Serie Geloofshelden – De Wedloop – Hebreeën 11 – Deel 2

15 augustus, 2023

Bijbelboeken: Hebreeën

Serie Geloofshelden

Hebreeën 11 – Deel 2

De wedloop

Inleiding

‘Daarom dan ook, daar wij zo’n grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten ook wij alle last en de zonde die ons licht omstrikt, afleggen en met volharding de wedloop lopen die voor ons ligt’ (Heb.12:1)

Onderschat het niet beste lezers, een wedloop lopen, ik spreek uit eigen ervaring! Jaren geleden, ik werkte bij de Nederlandse douane, moest ik tijdens de sportdagen invallen op de 400 meter. Geen probleem ik was er wel voor te vinden. De eerste 200 meter lag ik zelfs aan kop, maar gelijkelijk aan merkte ik dat ik te snel van stapel was gelopen en raakte achter. Om kort te gaan, ik eindigde als laatste! Hoe dat kwam? Wel, ik was totaal onvoorbereid want ik had nog nooit een 400 meter gelopen en wist niet wat dan inhield. Het leven van een gelovige wordt ook voorgesteld als een wedloop en veel gelovigen geven, na korte of lange tijd de (wed-) strijd op! De Heer Jezus heeft met droefheid kennis moeten nemen van hetzelfde probleem, namelijk dat er discipelen waren die afhaakten! ‘Van toen af trokken velen van zijn discipelen zich terug en wandelden niet meer met Hem’ (Joh.6:66) zo lezen we.

Maar laten we nog eens naar een vroegere gebeurtenis kijken, namelijk de gebeurtenissen die volgden op uittocht van het volk Israël uit Egypte (Ex.14:1-12). Toen de Egyptenaren hen achtervolgden hen om hen terug te halen naar Egypte zien we verschillende reacties.  (1) Het volk wilde de reis opgeven en terugkeren naar Egypte; (2) Mozes wilde blijven waar hij was en standhouden, maar (3) God wilde dat ze zouden verder gaan: ‘Zeg tot de Israëlieten dat zij optrekken’ (Ex.14:11-15). Terugkerend naar het Schriftgedeelte dat voor ons ligt moeten we bedenken dat de auteur de gelovigen wilde waarschuwen om niet terug te keren naar het Judaïsme (6:6; 10:29), bemoedigen niet op te geven in tijd van strijd (10:32-35) en hen aan te sporen om door te gaan (6:1). Hij, de auteur, verwees naar ‘De ‘wolk van getuigen’ vermeld in Hebreeën 11 want die hadden ook ‘tijd gehad om terug te keren’ maar dat bleken echte Hebreeërs te zijn d.w.z. ‘doortrekkers’, ze gaven niet op! (11:15-16). In Hebreeën 11 en 12 vestigt de schrijver de aandacht op een aantal oorzaken die belangrijk waren voor de gelovigen van toen, maar ook voor ons, want wij hebben dezelfde wedloop te gaan.

Let op de winnaars (12:1 a)

Twijfel je of je het einde wel zal kunnen halen?

Let dan eens op ‘de wolk van getuigen’ de we rondom ons hebben! (Heb.12:1)

 Er zullen meer dan voldoende redenen te bedenken zijn die als excuus kunnen dienen om af te haken, maar er zal niet één bij zijn die legitiem is. Want ‘God is getrouw, die niet zal toelaten dat u verzocht wordt boven wat u kunt verdragen; maar met de verzoeking zal Hij ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen’ (1Kor.10:13). Dus u heeft geen verontschuldiging, eerder een geweldige belofte die vertrouwen geeft om te volharden! Let maar eens op ‘de wolk van getuigen’, gewone mensen zoals u en ik die door geloof hun wedloop uitgelopen hebben. Hebben zij dan geen moeilijkheden gekend of teruggedacht aan dat waaruit zij weggetrokken waren, natuurlijk wel. Gelovigen hebben de opdracht elkaar te bemoedigen vooral in moeilijke tijden (Heb.10:25). Heeft u nooit tegenstand van uw familieleden ervaren zoals Abel, die gedood is door zijn broer Kaïn, of Jozef. Of wat dacht u van het onbegrip dat de Heer Jezus van zijn broers heeft ervaren toen ze Hem vertelden wat Hij zou moeten doen; ‘Want ook zijn broers geloofden niet in Hem’ (Joh.7:3-6). Denk aan Noach, die als gelovige alleen stond in een wereld die van God niet wilde weten. En wat als u plots zou moeten verhuizen, om welke reden dan ook, zoals Abraham die vertrok zonder te weten waar hij komen zou (11:8). Maar hij ging, door geloof! En wat denkt u van Jozef, die door zijn broers slecht behandeld is geweest? Is er iemand geweest die zo duidelijk een reden heeft gehad tot wrok en wraak zoals hij! Maar hij wilde geen vergelding. Hij vergaf zijn broers en vergold kwaad met goed! (Gen.50:20). Als u een moeilijke beslissing zou moeten maken in uw leven, met grote maatschappelijke gevolgen, denk dan eens aan Mozes! Hij gaf zijn veilig bestaan in het huis van de farao op om met het volk van God slecht behandeld te worden. Dus, als u de gedachte koestert om op te geven, denk dan aan toch nog even terug aan de winnaars, de grote wolk van getuigen, die door geloof hun wedloop hebben volbracht. Echt, het is mogelijk en het loont de moeite!

