Nieuwe Testament – De voetwassing – Johannes 13

27 juli, 2023

Bijbelboeken: Johannes

Nieuwe Testament

Lessen in de bovenkamer

De voetwassing: een les in nederigheid

Johannes 13:1-20

Voorwoord

Hoofdstuk 13 van het evangelie naar Johannes luidt een nieuwe fase van de bediening van de Heer Jezus in. Had hij tot dan gesproken tot het volk in het algemeen, na hun weigering in Hem te geloven (12:36-37), richt de Heer zijn aandacht op zijn discipelen. Wanneer we het Johannes evangelie indelen volgens de indeling van de tabernakel in het Oude Testament bevinden we ons hier in ‘het heilige’. Hij verliet, om het zo maar te zeggen, het ‘voorhof’ het volk, om in het ‘heilige’ te gaan, en beperkte zijn onderwijs tot de discipelen. Dit onderwijs is van fundamenteel belang voor gelovigen en duurt tot hoofdstuk 17 waar de Heer Jezus ingaat in het ‘heilige der heilige’ als Hogepriester. Sommigen zien het onderwijs van de hoofdstukken 13-16 als de afscheidsboodschap van de Heer aan zijn discipelen, zoals Mozes, Jozua, Paulus en Petrus dat ook hebben gedaan. (Resp. Deut.31-33; Joz.23-24; Hand.20; (2Petr.3:1-18). De eerste les dan die wij moeten leren is die van nederigheid, de minste te willen zijn, want de discipel moet worden zoals zijn Meester (Mat.10:25).

Ik heb u een voorbeeld nagelaten

‘Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten heeft, opdat u zijn voetstappen navolgt’ (1Petr.2:21). Met die woorden heeft de apostel Petrus de kern van het bijbels geloof samengevat, niet het volgen van regels of geloven in allerlei Bijbelse waarheden, hoe goed en noodzakelijk ook, maar van een Persoon, Christus! Daarvoor had de Heer Jezus de apostelen geroepen, omdat ze bij Hem zouden zijn (Mark.3:14), om Hem te leren kennen en de kracht van zijn opstanding en de gemeenschap aan zijn lijden (Fil.3:10). En de Heer Jezus heeft niet alleen Zichzelf als voorbeeld nagelaten, maar heeft ons ook voorbeelden gegeven opdat we die in de praktijk zouden brengen, zoals hier de voetwassing. Maar ook de gebeurtenissen vermeld in het Oude Testament zijn ons als voorbeelden gegeven (1Kor10:6,11; Rom.15:4). Verder denken we maar aan het voorbeeld van de profeten (Jak.5:10) en de apostelen (Fil.3:17). Maar ook wij zelf dienen voorbeelden te zijn (1Thes.1:7). Met andere woorden ‘Christus dient gestalte in ons te krijgen’ doordat we aan het beeld van Gods Zoon gelijkvormig zouden worden (Rom.8:29; Gal.4:10). Ik wens te zijn als Jezus, mag niet alleen een verlangen zijn, maar we dienen ernaar streven dat het werkelijkheid wordt in ons leven. Een Aziatisch spreekwoord zegt: ‘Hoe voller de rijstplant is, des te dieper buigt hij’. Zo dient het ook met elke gelovige te gaan, hoe voller hij van de liefde van God is, des te meer buigt hij (Fil.2:6-8). En daarover gaat dit artikel: ‘Een les in nederigheid!’

