Dagelijks Brood – Nummer 7 – Johannes 17:17 – Heilig hen door de waarheid

25 januari, 2024

Rubrieken: Dagelijks Brood

Bijbelboeken: Johannes

Dagelijks Brood

Nummer 7 – Johannes 17:17

‘Heilig hen door de Waarheid

‘Dagelijks Brood’ bestaat uit een reeks korte artikelen uit het Oude en Nieuwe Testament die het karakter hebben

van een geestelijke boodschap voor het dagelijks geloofsleven ter bemoediging, vertroosting of lering.

Woord vooraf

‘Uw woord is de waarheid’ (Joh.17:17)

Om misverstanden te voorkomen, moeten we twee dingen duidelijk stellen. Ten eerste, wanneer we spreken van ‘gelovigen’ is dat om duidelijk te maken dat daarmee mensen bedoeld worden die de Heer Jezus hebben aangenomen, wedergeboren zijn en daardoor recht hebben om een ‘kind van God’ genoemd te worden (Joh.1:12). Het woord ‘Christenen’, dat overigens maar drie keer wordt vermeld in het Nieuwe Testament, en dat oorspronkelijk een scheldwoord was, is te algemeen (Hand.11:26, 26:28; 1Petr.4:16). Ten tweede, voor de Bijbel is Gods Woord, dat niet door de wil van een mens werd voortgebracht, maar door mensen die van Godswege hebben gesproken, door de Heilige Geest gedreven (2Petr.1:20-21; 1Thes.2:13).

Gelovigen zijn geheiligd

‘En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn door de waarheid’ (17:19).

‘Heilig’ of ‘geheiligd’ zijn, wil zeggen apart gezet, in het geval van een gelovige betekend apart of afgezonderd gezet voor God. Een voorbeeld hebben we in de scheiding die God maakte tussen de zevende dag ten opzichte van de andere. ‘En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht’ (Gen.2:3). Die heiliging gebeurt door de Waarheid; Uw woord is de waarheid (17:17). Er is een principiële en een praktische heiliging. Dat blijkt uit hetgeen de apostel Petrus schrijft: ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’ (1Petr.1:14-16). We zijn geheiligd in Christus, dat is de principiële heiliging (Heb.10:10; 1Kor.6:11; Jud.:1). De praktische heiliging dient het gevolg te zijn van de principiële heiliging (Op.22:11; 2Petr.3:11).

Gelovigen zijn niet van deze wereld

‘Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben’ (Joh.17:16).

De gelovige is wel in de wereld, maar niet van de wereld. De gelovigen zijn medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (Ef.2:19). Evenals Abraham, Izaäk en Jakob zijn de gelovigen van het Nieuwe Testament ‘vreemdelingen en bijwoners op de aarde’ ze horen hier niet thuis en zijn op weg en verlangen naar een beter hemels vaderland’ (Heb.11:13-15). Daarom worden gelovigen in de wereld ook gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals hun Heer dat ook niet is’ (Joh.17:14).

Gelovigen zijn anders

‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus die U hebt gezonden (Joh.17:3)

Leven als een volgeling van Jezus brengt scheiding van de wereld. Maar scheiding wil niet zeggen isolatie!  We zijn wel in de wereld, maar niet van de wereld. En we zijn in de wereld om God te dienen. Omdat gelovigen hemelburgers zijn (Fil.3:20) willen ze de God van de hemel verheerlijken (Mat.6:9). Gelovigen willen niet meer aan de wereld gelijkvormig zijn, maar anders, gelijk aan Christus. ‘Maar gij geheel anders: gij hebt Christus leren kennen’ (Ef.4:20). En, omdat wij Christus hebben leren kennen willen wij niet meer leven naar de begeerten van mensen, maar naar de wil van God’ (1Petr.2-3).

Gelovigen hebben een taak

‘Zoals U Mij in de wereld hebt gezonden, heb ook Ik hen in de wereld gezonden’ (Joh.17:18).

‘Wij zijn geschapen in Christus Jezus tot goede werken, die God tevoren heeft bereid, opdat wij daarin zouden wandelen’ (Ef.2:10). Het doen van goede werken is een gevolg van onze behoudenis. We worden niet behouden door geloof en werken, maar door een geloof dat werkt! ‘Wie zegt dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen als Hij gewandeld heeft’ (1Joh.26). Vlak voor zijn hemelvaart heeft de Heer Jezus afscheid genomen en tot de discipelen gezegd: ‘Gaat dan heen, maakt alle volken tot discipelen’ (Mat.28:19). ‘U zult mijn getuigen zijn’ (Hand.1:8).

Gelovigen worden uit de wereld weggenomen

‘Vader, wat U Mij hebt gegeven – Ik wil dat waar Ik ben, ook bij Mij zijn’ (Joh.17:24).

Dit was de wens van de Heer Jezus, dat Hij ons bij Zich wil hebben, voor eeuwig en altijd! Dat heeft Hij beloofd: ‘Ik ga heen om u plaats te bereiden. En als Ik ben heengegaan en u plaats heb bereid, kom Ik weer en zal u tot Mij nemen’ (Joh.14:3). De nacht is ver gevorderd en de dag van zijn komst is nabij de behoudenis is ons nu nader dan toen wij tot geloof kwamen (Rom.11-12). De Heer Jezus heeft voor dat moment gebeden (17:24), heeft het belooft (14:3) en is ervoor gestorven; Hij de rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om ons tot God te brengen (1Petr.3:18). ‘Om de vreugde die voor Hem lag, het Hij het kruis verdragen’ (Heb.12:2).

___________________________________________________________________________________________________