Let op je zelf, niet op anderen (12:1 b)

Zoek je een excuus om de strijd op te geven?

‘Wat gaat het u aan. Volg jij Mij’ (Joh.21:22)

We hebben allemaal wel de neiging om ons zelf te vergelijken met andere mensen om ons heen, en met wat zij doen. Toen Petrus zag dat Johannes Jezus volgde, vroeg hij: ‘Heer, maar wat zal er met deze gebeuren? Waarop de Heer hem antwoordde: Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het jou aan? Volg jij Mij’ (Joh.21:20-23). Petrus wordt op niet mis te verstane wijze gecorrigeerd en gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid. Voor de andere discipelen zou de Heer wel zorgen. Als we iemand mogen imiteren dan is het wel de Heer Jezus zelf, want Die heeft ons een voorbeeld nagelaten (1Petr.2:21vv.). ‘Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven, en dan zal hij alleen wat hemzelf betreft zijn roem hebben en niet wat de ander betreft; want ieder zal zijn eigen pak dragen’ (Gal.6:4-5). Dus kijk regelmatig eens in de spiegel van Gods woord, om te jezelf op de proef te stellen om te zien of je nog in het geloof bent! (2Kor.13:5). Iedere discipel van de Heer Jezus die aan de wedloop deelneemt, dient ervoor te zorgen dat hij of zij in een goede geestelijk conditie verkeert. ‘En ieder die aan een wedstrijd deelneemt, onthoudt zich in alles’ (1Kor.9:25). De apostel Paulus beijverde zich om ‘zijn loop te volbrengen en de bediening die hij van de Heer Jezus had ontvangen’ (Hand.20:24). Dus enige zelfreflectie is wel op zijn plaats en wat die ander doet is zijn zaak. Dus: ‘Geef acht op jezelf en op de leer; volhard in deze dingen’ (1Tim.4:16).

Let op je eigen baan (12:1 c)

Ben je de weg kwijt en van je baan afgeweken?

‘Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood’ (Spr.16:25)

De oudere lezers onder ons zullen het zich misschien nog wel herinneren hoe tijdens een schaatswedstrijd in 2010, de bekende Nederlandse schaatser Sven Kramer door zijn trainer naar de verkeerde baan werd geleid en werd gediskwalificeerd! Ik herinner mij nog goed de boosheid en teleurstelling van Kramer die op het punt stond een grote overwinning te halen! De Heer heeft voor eenieder van ons een weg uitgestippeld en wij dienen ervoor te zorgen daarop te blijven en niet af te wijken. ‘Maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij Mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga’ (Jer.7:23). Het kan ons allemaal overkomen dat we ontsporen in onze wandel. De duivel zal alles in het werk stellen om dat te laten gebeuren. Er is maar één die u daarvoor kan behoeden en dat is God! ‘Aan Hem nu Die bij machte is u voor struikelen te bewaren, en u smetteloos te stellen voor Zijn heerlijkheid, in grote vreugde’ (Judas:24). Maar uiteraard hebben we ook onze eigen verantwoordelijkheid. Was het niet Augustinus die heeft gezegd: ‘God zorgt voor de wind, maar de mens moet de zeilen hijsen!’ Onze weg bepalen we niet zelf; ‘uw wegen zijn niet mijn wegen! (Jes.55:8). En tijdens onze weg in deze wereld kunnen er veel onverwachte hindernissen opduiken, maar ook dan wil God helpen, want: ‘God wijst mij een weg als ik geen uitkomst (zie lied Opw.429). In dat vertrouwen mogen wij onze weg gaan om hetzelfde als Paulus te kunnen zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden’ (2Tim.4:7).