Wat de Heer Jezus deed

Jezus is Heer en Meester, en toch waste Hij de voeten van de discipelen. Hij is God in het vlees, en toch waste Hij de voeten van de discipelen. Het wassen van de voeten was de taak van een ondergeschikte, dus de Heer Jezus vernederde Zichzelf en werd een dienstknecht. Wat Hij die bewuste avond deed was een demonstratie van Filippenzen 2:5-11, dat beschrijft dat de Heer Jezus vrijwillig de hemel verliet, op aarde kwam om te sterven aan het kruis. Hij vernederde Zichzelf en werd gehoorzaam tot de dood, zelfs de kruisdood. Een wonder kan niet verklaard worden, maar in het bijzonder kan het wonder van de vleeswording niet worden verklaard. De Heer Jezus is de eeuwige God (Joh.1:1); Hij was bij de Vader en de Geest vóór de schepping (Mi.5:1), voor de tijd begon (1Petr.1:20). Maar Hij koos ervoor om de heerlijkheid te verlaten en de wil van God te doen en als een baby in deze wereld te komen, op te groeien om dan te sterven aan het kruis. Hij had kunnen komen als een grote krijgsheer of koning, en dat zouden de Joden graag gezien hebben; maar Hij koos ervoor te komen als een baby om een slaaf te worden. In Johannes 8 boog de Heer Jezus om met zijn vinger in het zand te schrijven, wat als resultaat de vergeving van een zondares had, een vrouw die overspel had gepleegd. In Johannes 13, boog de Heer Jezus nog eens, deze keer om de voeten van de discipelen te wassen. Door deze twee voorbeelden mag het duidelijk zijn dat ook wij ons zouden vernederen, om een zondaar te kunnen vergeven en elkaar te kunnen reinigen.

Wat de Heer Jezus nú doet

Na de opstanding en hemelvaart is de Heer Jezus teruggekeerd naar de Vader, waar Hij nu onze Hogepriester en Voorspraak is (Heb.4:14-16; 1Joh.2:1-2). Als Hogepriester treedt Hij voor ons tussenbeide en geeft ons genade om Hem te gehoorzamen en nee te zeggen tegen verzoeking. We mogen komen voor de troon van genade en Hem vragen om kracht wanneer we bedreigd worden door verzoekingen en beproevingen. Maar wanneer we zondigen is de Heer Jezus onze Voorspraak, die voor ons tussenbeide treedt (1Joh.2:1). Dat Jezus voor ons tussenbeide treedt bij de Vader wil niet zeggen dat de Vader ons niet zal straffen en dat de Zoon de Vader van een voorgenomen besluit doet veranderen. Nee, zowel de Vader als de Zoon willen de gelovige die gezondigd heeft reinigen, en het offer van Christus maakt dat mogelijk. Wanneer wij onze zonden belijden, Hij is trouw aan zijn belofte aan zijn Zoon die voor onze zonden is gestorven om zijn kinderen te vergeven wanneer ze tot Hem komen (1Joh.1:9). Deze bijzondere goddelijke daad wordt uitgebeeld in de voetwassing die de Heer Jezus op zijn discipelen toepaste. Wanneer zondaars de Heer Jezus als hun redder aanvaarden zijn ze geheel gereinigd van hun zonden; maar als gelovige, wandelend in deze wereld, worden hun voeten verontreinigd en moeten gewassen worden. De Heer Jezus wist dat de gelovigen niet zondeloos zouden kunnen leven, dus maakte hij een oplossing zodat een dagelijkse reiniging mogelijk was. Gelovigen hoeven niet iedere keer wanneer ze zondigen gered worden, want een zondaar wordt maar eenmaal een kind van God en opgenomen in Gods gezin. Wat we wel moeten doen is onze zonden belijden en Jezus te vragen onze voeten te wassen zodat we in gemeenschap met Hem kunnen blijven en met onze broeder en zuster.

‘Als Ik je niet was, heb je geen deel met Mij’ zei de Heer Jezus tot Simon Petrus (Joh.13:8). Het woordje ‘deelhebben’ draagt de betekenis in zich van deelgenootschap, dat in Johannes 15 verwoord wordt met ‘blijven in Hem’. Het heeft te maken met deelgenootschap, niet met zoonschap. Wanneer gelovigen zondigen, verliezen ze niet hun geestelijke zoonschap, maar ze verbreken hun geestelijke gemeenschap met de Heer, waardoor ze de mogelijkheid Hem te dienen als het ware opgeven. Zoals in het Oude Testament priesters hun handen en voeten dienden te wassen (Ex.30:19), zo dienen de nieuwtestamentische priesters tot de Heer te komen om gereinigd te worden. Wanneer de Heer Jezus de discipelen de voeten wast, gaf Hij eigenlijk een illustratie van wat vermeld staat in 1Johannes 1:9 en Psalm 51.

