Geestelijk Leven – De koning die zijn kroon verloor – Over koning Saul – Bijbel

21 juli, 2023

Series: Oude Testament

Rubrieken: Geestelijk Leven

Bijbelboeken: 1 Samuel

Geestelijk Leven

Over het leven koning Saul

De koning die zijn kroon verloor!

Inleiding

Zonde, ongeestelijk gedrag, onbetrouwbaarheid, ongehoorzaamheid en geestelijk verval dat zijn vijf woorden die weergeven waarom koning Saul zijn kroon verloren heeft. Saul is niet op de troon gekomen omdat hij zo populair was, in feite was hij redelijk onbekend toen hij tot koning van Israël benoemd werd. En toen de dag naderbij kwam dat hij tot koning zou worden gezalfd, had hij zich verborgen tussen de bagage. Hij begon zijn regeerperiode als een nederig man. Maar ergens, onderweg in zijn leven als koning begon ‘grootheid’ een plaats te krijgen in zijn leven en het gevolg was dat in zijn hart geen plaats meer was voor God.

Het is altijd droevig wanneer een gelovige niet meer met de Heer wandelt (Joh.6:66). Samuël was diepbedroefd over Saul omdat de Here hem verworpen had om nog langer koning over Israël te zijn. Is er ooit iemand geweest die uw hart gebroken heeft omdat hij of zij ongehoorzaam werd tegen de Here? Je hebt je best gedaan om zo iemand te waarschuwen, voor die persoon gebeden en hem of haar bemoedigd, en toch is deze doorgegaan op de verkeerde weg en zo steeds verder van de Heer afgeweken. Dat doet pijn, is het niet? Als u zoiets ervaren hebt, dan weet u hoe Samuël zich gevoeld moet hebben toen Saul ongehoorzaam handelde tegenover de Here. ‘Samuel begaf zich naar Rama, maar Saul ging naar zijn huis, naar Gibea Sauls. Samuel zag Saul niet meer tot de dag van zijn dood, maar Samuel droeg leed over Saul. En de Here had berouw, dat Hij Saul tot koning over Israël aangesteld. De Here zeide tot Samuel: Hoelang zult gij nog leed dragen over Saul?’ (1Sam.15:34-35; 16:1). Het is altijd triest en een oorzaak van verdriet wanneer een gelovige zijn kroon verliest. Ook het falen van gelovigen uit het Oude Testament hebben betekenis voor ons, opdat ook wij onze ‘kroon’ niet zouden verliezen! (Rom.15:4; 1Kor.10:11). In dit artikel willen we nagaan waarin Saul faalde, en hopelijk leren wij dan die geestelijke lessen die Saul nooit heeft geleerd en tot zijn val hebben geleid, opdat ook wij niet onze ‘kroon’ zouden verliezen!

