Dagelijks Brood – Nummer 1 – Mattheüs 8:5-13 – Ik ben niet belangrijk genoeg!

28 december, 2023

Rubrieken: Dagelijks Brood

Bijbelboeken: Matteüs

Dagelijks Brood

Nummer 1 – Mattheüs 8:5-13

‘Ik ben niet belangrijk genoeg!’

 

‘Dagelijks Brood’ bestaat uit een reeks korte artikelen uit het Oude en Nieuwe Testament die het karakter

hebben van een geestelijke boodschap voor het dagelijks geloofsleven, ter bemoediging, vertroosting of lering.

Inleiding

‘En toen Hij Kapernaüm was binnengegaan, kwam een hoofdman over honderd naar Hem toe, die Hem aldus smeekte: Heer, mijn knecht ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn. En Hij zei tot hem: Ik zal komen en hem genezen. De hoofdman echter antwoordde en zei: Heer, ik ben niet belangrijk genoeg dat U onder mijn dak binnenkomt, maar spreek slechts met een woord en mijn knecht zal gezond worden. Want ook ik ben een mens onder gezag van anderen en heb soldaten onder mij; en ik zeg tot deze: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. Toen Jezus nu dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen die volgden: Voorwaar, Ik zeg u: bij niemand heb Ik zo’n groot geloof in Israël gevonden. Ik zeg u echter, dat velen zullen komen van oost en west en met Abraham, Izaäk en Jakob zullen aanliggen in het Koninkrijk der hemelen; de zonen van het Koninkrijk echter zullen worden uitgeworpen in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. En Jezus zei tot de hoofdman: Ga heen, en zoals u geloofd hebt, laat het u gebeuren. En zijn knecht werd op dat uur gezond.’ (Mat.8:5-13)

Inleiding

Kapernaüm, een kleine maar belangrijke plaats in het leven van de Heer Jezus. Hij verbleef daar regelmatig wanneer Hij niet op reis was. De plaats van Andreas, Petrus en Johannes. Het was de plaats vanwaar de vissers uitvoeren op het meer van Galilea. Het lag in het noorden van dat meer en omringd door vruchtbaar bouwland. Het was een garnizoensplaats en lag aan een belangrijke handelsroute. Dat wil zeggen dat er een legerafdeling aanwezig was, in ons geval is er sprake van een hoofdman over honderd. In de vier evangeliën en het boek Handelingen is er sprake van zevental hoofdmannen over honderd, die allemaal de Heer Jezus en de discipelen met respect behandelden. Dat brengt ons tot drie vragen die voor onze aandacht komen bij het lezen van het hierboven aangehaald verslag van de ontmoeting van de hoofdman over honderd met de Heer Jezus.

Hoe denken onze vrienden over ons?

De hoofdman over honderd had het volk van de Joden lief want hij had een synagoge laten bouwen. Dat vertelden de oudsten van de Joden, die door de hoofdman naar Jezus gestuurd waren (Luk.7:5). Daarom was hij het volgens hen waard dat Jezus, op zijn verzoek om zijn slaaf te behouden, zou komen. Op dat verzoek ging Jezus in, maar toen Hij niet veraf meer was zond de hoofdman vrienden om Jezus te zeggen: ‘Heer, doe geen moeite, want ik ben niet belangrijk genoeg dat U onder mijn dak binnenkomt. Het was voor de Joden ondenkbaar dat, om verontreiniging te voorkomen, een heiden bij een Jood zou binnenkomen. Maar de Heer Jezus schrok daar niet voor terug. Deze heidense hoofdman begreep meer dan de oudsten van de Joden wie Jezus was, dat bleek wel toen hij tot Jezus zei: ‘Ik ben ook een man onder gezag’ (Mat.8:9). Let op het woordje ‘ook’, waaruit blijkt dat de hoofdman geloofde dat Jezus onder Gods gezag stond en niet uit zichzelf handelde. Een opvallend groot geloof!

Hoe denken we over onszelf?

De hoofdman dacht niet groot van zichzelf. He gaf toe dat hij onder gezag van anderen stond, hogere officieren en uiteindelijk ook de keizer. Maar dat gezag stelde hem niet in staat zijn slaaf te genezen. De overste zal zeker gehoord hebben van wonderlijke genezingen gedaan door de Heer Jezus, was dat gerucht ging door de gehele streek (Luk.5:15). Iedere Romeins officier had de macht om Jezus te commanderen en Hem te dwingen hem te komen bezoeken om zijn slaaf te genezen. Integendeel, hij liet in alle nederigheid, via de oversten van de Joden, vragen of Jezus wilde komen! We denken ook aan Cornelius in Handelingen 10:4, die ook anderen hielp in plaats van zijn eigen grootheid te etaleren. Overal waar nederige mensen zijn kan God werken en waarheid en leven brengen (Jes.57:15). ‘Als overmoed komt, komt schande mee, maar wijsheid is bij de ootmoedigen‘ (Spr.11:2).

Hoe denkt God over ons?

De Heer Jezus zal wel geweten hebben van de liefde die de hoofdman voor zijn slaaf had. Door de uitspraak betreffende het gezag werd ook zijn geloof zichtbaar dat hij had in de macht van Jezus’ woord. De hoofdman had gezegd: ‘Spreek slecht met een woord, en mijn knecht zal gezonde worden’. Was de hoofdman misschien op de hoogte van de genezing van de zoon van de hoveling, die door de Heer Jezus op afstand was genezen? (Joh.4:46-53). God schiep de wereld door het woord: ‘Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er’ (Ps.33:9), de slaaf van de hoofdman niet kunnen genezen? De Heer Jezus verbaasde zich zeer over het geloof van deze heidense hoofdman! Hij verbaasde zich ook over het geloof van een heidense vrouw (Mat.15:28), maar nog meer stond Hij perplex over het ongeloof van de Joden! (Mark.6:6).

Wat kunnen we hieruit leren?

De Heer Jezus wil door ons heen werken in het leven van andere mensen en op plaatsen die we niet kennen. Als we naar zijn wil handelen en wandelen, delen we in zijn zegen. Staan wij onder zijn gezag en geloven we in Hem dat Hij alle macht heeft op hemel en op aarde? Als dat zo is, bereid je dan maar voor op een wonderlijke ontmoetingen!

____________________________________________________________________________________________________