Wat de Heer Jezus wil dat wij zouden doen

‘Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u doet zoals Ik u heb gedaan’ (Joh.13:15), was wat de Heer Jezus wilde dat zijn volgelingen zouden doen. Hij zei niet dat wij wouden doen wat Hij had gedaan, maar zoals Hij had gedaan. En wat deed Hij dan? Hij vernederde Zichzelf en diende anderen. Hij nam de plaats in van een dienstknecht. ‘Een dirigent van een orkest heeft nooit geen moeite om een eerste violist te vinden!’ ‘Diotrefes, wilde graag de eerste onder zijn’ (3Joh.:9), maar in het koninkrijk van God zijn de rollen omgekeerd! ‘Als iemand de eerste wil zijn, zij hij de laatste van allen en aller dienstknecht’ (Mark.9:35). Nederigheid is die genade dat wanneer je denkt dat je het hebt, je het kwijt bent. Nederigheid betekent niet dat we gering over onszelf denken, maar dat we helemaal niet aan onszelf denken. Nederigheid is dat wat de Heer Jezus uitbeeldde in het wassen van de voeten van de discipelen en wat Paulus beschreef in Filippenzen 2. De wereld vraagt: ‘Hoe groot ben jij, wat heb jij bereikt op de maatschappelijke ladder?’ Maar een meer belangrijke vraag is ‘Hoe nederig ben jij?’ In de wereld willen ze weten hoeveel mensen er voor jou werken, maar de Heer is geïnteresseerd hoeveel mensen wij dienen. Wassen wij een ander de voeten, zoals Jezus deed?

Denk aan wat er vóór de voetwassing gebeurde, de discipelen discuteerden toen over ‘Wie onder hen de grootste was’ (Luk.22:24-30). Zouden ze zich geschaamd hebben toen de Heer Jezus voor hen neerknielde en hen de voeten waste? Als kinderen van God is het voor ons niet belangrijk of we beroemd of belangrijk zijn, maar of we anderen dienen en hen reinigen. Nederigheid bereik je niet door op jezelf te letten en te beseffen hoe arm je bent. Nederig bereik je als je naar Jezus kijkt en tot de ontdekking komt hoe rijk je bent. Jezus wist dat de Vader hem alle dingen gegeven had (Joh.13:3), dus nam hij een doek en diende zijn discipelen. Als u alles in handen was gegeven, had u dan een handdoek genomen en had u gehandeld als een dienstknecht? Nederigheid komt voort uit het besef dat u een kind van God bent geworden door geloof in Jezus Christus en dat je alles bezit in Hem (Ef.1:3; 1Kor.3:21-23). Gods kinderen hoeven zich niet voor tee doen dat ze alles bezitten, ze bezitten alles al in Christus. Ze hoeven zich niet voor te doen als koningen; ze zijn koningen – en dat is precies de reden dat ze kunnen buigen en dienaren worden!

Wat wil het zeggen anderen de voeten wassen? Heel simpel gezegd: de ander te dienen en ze beter achterlaten dat je ze hebt gevonden. Het wil zeggen gelovigen te bemoedigen die teleurgesteld zijn en die een nieuwe start geven. Paulus schrijft over gelovigen die een heropleving, een verkwikking van hun geestelijk leven kregen (1Kor.16:17-18; Rom.15:30-33; 2Kor.7:14-16; 2Tim.1:16-18; Filem.:7, 20). Sommigen werden voorzien in materiële noden; anderen brachten goed nieuws betreffende verhoorde gebeden, weer anderen spraken woorden van bemoediging en verheugden het hart van de apostel. Bent u een gelovige die anderen dient en hen helpt op de weg met nieuwe hoop en kracht? Of ben u een gelovige die wacht totdat hij geholpen wordt door anderen? Denk eraan, de zegen komt niet door dingen te weten maar door te doen. ‘Als u deze dingen weet, gelukkig bent u als u ze doet’ (Joh.13:17). Jezus toont ons de weg naar nederigheid, heiligheid en blijdschap, een leven om zijn voorbeeld volgen en te buigen om anderen te dienen. Gelovigen die dat willen wassen de voeten van anderen.

______________________________________________________________________________________________________________________________