Zonde is ernstig

De eerste les die we moeten leren is dat zonde en zondigen een ernstige zaak is. Saul nam zonde in zijn leven niet ernstig, hij ging er nogal gemakkelijk mee om. Welke gebeurtenissen kunnen we aanhalen waarop dat wijst? Saul maakte altijd excuses in plaats van zijn zonden te belijden. Hij was er gauw toe geneigd anderen te beschuldigen voor dingen die hijzelf had gedaan. Hij nam het Samuël kwalijk dat deze niet op de afgesproken tijd aanwezig was. Saul liep voor de Heer aan in zijn activiteiten, maar hij gaf Samuël daarvan de schuld. Hij beschuldigde Jonathan en ook het volk. Toen Samuël Saul terecht wees omdat hij Agag gespaard had en de buit van de Amalekieten, zei hij dat het volk dat gedaan had. De zonde is ernstig, maar Saul was nooit ernstig in zijn belijdenis. Hij weende zelfs toen David zijn leven spaarde, en zei zelfs: ‘Ik heb gezondigd! Ik ben dwaas geweest!’. Maar je vindt nergens een Saul wiens hart gebroken is vanwege schuldbesef en zijn zonde belijden tegenover God. Vanuit menselijk standpunt waren Davids zonden veel ernstiger dan die van Saul. Elke zonde is ernstig, maar sommige zijn ernstiger, of misschien beter gezegd: hebben grotere gevolgen. Saul was ongeduldig en liep vooruit op Gods wil. Hij was eigenwijs en faalde in het doen van Gods wil. Maar David pleegde overspel! Hij maakte een man dronken en pleegde een moord! Op een dag gaf David de opdracht om het volk te tellen om te weten te komen hoe groot het was; als resultaat stierven 70.000 mensen! Maar wanneer David zondigde, beleed hij zijn schuld aan God. Zijn hart was gebroken voor God omdat hij een man naar Gods hart was. God vergaf David en herstelde hem. Ja, David werd getuchtigd en terecht gewezen voor zijn zonden, maar hij verloor zijn kroon niet! De eerste les die we moeten leren uit het leven van Saul is dat de zonde een ernstige zaak is. We kunnen menen dat we onze zonden kunnen bedekken, maar ze zullen ooit worden geopenbaard worden en de gevolgen blijven niet uit!

Geestelijke achteruitgang ontstaat geleidelijk

Sauls falen gebeurde niet plots. Saul begon met staan en wandelen, maar nadat hij zich afkeerde van God, begon hij te vallen. In het begin toonde Saul zich nederig, maar al heel gauw zien we een trotse Saul, en met die trots kwam jaloersheid. Hij werd jaloers op Davids succes en populariteit. Haat volgde op jaloersheid, en moord volgde op haat. Geleidelijk aan kwam Sauls geestelijk leven op een lager peil. Eerst was hij gehoorzaam, maar al gauw maakte hij excuses en zocht naar uitvluchten. Hij kwam in opstand tegen God en besloot zijn eigen weg te gaan. Zijn regering begon in samenwerking met de profeet Samuël en David. Hij had David zelfs lief! Maar dan, beetje bij beetje, werd hij eigenwijs en onafhankelijk, en verloor hij twee goede vrienden. Geestelijke achteruitgang ontstaat geleidelijk. Ook in ons eigen leven kan geestelijke achteruitgang geleidelijk ontstaan zonder dat we het in de gaten hebben. Zelfs ons geestelijk enthousiasme kan geleidelijk aan uitdoven zonder dat we het beseffen. Zelfs anderen zouden het misschien niet eens bemerken. Geestelijke achtergang kan zo geleidelijk ontstaan dat we het niet bemerken totdat we vallen zoals Saul.

Trouw is essentieel

Saul was een wankelmoedig mens, het Woord van God zegt ons: ‘Een wankelmoedig man, onberekenbaar in al zijn wegen’ (Jak.1:8). In het begin van zijn regering, diende Saul God (1Sam.11:12). Hij deed wat God van hem verlangde. Geleidelijk aan begon hij God en zichzelf te dienen. Hij gebruikte de gelegenheden om te verkrijgen wat hij wilde. Tenslotte, gebruikte hij God om hem te dienen (1Sam.15). God had hem opgedragen de Amalekieten helemaal uit te roeien, maar Saul besloot dat hij toch wat dingen voor hemzelf wilde houden uit de buit van de overwinning. Hij gebruikte God om zichzelf te dienen. Het resultaat was dat God hem losliet, de Heilige Geest werd van hem genomen, hij werd aan zichzelf overgelaten. Hij bad, maar ontving geen antwoord. Hij zocht Gods leiding, maar ontving die niet. Saul was niet betrouwbaar. Hij probeerde twee meesters te dienen, God en zichzelf. David was gekend om zijn oprechtheid van hart. Daarom zegt de Schrift: ‘Hij verkoos David, zijn knecht, en nam hem weg van de schaapskooien; van achter de zogende schapen haalde Hij hem, om Jakob, zijn volk, te weiden, en Israël, zijn erfdeel. Deze weidde hen naar de oprechtheid van zijn hart, en leidde hen met kundige hand’ (Ps.78-70-72). Saul had geoefende handen. Hij kon een speer gooien en een zwaard hanteren, maar zijn hart was niet oprecht. Een hart alleen gericht op God is zo belangrijk. ‘Geen huisknecht kan twee heren dienen, want hij zal òf de één haten en de ander liefhebben, òf zich aan de één hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon’ (Luk.16:13). Je kunt niet tegelijkertijd naar twee richtingen kijken. ‘De lamp van uw lichaam is uw oog, wanneer uw oog eenvoudig is, is ook uw hele lichaam verlicht, als het echter boos is, is ook uw lichaam duister’ (Luk.11:34). Dit is wat er gebeurde met Saul. Hij eindigde in duisternis omdat hij een wankelmoedig mens was.

