Oude Testament – Leviticus 23 – De Feesten des Heren

19 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Leviticus

De Feesten des Heren

Leviticus 23

 

 

µInleiding

De ‘feesten des Heren’ zou beter vertaald worden door ‘de hoogtijdagen des Heren’. Slechts drie van de zeven hoogtijdagen in Leviticus 23 worden ‘feesten’ genoemd: het feest van de ongezuurde broden, het weken- of pinksterfeest en het Loofhuttenfeest (Deut.16:16). Deze drie worden ook genoemd in Exodus 23:14-17. In die Schriftgedeelten wordt aan de mannelijke personen bevolen om driemaal in het jaar naar Jeruzalem te trekken om voor het aangezicht des Heren te verschijnen. Dat waren de drie hoogtijdagen bij uitstek. De grote verzoendag wordt uitvoerig besproken in Leviticus 16.

In Leviticus 23 zien we alle hoogtijdagen in een bepaald verband samengevoegd en op die manier geven ze een profetisch overzicht van de wegen van God met deze aarde. Het nut, belangrijkheid en toepasbaarheid van het Oude Testament voor ons wordt krachtig in het Nieuwe Testament ondersteund. ‘Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden’ (Rom.15:4). En: ‘Want ik stel er prijs op, broeders, dat gij weet, dat onze vaderen allen onder de wolk waren, allen door de zee heengingen, allen zich in Mozes lieten dopen in de wolk en in de zee, allen hetzelfde geestelijke voedsel aten, en allen dezelfde geestelijke drank dronken, want zij dronken uit een geestelijke rots, welke met hen medeging, en die rots was de Christus. En toch heeft God in het merendeel van hen geen welgevallen gehad, want zij werden neergeveld in de woestijn. Deze gebeurtenissen zijn ons ten voorbeeld geschied, opdat wij geen lust tot het kwade zouden hebben, zoals zij die hadden’ (1Kor.10:1-6). Verder wijst de apostel Paulus ons erop dat de vermelding van heel ‘gewone’ dingen zoals Abraham zijn twee vrouwen Sara en Hagar in de brief aan de Galaten meer te betekenen hadden dan de oppervlakkige lezer zou vermoeden. ‘Zegt mij, gij, die onder de wet wilt staan, luistert gij niet naar de wet? Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, één bij de slavin en één bij de vrije. Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar. Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op één lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder’ (Gal.4:21-26). Het mag duidelijk zijn dat dan ook de hoogtijdagen in het boek Leviticus betekenis voor ons, gelovigen van het Nieuwe Testament, hebben.

De sabbat (Lev.23:1-3)

Uit het boek Exodus blijkt onomstotelijk dat de sabbat voor altijd een teken was tussen God en de Israëlieten (Ex.31:1-17). Uit het boek Nehemia blijkt dat de sabbat voor het eerst aan Israël gegeven was na hun aankomst bij de Sinaï. ‘Op de berg Sinaï zijt Gij nedergedaald en hebt met hen gesproken uit de hemel, en hun rechtvaardige verordeningen, betrouwbare wetten, goede inzettingen en geboden gegeven. Ook hebt Gij hen uw heilige sabbat doen kennen en hun geboden, inzettingen en een wet gegeven door de dienst van uw knecht Mozes’ (Neh.9:13-14). Verder blijkt uit de Psalmen dat de Wet nooit gegeven is aan de volken. ‘Hij heeft Jakob zijn woorden bekendgemaakt, Israël zijn inzettingen en zijn verordeningen. Aldus heeft Hij aan geen enkel volk gedaan, en zijn verordeningen kennen zij niet. Halleluja’ (Ps.147:21-20). Behoort de sabbat ook tot de hoogtijdagen des Heren? In Leviticus 16:3 wordt als eerste de sabbat genoemd. Heel vreemd want de sabbat was niet een bepaalde feesttijd in het jaar. De andere zeven feesten waren op een speciale tijd, de sabbat niet, die kwam elke zaterdag, elke laatste dag van de week weer terug. Toch staat de sabbat hier ook bij. Er staat in vers 1 ‘De feesttijden des HEREN’. Als eerste wordt dan de sabbat genoemd, dus men zou zeggen dat die erbij hoort. Maar in vers 4 wordt het herhaald: ‘Dit zijn de feesttijden des HEREN’, het pascha tot en met het loofhuttenfeest worden dan genoemd. Later, in vers 37 en 38 zegt God weer: ‘Dit zijn de feesttijden des HEREN…behalve de sabbatten des HEREN’ Dus de sabbatten horen er op zichzelf niet bij maar hebben er wel alles mee te maken. Zoals al opgemerkt geven de zeven hoogtijdagen een profetisch overzicht van de wegen van God met deze aarde. Die wegen zijn begonnen met een sabbat en ze zullen eindigen met een sabbat zoals ook Leviticus 16 begint en eindigt met een sabbat. De sabbat is een beeld van de rust van God. Op de zevende scheppingsdag heeft God gerust, maar die rust werd verstoord door de zonde van de mens. Er blijft dus nog een sabbatsrust over (Heb.4:1-11). Die sabbatsrust is de rust van God in het Vrederijk, wanneer dan alle dingen zullen gesteld zijn onder zijn voeten. Het Vrederijk loopt na duizend jaren uit in de eeuwige toestand van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Daar gaat het naar toe. Dat is de achtste dag van het loofhuttenfeest, helemaal aan het eind.

