt met de woorden ‘mijn land en naar mijn maagschap’ (vs.4). Op het voorstel van de knecht in het geval die vrouw hem niet zou willen volgen of hij dan Abrahams zoon zou moeten terugbrengen naar het land, vanwaar Abraham uitgetrokken was, antwoorde Abraham: ‘Wacht u ervoor mijn zoon daarheen terug te brengen (vs.6).

Verder zien we dat de knecht zo bekommerd was om zijn taak te volbrengen dat hij niet om voedsel gaf (v.33; Joh.4:31-34). Vaak stellen wij fysieke zaken boven de geestelijke. De knecht ontving zijn opdracht van zijn meester en hij veranderde deze niet. Hij geloofde in gebed (Jes. 65:24; 2Kon.20:4; Dan.9:20vv.) en wist op de Heer te wachten. Er is geen plaats voor overhaast handelen in de dienst van de Heer. De knecht vertrouwde op de leiding van de Heer: ‘de Here heeft mij geleid op de weg…’ (vs.27; Joh.7:17). Toen hij wist wat Gods wil was, stelde hij het niet uit, maar haastte zich om zijn opdracht verder uit te voeren. De gastvrijheid was een mooie ervaring, maar hij had een opdracht te vervullen voor zijn meester dus moest al het andere wachten. Merk op dat de knecht bij zin terugkeer verslag uitbracht aan zijn meester (vs.66). Ook wij zullen eenmaal verantwoording dienen af te leggen voor Christus voor wat wij gedaan hebben (2Kor.5:10). De kenmerken die de knecht openbaarde, zoals bereidheid, trouw, gebed en leiding zouden ook bij ons gevonden moeten worden. ‘Hij zal Mij verheerlijken’ zei de Heer Jezus van de heilige Geest. (Joh.16:14).

Rebekka’s beslissing (24:50-67)

Toen Rebekka water ging putten voor de knecht en de kamelen heeft ze niet kunnen bevroeden wat de uitkomst van die daad zou zijn! Zij zou de vrouw van Isaak worden en de moeder van Jakob de vader van de 12 stammen van Israël. Nu moest Rebekka weer een belangrijke beslissing maken: zou ze thuis bij haar familie blijven om daar als dienstmaagd te blijven, of zou ze door te geloven in de woorden van de knecht naar Isaak gaan, een man die ze nooit gezien had (1Petr.1:8-9). Er kwamen belemmeringen op haar weg; haar broer wilde dat ze nog een tijdje zou blijven (vs.55); de reis zou lang en moeilijk zijn, en ze moest haar geliefden verlaten, en ze had Isaak nog nooit gezien. Maar dat weerhield er haar niet van om te vertrekken; het onbekende tegemoet, zoals eerder haar toekomstige schoonvader ook had gedaan (Heb.11:8).

De wereld geeft vaak als raad om te wachten, zoals Laban zijn zuster adviseerde. Maar toen de materiële voordelen ter sprake kwamen, had Laban wel haast! (vs.28-31). We vragen ons af of hij de knecht inviteerde uit vriendelijkheid of omdat hij op voordeel uit was. Met Laban zullen we nog uitgebreid kennis maken wanneer we de geschiedenis van Jakob zullen behandelen. Zondaars zijn over het algemeen niet zo haastig als over het behoud van hun ziel, of dat van een ander gaat. Tot zover had Rebekka haast getoond (vv.18-20, 28), maar nu wilde men haar intomen. ‘Zoekt de Here, terwijl Hij zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is’ (Jes.55:6). We kunnen alleen maar Rebekka’s keuze waarderen: ‘Ik zal gaan.’ Deze geloofsdaad veranderde haar leven. Ze veranderde van een dienstmeisje in een bruid, van de eenzaamheid van deze wereld in vreugde en liefde en vriendschap, van armoede tot (Isaaks) welvaart (2Kor.8:9). Heeft ze de gehele rijkdom van Isaak gezien? Natuurlijk niet! Dat zou onmogelijk geweest zijn! Wist ze alles over hem? Nee. Maar wat ze hoorde en zag, overtuigde haar dat ze moest gaan. Gelijk als nu, de Geest tot de zondaars spreekt en hen de dingen van Christus voorstelt, voldoende is om tot een beslissing te komen. ‘En de Geest en de bruid zeggen: Kom!’ (Op.22:17).

Rebecca ontmoet Isaak (24:62-67)

Eerst op het eind van dit hoofdstuk komt de eigenlijke hoofdpersoon in beeld: Isaak. Hij zal wel op de hoogte zijn geweest van het voornemen van zijn vader Abraham en de uitzending van de knecht maar we lezen daar niets van. Mogelijk wist hij wel iets wat blijkt uit het gegeven dat de knecht verslag aan hem uitbrengt. We krijgen een romantisch beeld wanneer we lezen dat Isaak tegen het vallen van de avond uitging in het veld om te peinzen; wellicht viel het overlijden van zijn moeder hem nog moeilijk. Had hij misschien zitten te berekenen wanneer de tijd aan zou breken dat de knecht terugkwam, in elk geval was het niet voor niets dat hij Rebekka tegemoet reed.

Rebekka’s geloof werd beloond. Haar naam is vermeld in Gods Woord; ze deelde in Isaaks liefde en rijkdom, en ze ging een belangrijk deel uitmaken van Gods plan. Als ze geweigerd had om mee te gaan, dan zou ze als een onbekende vrouw gestorven zijn. ‘Wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’(1Joh.2:17). ‘Toen Rebekka haar ogen opsloeg en Isaak zag, liet zij zich van de kameel glijden. En zij zeide tot de knecht: Wie is die man daar, die ons tegemoet komt in het veld? En de knecht zeide: Dat is mijn heer. Daarop nam zij de sluier en bedekte zich. Toen bracht Isaak haar in de tent van zijn moeder Sara, en hij nam Rebekka, en zij werd hem tot vrouw, en hij kreeg haar lief. Zo vond Isaak troost na de dood van zijn moeder’ (24:24-67). Let op: ‘Isaak kreeg haar lief’, dat geheel tegen ons gebruik in, maar wel iets om over na te denken.

Tenslotte

Hoofdstuk 24 is een prachtige geschiedenis over het samenkomen van een man en een vrouw. In os maatschappij zien we dat het sprookje niet blijft duren als je niet aan je huwelijk werkt. We lezen dat Isaak Rebecca lief krijgt nadat hij haar tot vrouw had genomen (vs.67). Een vrouw die relatieproblemen had met haar man, zei tot haar psychiater: ‘Ik hou niet meer van mijn man’, waarop de psychiater antwoorde: ‘Dan moet je dat maar leren!’. Tegenwoordig worden er geen pogingen meer ondernomen om een huwelijk te redden, eerder het tegenovergestelde, met zo snel mogelijk tot de ontbinding ervan over. De statistieken spreken boekdelen over huwelijk en scheiding. ‘Want Ik haat de echtscheiding, zegt de Here’ (Mal.2:16). Dat wil mijn inziens niet zeggen dat God de echtscheiding verbiedt, maar de gevolgen voor de partners en niet te vergeten de eventuele kinderen zijn groot. ‘Een daad van onbedachtzaamheid, kan maken dat men jaren schreit. Ook het huwelijk van Isaak en Rebecca bleef niet voortduren zonder dat er problemen en zorgen kwamen, daarvan getuigt de Schrift ook.

______________________________________________________________________________________________________________________________