Gehoorzaamheid is de sleutel voor succes

‘En waarom noemt u Mij Heer, Heer, en doet niet wat Ik zeg?’ heeft de Heer Jezus gezegd (Luk.6:46). God, dient Heer te zijn in ons leven. God maakte Saul koning. Hij zalfde hem en bekrachtigde hem. Maar toch was Hij niet in controle over Saul zijn leven, omdat Saul God niet toeliet. We moeten leren om Gods wil tot de onze te maken. We moeten niet met God discuteren, of tegen Hem ingaan, voor Hem uitlopen of achterblijven. Wanneer God ons vraagt om iets te doen, dan moeten we dat ook doen. ‘En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat u beproeft wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is’ (Rom.12:2). Deze tekst verwijst naar een leven door geloof. God is ons niet verschuldigd om uit te leggen waarom Hij bepaalde dingen van ons vraagt of opdraagt die te doen. Hij zegt ons wat te doen, onze opdracht is het gevraagde uit te voeren. Iets anders doen dan wat gevraagd is, mag geen vervanging zijn voor gehoorzaamheid. ‘Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers, luisteren beter dan het vette der rammen’ (1Sam.15:22). We denken misschien, ‘Ik zal een gift aan de kerk schenken, dan kom ik wel weg met mijn zonde’, maar zo werkt het niet. Het enige offer dat God wil, is een gebroken hart; ‘De offeranden Gods zijn een verbroken geest; een verbroken en verbrijzeld hart (Ps.51:17).

Gebrek aan geestelijke groei

We moeten werken aan ons geestelijk leven anders zullen we kunnen vallen. Het valt op dat de Schrift niets vermeld van iets wat Saul gebouwd zou hebben. Op een gegeven moment heeft hij een gedenkteken opgericht ter herinnering aan zijn overwinning over de Amalekieten, maar het was eigenlijk een monument ter gelegenheid van zijn geestelijke nederlaag. David bouwde altijd aan zijn geestelijk leven. Wanneer je zijn leven onderzoekt en de psalmen leest die hij schreef, dan kom je tot de overtuiging dat David een man was die voortdurend aan zijn geestelijk leven bouwde, daarom groeide hij ook in de kennis van God. Hij groeide in zijn gebedsleven en in de kennis van Gods waarheid. Saul was goed in de strijd en het maken van vijanden, maar niet in het bouwen van wat dan ook. Op een dag begon hij met het bouwen van een altaar, maar het werd nooit voltooid. Als wij niet aan ons geestelijk leven werken, zullen we vallen. Ik geloof dat Saul vertrouwde op zijn natuurlijke gaven. Misschien heeft hij wel gedacht: ‘Ik ben de eerste koning, en God heeft mij gezalfd. Ik ben een grote strijder en een goede leider. Ik steek met kop en schouder boven de anderen uit. Daarom zal ik wel succes hebben. Maar hij slaagde niet want hij bouwde niet aan zijn geestelijk leven.