Het Pascha (Lev.23:4-5)

Van de feesten vermeld in Leviticus 23 is het Pascha wel de meest bekende. Het was een bevrijdingsfeest en het verhaal staat in Exodus 12. Een onschuldig lam stierf voor de eerstgeborene. Wanneer het bloed van het geslachte lam aan de deurpost werd aangebracht ging de verderfengel voorbij! ‘Wanneer ik het bloed zie, dan ga ik u voorbij’ (Ex.12:13). Het lam is uiteraard een beeld van de Heer Jezus, het Lam van God dat zijn bloed vergoot op het kruis voor een wereld verloren in schuld. Dat deze toepassing juist is blijkt wel uit de eerste brief aan de Korinthiërs: ‘Want ook ons paaslam is geslacht: Christus’ (1Kor.5:7). Het lam moest onberispelijk zijn, zonder enig gebrek (Ex.12:5 – HSV). De Heer Jezus was zonder zonde (1Joh.3:5), kende geen zonde (2Kor.5:21) en heeft geen zonden gedaan (1Petr.2:2), een volmaakt Lam. De eerstgeborenen werden niet gered door het lam te aanbidden, of door er zorg voor te dragen of het lam lief te hebben. Het lam moest geslacht worden en het bloed moest aan de deurposten van het huis aangebracht worden. We worden niet gered doordat Jezus een goed voorbeeld gegeven heeft of een goed leraar was. We worden gered doordat de Heer Jezus zijn leven en bloed gegeven heeft op het kruis. ‘Het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonden’ (1Joh.1:7). De Israëlieten aten van het lam en dat gaf hen als het ware kracht voor de reis die ze gingen maken. Geen buitenstaander mocht er van eten (Ex.12:43-51). Geen ongelovige heeft een plaats aan het avondmaal, er valt voor hem of haar immers niets te vieren! Het Pascha was het begin van de Joodse religieuze kalender. Voor ons, die hun geloof op Christus gesteld hebben, is het een begin van een nieuw leven. (2Kor.5:21).

Feest van de ongezuurde broden (Lev.23:6-8)

Het feest van de ongezuurde broden is nauw verbonden met het pascha. ‘Laten wij derhalve feest vieren, niet met oud zuurdeeg, noch met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met het ongezuurde brood van reinheid en waarheid’ (1Kor.5:8). Zuurdeeg spreekt altijd van boosheid, slechtheid. (Ef.4:31-32; Luk.12:1; Gal.5:7-9; Mark.8:15 en ‘het zuurdeeg van de Sadduceeën’ Mat.16:6). Deelnemen aan het pascha, in ons geval het avondmaal, of zoals in Handelingen wordt gezegd ‘het breken van het brood’, is verbonden met een reine wandel. ‘Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren. Maar ieder beproeve zichzelf en ete dan van het brood en drinke uit de beker’ (1Kor.11:27-28). De huizen moesten van zuurdeeg gereinigd worden. ‘Zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten; dadelijk op de eerste dag zult gij het zuurdeeg uit uw huizen verwijderen, want ieder die iets gezuurds eet, van de eerste tot de zevende dag, zo iemand zal uit Israël worden uitgeroeid’ (Ex.12:15). De voetwassing, die spreekt van de verontreinigingen die wij in onze wandel in deze wereld kunnen opdoen, ging aan de maaltijd vooraf (Joh.13:1-11). ‘Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen’ (Mat.5:23-2).

De eerstelingsgarve (Lev.23:9-14)

