Eschatologie
Drie delen van de profetische toespraak in Mattheüs 24-25 – (Deel 1)
De chronologie in verband met de komst van de Heere
Met toestemming overgenomen uit het maanblad Uit het Woord der Waarheid van de gelijknamige uitgeverij (www.uhwdw.nl)
In aansluiting op het vorige nummer gaan we graag verder met de chronologie van toekomstige, profetische gebeurtenissen. Na de opname van de gelovigen zal er een uur van de verzoeking over de hele aarde komen en over het volk Israël een grote verdrukking, een tijd van benauwdheid voor Jakob. Allerlei machten worden gemobiliseerd – ongetwijfeld door satan – om het volk Israël tegen te werken. Maar God is ook aan het werk!
-
De terugkeer van de gelovige Joden uit Assur: De Assyriër gaat nog steeds door met de belegering van Israël en in het bijzonder van Jeruzalem. Maar nu komt er een oproep van God aan de trouwe Joden, die naar Moab waren gevlucht de woestijn in, om terug te keren naar Jeruzalem (Zach.9:11-12). Daarop keren deze gelovige Joden terug naar Israël (zie Ps.122). Maar de oproep van God aan Zijn trouwe gelovigen betekent dat Hij hen nu ook in het land zal helpen, zodat zij met Zijn hulp deze volken kunnen verslaan (verg. Ps.144:1-2).
-
De tweede belegering van Jeruzalem door de Assyriër: Maar dan komt de Assyriër voor de tweede keer naar Israël. Hij heeft natuurlijk gemerkt wat er in en rond Israël is gebeurd. Hij hoort geruchten uit het oosten (de trouwe overblijfselen van de Joden komen terug) en uit het noorden (dat zal de oorlog van Europa tegen Christus zijn). In grote haast keert hij daarom terug naar Israël (verg. Dan.11:44-45). Terwijl de eerste belegering in Jesaja 28 te vinden is, lezen we over de tweede in Jesaja 29. Ook deze zal verschrikkelijk zijn (‘gekreun en gesteun’, Jes.29:2). Ook Psalm 123 geeft ons een indruk van hoe vreselijk deze dagen moeten zijn.
-
De verschijning van Christus: Plotseling zal de Heere Jezus op de Olijfberg staan, die middendoor zal splijten (Zach.14:4). Nu grijpt de Heere zichtbaar en voor iedereen duidelijk (Zach.12:10; Op.1:7) in de oorlogshandelingen in. Iedereen moet voor Hem wijken en Hij zal de erkende Heerser en Messias zijn. Christus zal komen op de wolken in grote macht en heerlijkheid (Mat.24:29-30) en de dag van de HEERE, die begint met oordeel, breekt aan.
-
De nederlaag van de Assyriër: In Jesaja 29:5 wordt daarom gesproken van een plotselinge ommekeer. Deze komt er ongetwijfeld door de komst van de Heere. Wanneer de nood van het gelovige overblijfsel het grootst is, zal de enige Hoop van de gelovige Joden verschijnen. Het eerste slachtoffer van de Heere zal de Assyriër zijn (verg. Jes.30:30-33). Ook hier is het de adem van de mond van Jahweh die de Assyriër verslaat (zoals de antichrist). De Heere Jezus wordt hier als Verdediger van Zijn volk genoemd met Zijn Goddelijke Verbondsnaam. Hij neemt Zijn volk onder Zijn hoede. Met het oog op de heerser van het vierde wereldrijk (het Romeinse) treedt Hij op als de Mensenzoon, Die het eeuwige koninkrijk van God hier op aarde zal aanvaarden (Dan.7:13-14). Dit oordeel zal dan niet alleen Assyrië treffen, maar alle landen en volken die Israël hebben onderdrukt en zich met de Assyriër hebben verenigd (verg. Joël 4:1-4).
-
De bevrijding van Juda en Israël: Het voorgaande gaat gepaard met de bevrijding van Juda in Israël (Zach.12:7-9). Wat moet dat een moment zijn, wanneer plotseling, van het ene op het andere moment, de onderdrukking en de verdrukking voorbij zullen zijn! Dat is échte vrede!
-
Het oordeel over het ongelovige volk Israël: De bevrijding van het gelovige overblijfsel wordt onmiddellijk gevolgd door het oordeel over de ongelovige Joden. Zij zullen proberen te vluchten (Zach.14:5), maar ze komen niet ver. Ze worden al heel snel door het oordeel getroffen (verg. Jes.5:25). Jesaja 66:15-17 laat zien dat niet het hele ongelovige volk in Israël, dat de antichrist volgde, in de tijd van verdrukking onder de oordelen van God zal omkomen. Het nog levende deel van de ongelovigen zal rechtstreeks het oordeel van de Heere Jezus, Die naar Zijn volk komt, meemaken.