Judas schrijft in zijn brief: ‘Maar u, geliefden, bouw uzelf op in uw allerheiligst geloof en bidt in de Heilige Geest’ (1:20). Saul leefde niet door geloof, hij wandelde naar wat hij zag. Hij zag de vijand en werd bevreesd. Hij zag het gevaar en vluchtte. We vinden nergens een vermelding dat Saul bad. In werkelijkheid week de Heilige Geest van hem (1Sam.16:14). Bouwt u uw geloof op en bidt u in de Heilige Geest? ‘Bewaart uzelf in de liefde van God’ (Judas vs.21), dat is wat David deed. Als je God liefhebt, houd je zijn geboden. Als je God liefhebt heb je ook zijn volk lief. Saul haatte David. Toen de vrouwen David toezongen vanwege zijn overwinning, werd Saul vervuld met jaloersheid en vijandschap. Jaloersheid ging over in haat, en haat leidde tot moord. Hij probeerde David te doden. Hij beval zelfs zijn zoon om David te doden. Saul had geen liefde in zijn hart. Hij was niet in staat om lief te hebben; in plaats daarvan werd hij gedreven door trots. Zijn enig doel was dat te doen wat hijzelf wilde.

‘Maar u, geliefden, terwijl u zichzelf opbouwt op uw allerheiligst geloof en bidt in de Heilige Geest, bewaart uzelf in de liefde van God en verwacht de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, tot het eeuwige leven’ (Judas 1:20-21). Wij zijn afhankelijk van Gods genade. Maar we lezen in 2Sam.7:15 dat God zijn genade over Saul terugnam. Saul leefde niet naar de wil van God en ervoer de genade van God niet. Geen wonder dat hij viel! God doet van zijn kant alles opdat we niet zouden vallen, maar wij moeten ook ons deel doen. Wat is ons deel? Onszelf opbouwen in ons geloof, bidden in de Heilige Geest, onszelf bewaren in de liefde van God en uitzien naar de genade van onze Heer Jezus Christus. We dienen geloof, hoop en liefde te hebben. We dienen Gods Woord te gehoorzamen en de Heilige Geest toelaten ons te onderwijzen in Gods Woord. Saul deed deze dingen niet. Hij was werelds, zelfzuchtig en trots. Hij had geweldige gelegenheden, maar hij verspilde ze. Hij had waardevolle gaven maar hij faalde deze op een juiste wijze te gebruiken. ‘Hem nu die machtig is u te bewaren zonder dat u struikelt en u onberispelijk voor zijn heerlijkheid te stellen met vreugdegejuich, de enige God, onze Heiland, door Jezus Christus onze Heer, zij heerlijkheid, majesteit, kracht en macht, vóór alle eeuwen, én nu, én tot in alle eeuwigheid! Amen’ (Judas vs.24-25). Wanneer je tot eer van God leeft, maakt dat een groot verschil in je leven. Saul leefde niet tot eer van God maar voor de eer van mensen. Hij wilde de mensen behagen. Hij was meer bezorgd over zijn eer en reputatie dat bezorgt om zijn karakter.

We dienen de lessen te leren die Saul nooit heeft geleerd. Saul heeft nooit geleerd: (1) Dat de zonde een ernstige zaak is. (2) Dat geestelijke achteruitgang geleidelijk zijn invloed krijgt. (3) Dat betrouwbaarheid essentieel is. (4) Dat gehoorzaamheid de sleutel tot overwinning en succes is. (5) En het belangrijkste van alles is dat we in ons geestelijk leven te groeien anders zullen we vallen. Herinneren we ons de woorden van de Heer Jezus: ‘Ik kom spoedig, houdt wat u hebt, opdat niemand uw kroon neemt’ (Op.3:11). Verlies je kroon niet! Onderwerp je aan de Heer opdat Hij in de heerlijkheid je aan zijn Vader kan voorstellen om je de kroon van heerlijkheid geven!

_____________________________________________________________________________________________________________________________