Op de dag na de sabbat die volgde op het Pascha, dat is de eerste dag van de week was, nam een priester de eerste schoof van de oogst en bewoog het voor het aangezicht van de Here. Het was een teken dat het eerste en het beste aan de Here toebehoorde, en werd gedaan voordat het volk van de oogst nam (Ex.23:19; Neh.10:34-37; Spr.3:9). Het was tevens een blijk van dankbaarheid aan God die voor hen zorgde door van de hemel regen en vruchtbare tijden te geven (vgl. Hand.14:17). Het volk mocht niet eerder van de oogst eten voordat de eerstelingsgarve aan de Here was gegeven (Lev.23:14, een oudtestamentisch beeld van Mat.6:33). Er ligt een diepere betekenis in deze ceremonie want ‘Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn’ (1Kor.15:20). De Heer Jezus vergeleek zijn dood en begrafenis met het planten van een zaad. ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort’ (Joh.12:24.). In de eerste brief aan de Korinthiërs bouwt Paulus op die gedachte verder (1Kor.15:36-37). De priester bewoog niet zomaar een af andere tak van een willekeurige boom voor Gods aangezicht, maar de eerste schoof van de oogst. De Heer Jezus is de eerste van de ‘opstandingsoogst’. Het gegeven dat deze ceremonie plaatsvond op de eerste dag van de week, is vol betekenis; De Heer Jezus stond op uit de dood op de eerste dag van de week ‘Toen Hij des morgens vroeg op de eerste dag der week opgestaan was, verscheen Hij eerst aan Maria van Magdala, van wie Hij zeven boze geesten uitgedreven had’ (Mark.19:9, 1; Mat.28:1). Zoals gezegd komt dit tijdstip overeen met het gebruik van het beweegoffer in Leviticus: ‘Dan zult gij tellen van de dag na de sabbat, van de dag waarop gij de garve van het beweegoffer gebracht hebt: zeven volle weken zullen het zijn’ (Lev.23:15).

Hierna een tussenruimte van 49 dagen

Het weken- of pinksterfeest (Lev.23:15-21)

Het wekenfeest duurde maar één dag. Het wordt ook wel het Pinksterfeest genoemd (Hand.2:1) wat ‘vijftigste’ betekend en omdat het feest zeven weken na het feest van de eerstelingsgarve werd gehouden viel het ook op de eerste dag van de week. In plaats dat de priester een schoof voor het aangezicht van God bewoog, waren het nu twee broden. Het graan was meel geworden en daarvan waren broden gemaakt. De vervulling van dit beeld vinden we terug in Handelingen 2 toen vijftig dagen na de opstanding van Christus de heilige Geest werd uitgestort en de Gemeente ontstond, die bestond uit gelovigen uit de joden en de heidenen. Dit wordt uitgebeeld door de twee broden. Deze gebeurtenis gaf het einde van de oogst aan en het volk werden erop attent gemaakt de armen te gedenken. ‘Wanneer gij de oogst van uw land binnenhaalt, dan zult gij de rand van uw veld bij uw oogst niet geheel afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, zult gij niet oplezen; dat zult gij voor de arme en de vreemdeling laten liggen’ (Lev.23:22; Deut.24:19-22; Ruth 2). De Geest verenigde de gelovigen in het Lichaam van Christus: ‘want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt’ (1Kor.12:13). Maar de Geest gaf ook kracht en vervulde de gelovigen voor de dienst (Hand.1:8; 4:8, 31). Na dit feest volgde er een periode van ongeveer vier maanden zonder feesten. Dit kan onze huidige tijd weergeven, de tijd van de Gemeente, de tijd van het evangelie van de genade (Hand.20:24). Een tijd waarin we mogen zaaien in afwachting van de bazuin die ons thuis zal roepen.

De dag van bazuingeklank (Lev.23:23-25)

Na een tijd zonder speciale hoogtijdagen kent de zevende maand de laatste drie hoogtijdagen. Het getal zeven is belangrijk in Gods kalender voor Israël. Er zijn zeven feesten, drie daarvan in de zevende maand. De sabbat is de zevende dag van de week. Het wekenfeest is vijftig dagen na de eerstelingsgarve (zeven maal zeven dagen plus één). Het feest van de ongezuurde broden en het loofhuttenfeest duurden allebei zeven dagen. Het getal zeven staat symbolisch voor volheid, vervulling. Het is compleet, er hoeft niets aan worden toegevoegd. Er worden drie gelegenheden vermeld waarop de bazuin werd geblazen, om het volk bijeen te roepen, als oproep tot de oorlog en op speciale dagen zoals de nieuwe maan (Num.10:1-10). De dag van bazuingeklank werd gehouden op de eerste dag van de zevende maand en luidde het nieuwe civiele jaar in en niet het religieuze jaar. (Rosh Hashanah betekent begin van het jaar). De profetische betekenis kan gevonden worden in het feit dat het volk Israël verstrooid geworden is over de gehele wereld (Lev.26:27-33; Deut.28:58-67) maar God zou ze weer terugbrengen in het land in het laatste der dagen (Jes.11:1-12; 27:12-13; Mat.24:29-31). Toen dan in mei 1948 de staat Israël werd uitgeroepen zagen velen dat als een begin van de vervulling van Gods belofte.  Deze toepassing kunnen we ook maken voor de Gemeente. Sommigen, die gestorven zijn, zijn ons al voorgegaan, en die nog leven zijn verstrooid over de hele wereld en in allerlei verschillende kerken. Maar ook voor de gelovigen, hen die wedergeboren zijn, komt het moment dat ze opgeroepen worden om samen te komen: ‘Want dit zeggen wij u met een woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen’ (1Thes.4:15-17).