Let op de Heer Jezus, Hij kan helpen (12:2-3)

Zie je het niet meer zitten en geef je de moed op?

‘Daarop zeide hij: Ik heb zeer geijverd voor de Here, de God der heerscharen, want de Israëlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen’ (2Kron.20:12)

Veel mensen zijn ‘korte termijndenkers’ maar de blik van een gelovige gaat veel verder. Voor de gelovigen is het heden wel belangrijk maar zij gebruiken het als een springplank naar de toekomst. Ze nemen in het heden een besluit dat hen (vooral) later profijt moet brengen. Daarin volgen ze hun Meester, de overste leidsman en voleinder van het geloof, die om de vreugde die voor Hem lag het kruis heeft verdragen’ (Heb.12:2). Wij mogen uitzien naar de komst van de Heer Jezus en ‘weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is’ (1Joh.3:2). Abel, Henoch, Noach en Abraham zagen de vervulling van de beloften in de verte en begroeten het (Heb.11:13). Jozef maakte bij zijn levenseinde melding van de uittocht van de zonen van Israël en gaf bevel aangaande zijn gebeente (Heb.11:22). Mozes zag op de beloning (Heb.11:26). De Heer Jezus keek uit naar het moment dat Hij alle gelovigen voor zijn heerlijkheid zou stellen (Jud.:24). De profeet Jesaja sprak over de Messias: ‘Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek. Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen’ (Jes.53:10-11). Als wij willen volharden in onze wandel dan moeten zoals Mozes ‘zien op de Onzichtbare’ (Heb.11:27) op Christus, want Hij is het beeld van de Onzichtbare God (Kol.1:15). ‘Want let op Hem die zo’n tegenspraak door de zondaars tegen Zich heeft verdragen, opdat u niet moe wordt en in uw zielen bezwijkt (Heb.12:3).

Let op de tuchtiging (12:4-13)

Heb je aanwijzingen of correctie nodig?

‘Veracht, mijn zoon, de tuchtiging des HEREN niet’ (Spr.3:11-12)

En toch…! Er kunnen dingen gebeuren in het leven van een kind van God waardoor het nodig is dat God moet ingrijpen met het doel tot herstel. Dat is altijd een daad van liefde, hoewel dat door velen niet direct zo gezien en ervaren wordt. Zeg nu zelf, wie wil nu graag gecorrigeerd worden? Maar toch, de Schrift zegt: ‘’Wie de Heer liefheeft, tuchtigt Hij’ (Heb.12:6). Om de wedloop van uw leven als gelovige succesvol te beëindigen is het ook nodig dat u in een goede geestelijke conditie bent en blijft. Zo werden, in de antieke wereld, ook de atleten al van jongs af aan getraind ter voorbereiding van de wedloop. De deelnemers moesten de aanwijzingen van hun trainer opvolgen; het resultaat zou daarvan afhangen. Maar als er om een of andere oorzaak, in het leven van een gelovige, toch tuchtiging nodig is, dan is het zaak daar niet onder te bezwijken of om het af te wijzen, maar het te verdragen. ‘Hij tuchtigt ons tot ons nut, opdat wij aan zijn heiligheid deel zouden krijgen’ (Heb.12:10). Maar het kan ook zo zijn dat God het toelaat dat zijn kinderen een moeilijke weg moeten gaan. U vindt dat moeilijk te begrijpen, maar want denkt u dan van bijvoorbeeld Jozef en Job en zoveel anderen? (Heb.11:32-38). Paulus, die om Christus wil in de gevangenis was geraakt, kon getuigen dat zijn gevangenschap veeleer tot bevordering van het evangelie had gediend (Fil.1:12). Jozef kon getuigen dat God hem naar Egypte had laten gaan om een groot volk in leven te behouden (Gen.50:20; 45:5, 7). Daaruit kunnen we opmaken dat God alle dingen doet meewerken ten goede (Rom.8:28).

Tenslotte

Let op de winnaars en laat ons hun voorbeeld volgen. Laten we op onszelf letten en zien of er zaken die nadelig zijn. Laten we op onze ‘baan’ letten en niet kijken of die ander naast ons. Laat ons oog gericht zijn op Jezus de grootste overwinnaar! Geef acht op Gods tuchtiging, en bezwijk er niet onder. God weet wat we kunnen verdragen (1Kor.10:13). En voor nu: ‘Laat ons met volharding de wedloop lopen die vóór ons ligt! (Heb.12:1).

______________________________________________________________________________________________________________________________