Dagelijks Brood – Nummer 12 – Jesaja 49:15 – Ik zal u niet vergeten

25 februari, 2024

Rubrieken: Dagelijks Brood

Dagelijks Brood

Nummer 12 – Jesaja 49:15

‘Ik zal u niet vergeten’

‘Dagelijks Brood’ bestaat uit een reeks korte artikelen uit het Oude en Nieuwe Testament die het karakter hebben

van een geestelijke boodschap voor het dagelijks geloofsleven ter bemoediging, vertroosting of lering.

‘Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontfermen zou over het kind van haar schoot?

Al zouden zij die vergeten, toch vergeet Ik u niet’

 Inleiding

‘Hoelang, Here, roep ik om hulp, en Gij hoort niet; schreeuw ik tot U; geweld! en Gij verlost niet? Waarom doet Gij mij ongerechtigheid zien, en aanschouwt Gij ellende? Ja, onderdrukking en geweld zijn voor mijn ogen, en er is twist, en tweedracht verheft zich’. Met deze woorden begint Habakuk zijn profetie (Hab.1:2-3). Uitspraken zoals ‘hoelang‘ en ‘waarom’, worden geuit wanneer het op de een of andere manier niet goed gaat in ons leven. Zoals Habakuk verkeren we dan in een situatie waarin we God niet meer kunnen volgen. Maar God zegt tegen Habakuk: ‘Ziet onder de heidenen en let op, en verbaast u, ontzet u, want Ik doe een werk in uw dagen, dat gij niet zoudt geloven, wanneer het verteld wordt’ (1:5). Met andere woorden: Ik ben je niet vergeten, en wat Ik nu doe, weet je nu niet, maar je zult het hierna begrijpen’ (Joh.13:7).

God denkt aan zijn volk

De situatie waarin het volk Israël verkeerde in de tijd van Jesaja en Habakuk, was verre van goed. Het volk had God verlaten en ze waren onderwerp van zijn tucht geworden. God was ze niet vergeten maar handelde met hen op een andere manier. ‘Want wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij’ (Heb.12:6). God wilde dat het volk weer tot Hem zou terugkeren, daarom tuchtigde Hij hen tot hun nut, opdat ze deel zouden krijgen aan zijn heiligheid (Heb.12:11). God is niet zoals wij die zich vaak allerlei dingen en gebeurtenissen niet meer kunnen herinneren. God gedacht Noach en spaarde hem voor de zondvloed (Gen.8:1). God gedacht Abraham: ‘Toen God de steden der Streek verwoestte, gedacht God Abraham, en Hij leidde Lot uit het midden der omkering, toen Hij de steden waarin Lot gewoond had, omkeerde’ (Gen.19:29). God gedacht het gebed van Rachel en ze baarde Jozef (Gen.30:22). God gedacht Hanna en ze kreeg een zoon, Samuël (1Sam.1:11,19).

God denkt aan zijn beloften en verbonden

Het was al lang geleden dat God met Abraham een verbond had gesloten; eeuwigdurend en onvoorwaardelijk (Gen.12:1-3; 15:18; 17:2). Nu zoveel jaren later was de situatie van het volk dermate verslechterd dat ze zich begonnen af te vragen of God zijn beloften en verbond vergeten was. Maar God is geen man dat Hij liegen zou (Num.23:19) en komt zijn beloften altijd na. ‘Want hoeveel beloften van God er ook zijn, in Hem is het ja; daarom is ook door Hem het amen’ (2Kor.1:20). Het nieuwe verbond dat God met Israël gesloten heeft (Jer.31:31), en waaraan wij door geloof ook deelhebben, is gegrond op het verlossingwerk van de Heer Jezus op het kruis, door zijn bloed. (Mat.26:28; Luk.22:20; Heb.8:8). Ook toen de Israëlieten zuchtten onder de slavernij in Egypte en het uitschreeuwden, zodat hun hulpgeroep over de slavernij omhoogsteeg tot God, hoorde Hij hun klacht en gedacht aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob’ (Ex.2:23-24). Dat God ook in onze tijd denkt aan zijn verbond met Abraham zien we in de terugkeer en de oprichting van de staat Israël in 1948. De komst van de Messias is nabij en Gods beloften zullen werkelijkheid worden. Hij is zijn volk niet vergeten!

God gedenkt onze werken

Al wat gedaan werd voor Jezus, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan! ‘Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer’ (1Kor.15:59). God heeft ons geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen’ (Ef.2:10). Laat ons hopen dat ieder van ons zich daartoe ook heeft uitgestrekt om zijn wil te doen, want er staat een rijke beloning te wachten (2Kor.5:10; Op.22:12). Wij zijn mogelijk al veel dingen, die we voor de Heer Jezus gedaan hebben, vergeten, maar God niet. ‘Hij is niet onrechtvaardig om uw werk te vergeten en de liefde die u betoond hebt voor zijn naam, doordat u de heiligen gediend hebt en dient’ (Heb.6:10).

God denkt niet meer aan onze zonden

Er zijn veel dingen waaraan God denkt en die Hij niet vergeet, maar waar God niet meer aan denkt dat zijn onze zonden! Zonden gedaan door gelovigen uit het Oude Testament zult u tevergeefs vermeld vinden in het Nieuwe Testament. Niet omdat ze deze niet gedaan hebben, maar ze zijn vergeven en God gedenkt ze niet meer. ‘Hij zal Zich wederom over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertreden. Ja, Gij zult al onze zonden werpen in de diepten der zee’ (Mi.7:19). Waar vergeving is, daar zal genezing zijn. God heeft ons in genade aangenomen en we mogen zijn kind zijn. Het zijn de gunstbewijzen des Heren, dat wij niet omgekomen zijn’ (Klg.3:22) ‘Gedenk uw barmhartigheid, Here, en uw gunstbewijzen, want die zijn van eeuwigheid; Gedenk niet de zonden van mijn jeugd, noch mijn overtredingen, gedenk mijner naar uw goedertierenheid, om uwer goedheid wil, Here’ (Ps.25:6-7), zo sprak David. ‘Want Ik zal jegens hun ongerechtigheden genadig zijn en hun zonden zal Ik geenszins meer gedenken’ (Heb.8:12; 10:17).

____________________________________________________________________________________________________