-
De intocht in Jeruzalem: Daarna zal de intocht van de Heere Jezus in Jeruzalem (Mat.21:1 e.v.) zich herhalen. Volgens Zacharia 9:9 zal Hij op een ezel, namelijk op een veulen, naar Jeruzalem komen. Daar zal Hij dan regeren als Messias, Priester en Profeet (zie Zach.6:13).
-
De terugkeer van de tien stammen: Dan zullen ook de tien stammen (dus afgezien van Juda en Benjamin), die al die tijd nog niet in het land zijn geweest, terugkeren. Plaatsen als Jesaja 11:12, 66:20-21 en Ezechiël 20:34 laten zien dat zij uit alle naties zullen worden verzameld (verg. Mat.24:31). Tot nu toe weten we niet precies waar zij allemaal wonen. We weten ook niet hoe hun etnische verbondenheid met het volk Israël plotseling zichtbaar zal worden.
-
De overwinning op de andere naburige volken: Daarna vindt de strijd plaats tegen de naburige volken die tot nu toe door Christus zijn gespaard gebleven. Dat zijn waarschijnlijk vooral Egypte en Edom. Volgens Psalm 83:4 behoorde Edom tot de coalitie van Assyrië. Toch lijkt het erop dat de Heere het oordeel over dit volk speciaal heeft bewaard (zie de verwijzingen in de profeet Obadja). Alle volken waaronder het volk Israël verspreid is, zullen worden geoordeeld (zie Jer.30:11,16; Ps.93-99).
-
Het binden van de satan: Voordat het Vrederijk kan beginnen, moet de grote vijand van de Heere Jezus en de gelovigen nog worden gebonden. Hij zal gedurende de hele periode van het Vrederijk in de afgrond gevangenzitten (Op.20:2).
-
Het Vrederijk: Daarmee komen we bij het langverwachte begin van het duizendjarige Vrederijk. Alleen de Heere zegt ons in Openbaring dat het 1000 jaar zal duren (Op.20:3,7). Het Oude Testament en vooral de profeten staan vol met verwijzingen naar dit koninkrijk. Ik noem hier alleen Jesaja 65:17 e.v., 66:22-23 en Obadja 1:21.
-
De nederlaag van Rusland: Het lijkt erop dat er na het begin van het Vrederijk nog een laatste inval in Israël zal gebeuren. Nadat in Ezechiël 36 het volk Israël geestelijk en in Ezechiël 37 ook nationaal hersteld is, vinden we in Ezechiël 38 plotseling dat Gog en Magog, Rosj, Mesech en Tubal Israël binnenvallen. Dat moet al meteen aan het begin van het duizendjarige Vrederijk zijn. Veel wijst erop dat deze macht staat voor Rusland, dat tot op dat moment al achter de koning van het noorden (de Assyriër) stond, maar zich niet openlijk heeft laten kennen. Nu treedt het op om het koninkrijk van de Heere te vernietigen. Maar de Heere zal die macht echter definitief verslaan (verg. Ez.38:22-23)
-
Het oordeel over de volken: Waarschijnlijk moeten we het oordeel dat de Heere Jezus in Mattheüs 25:31 e.v. beschrijft,
in verband brengen met deze slacht. Het gaat hier waarschijnlijk niet om het oordeel over de buurvolken van Israël, omdat het nu gaat om een oordeel over alle volken (vs. 32). Het is overigens interessant dat we in Psalm 24, die door God aan de Psalmen 22 en 23 is toegevoegd, de Heere Jezus als de ‘Koning der ere’ vinden. Psalm 22 stelt ons de Heere Jezus als zond- en schuldoffer, als de goede Herder voor Zijn volk. In Psalm 23 leren we iets over Hem als de grote Herder voor de Zijnen, die ook in tijden van verdrukking op Hem vertrouwen. Dat geldt in het bijzonder voor het gelovige overblijfsel in de toekomst. En in Psalm 24 is Hij de overste Herder, Die naar deze aarde zal terugkeren en Zijn koninkrijk zal aanvaarden. In de verzen 7-10 wordt Hij vijf keer ‘Koning der ere’ genoemd. Het gaat daar om Zijn heerlijkheid als Heerser. De Koning der ere zit op een troon van heerlijkheid. En die troon vinden we ook in Mattheüs 25.
(Wordt vervolgd)
_____________________________________________________________________________________________________