De grote Verzoendag (Lev.23:20-32)

Na alles wat er gebeurd is met het volk Israël in het verleden is het logisch dat er een verzoening tot stand komst voordat ze hun Messias zullen ontmoeten. Daarom zien we in de Verzoendag een beeld van de toekomstige reiniging voordat het volk Israël hun Messias zal ontmoeten die hen zal bevrijden, reinigen en het koninkrijk zal oprichten, de zevende maand Met het blazen van de bazuin om het volk bijeen te brengen, zal ook in de toekomst gebeuren. ‘Maar het zal te dien dage geschieden, dat de HERE de aren zal dorsen van de Rivier af tot de Beek van Egypte toe, en gij zult ingezameld worden één voor één, kinderen Israëls. En het zal te dien dage geschieden, dat er op een grote bazuin geblazen zal worden, en zij die verloren waren in het land Assur en die verdreven waren in het land Egypte, zullen komen en zich nederbuigen voor de HERE op de heilige berg te Jeruzalem’ (Jes.27:12-13). In het evangelie naar Mattheüs verwijst de Heer Jezus hiernaar (Mat.24:29-31). Zoals de Verzoendag een dag van inkeer en berouw was, zo zullen ze berouw tonen wanneer ze hun Messias zullen ontmoeten (Zach.12:10-14). God zal over hen ‘de Geest der genade en der gebeden’ uitgieten’ (vs.10) en ze zullen zich bekeren van hun zonden en in Hem geloven. ‘Zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene’ (Zach.12:10). Israëls bekering en geloof zal leiden tot hun reiniging. ‘Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging’ (Zach.13:1). De Messias die gestorven is zal hun tot zond- en brandoffer zijn, en ze zullen een nieuwe start maken als een vergeven volk, geliefd door God. Wat de Heer gezegd heeft over het Joodse overblijfsel die terugkeerde uit Babylon zal ook van toepassing zijn op het volk in die grote dag: ‘In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des HEREN, zal de ongerechtigheid van Israël gezocht worden, maar zij is er niet, en de zonden van Juda, maar zij zijn niet te vinden; want Ik zal vergeving schenken aan wie Ik doe overblijven’ (Jer.50:20).

Het Loofhuttenfeest (Lev.23:33-44)

De jaarlijkse Verzoendag werd gevolgd door het Loofhuttenfeest. Ook in de toekomst wanneer het Vrederijk wordt opgericht, zoals God dat aan zijn volk beloofd heeft: ‘En het zal te dien dage geschieden, dat de Here wederom zijn hand opheffen zal om los te kopen de rest van zijn volk, die overblijft in Assur, Egypte, Patros, Ethiopië, Elam, Sinear, Hamat en in de kustlanden der zee. En Hij zal een banier opheffen voor de volken, en de verdrevenen van Israël verzamelen en de verstrooide dochters van Juda vergaderen van de vier einden der aarde.’ (Jes.11-12; 32; 35). Het was een feest om het volk eraan te herinneren hoe ze in hutten hebben gewoond toen God ze uitleidde uit Egypte. ‘Zeven dagen lang moeten jullie in hutten wonen, elke geboren Israëliet moet in een loofhut wonen, om jullie kinderen eraan te herinneren dat ik de Israëlieten in hutten liet wonen toen ik hen uit Egypte uitleidde’ (Lev.23:42-43). Het Loofhuttenfeest is een beeld van het toekomstig Koninkrijk die God heeft bereid voor zijn volk Israël. ‘Allen, die zijn overgebleven van al de volken, die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, zullen van jaar tot jaar heentrekken om zich neer te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, en het Loofhuttenfeest te vieren. Maar wie uit de geslachten der aarde niet naar Jeruzalem zal heentrekken om zich voor de Koning, de HERE der heerscharen, neder te buigen, op hem zal geen regen vallen, en indien het geslacht der Egyptenaren niet zal heentrekken en komen, op wie geen (regen) valt, dan zal toch komen de plaag waarmee de HERE de volken zal treffen, die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf zijn van de Egyptenaren en van alle volken die niet heentrekken om het Loofhuttenfeest te vieren’ (Zach.14:16-19). Het beste komt nog voor het volk Israël. Het verstrooide volgt zal worden bijeen vergaderd, ze zullen worden gereinigd, en daarna juichen over alles wat God voor hen heeft gedaan. Maar ook de christenen is het beste nog toekomstig, want we zullen met de Heer Jezus zijn, met alle gelovigen van alle tijden en ons verheugen in Zijn aanwezigheid.

______________________________________________________________________________________________________________________________