Eschatologie
Drie delen van de profetische toespraak in Mattheüs 24-25 (Deel 2)
De chronologie in verband met de komst van de Heere
Met toestemming overgenomen uit het maanblad Uit het Woord der Waarheid van de gelijknamige uitgeverij (www.uhwdw.nl)
-
De Opname: In het Nieuwe Testament vinden we geen aanwijzing wanneer de opname zal plaatsvinden. De Heere Jezus heeft ons beloofd: ‘Ik kom spoedig’ (Op.22:20). Hij heeft ons beloofd ons op te nemen of ‘weg te rukken’ van deze aarde (1Thes.4:13-18; Joh.14:13) Aan deze opname zullen alle gelovigen uit het Oude en Nieuwe Testament deelnemen die tot dat moment zijn ontslapen. Daarbij komen nog de dan levende gelovigen die zich hebben bekeerd en in de Heere Jezus geloven. Zij zullen bij de opname worden veranderd, zonder dat zij door de dood hoeven te gaan.
-
Uur van de verzoeking: Na de opname zal onmiddellijk of na een bepaalde overgangsperiode een periode van oordeel aanbreken. De Heere Jezus noemt deze in Zijn brief aan Filadelfia en die verzoeking komen over de hele aarde. Die hele periode van oordeel duurt zeven jaar. Dat komt overeen met de 70e. jaarweek van Daniël (een week van jaren = 7 jaar; verg. Dan.9:24 e.v.).
-
De grote verdrukking: Deze begint met de verdrijving van satan uit de hemel (Op.12:9) en duurt drieënhalf jaar (verg. Dan.12:7; Op.12:14), d.w.z. 42 maanden (verg. Op.11:2; 13:5) of 1260 dagen (Op.12:6). Het begin ervan valt precies in het midden van de eerdergenoemde zeven jaren van verdrukking. Deze tijd, ook wel ‘benauwdheid voor Jakob’ genoemd (Jer.30:7), betreft Israël en in het bijzonder de Joden die in Jeruzalem en Judea wonen. Het uiterlijk zichtbare begin ervan bestaat erin dat het beeld van de Romeinse keizer door de antichrist in de tempel wordt geplaatst (Op.13:14-15). De antichrist — door Paulus ‘de zoon van het verderf’ genoemd (2Thes.2:3) — zal persoonlijk in deze tempel plaatsnemen (2Thes.2:4). De Heere noemt dit beeld ‘de gruwel van de verwoesting’ (Mat.24:15). Want het zal verwoesting brengen voor het ongelovige Israël.
(Opmerking van de redactie: Het Vaderhuis is het eeuwige Thuis voor de gelovigen die horen bij de Gemeente.)
-
Politieke en religieuze heerser: Op dat moment zullen de Romeinse keizer (het eerste beest, uit Op.13:1 e.v.; Op.14:9,11; 15:2; 16:2,10,13; 17:3,7,8,11 enz.) en de antichrist (het tweede beest, uit Op.13:11 e.v.) al hun macht laten zien. Zij zullen politieke (de Romeinse keizer) en religieuze (de antichrist, de valse profeet, Op.16:13; 19:20; 20:10) macht opeisen. Ze zullen zich in al hun boosaardigheid openbaren en zijn geïnspireerd door satan (verg. Op.13:2,11,14).
-
Het verbond van Israël met Europa: In het Midden-Oosten broeit er een groot crisisgebied. De landen rondom Israël staan vijandig tegenover de Joden en dreigen met een invasie. De leiders van Jeruzalem beraadslagen daarom onder het bewind van de antichrist hoe ze de aanval en onderdrukking van deze omringende naties kunnen ontlopen. Daarbij de zeven jaren van verdrukking (de 70e week van Daniël, verg. Dan.9:27) een vast verbond met het land Israël heeft gesloten. God noemt dit verdrag tussen Europa en Israël ‘een verbond met de dood’ (Jes.28:15). Blijkbaar waren de oorlogsconflicten die vandaag de dag al zichtbaar zijn op dat moment al uiterst explosief en verstrekkend. Daarom besloot Europa om strategische redenen een vast verbond met Israël te sluiten. Want de ‘koning van het noorden’ die in Daniël 11:40 en andere Bijbelteksten wordt genoemd, probeert Israël steeds meer te destabiliseren en te vernietigen. Deze naam staat voor de Assyriërs die in het Oude Testament herhaaldelijk worden genoemd (bijv. Nah.1:14; 2:6). Achter deze volkeren – het rijk omvatte in zijn laatste bloeiperiode delen van Egypte en Turkije, evenals Israël, Libanon, Syrië en Irak – staat een andere grote vijand van Israël: Rusland (Dan.8:24; Ez.38:39). Dat is Gog uit het land van Magog, de oppervorst van Mesech en Tubal (Ez.38:2), ‘in het uiterste noorden’, gezien vanuit Israël (Ez.38:6,15; 39:2). Omdat Rusland een grote uitdaging vormt voor Europa, probeert de Romeinse keizer tegenallianties te sluiten om zijn machtsgebied te behouden en uit te breiden. Israël ziet op zijn beurt het voordeel van zo’n verdrag in, namelijk dat het daardoor aan de heerschappij van de koning van het noorden zou kunnen ontsnappen (Jes.28:15; 57:9; Dan.9:27).
-
Vlucht van de gelovige Joden: Het plaatsen van dit gruwelijke beeld is voor de trouwe Joden in en rond Jeruzalem het teken om de woestijn in te vluchten (verg. Mat.24:15-20). We kunnen ervan uitgaan dat vooral Moab het toevluchtsoord van de Joden zal zijn (Jes. 16:1-5; vergelijk het voorbeeld in 1Sam.22:3-4). Alleen op deze manier kunnen zij ontsnappen aan de verschrikkelijke vervolgingen door het ongelovige volk Israël en de tiran, de antichrist.
-
Belegering van Jeruzalem door de Assyriërs: In deze tijd vormen zich de vijanden van Israël, die het land willen veroveren en vernietigen. Jeruzalem wordt zo voor alle omringende naties een ‘bedwelmende beker’ (zie Zach.12:2). Blijkbaar vindt aan het einde van de drieënhalf jaar durende verdrukking een eerste militaire aanval plaats van zowel de koning van het zuiden (Egypte) als de koning van het noorden die met hem in vijandschap leeft (zie Dan.11:40). God zal hem gebruiken als een roede tegen Israël (Jes.10:5) om het volk te tuchtigen (en de Assyriër zal ook Egypte onderdrukken, Dan. 11:40 e.v.). Het leger van de Assyriërs zal Israël overspoelen en veroveren (Jes.8:7-8; verg. Dan.11:40-41) en Jeruzalem belegeren (Jes.28:18-19), misschien wel vijf maanden lang (verg. Op.9:5). Dat zal een vreselijke nood zijn voor de gelovige Joden die niet uit Jeruzalem en Israël konden vluchten. Het tweede psalmboek beschrijft deze nood. Ook het gebed van Jona in de buik van de vis (Jona 2) is een profetische verwijzing naar deze tijd.
-
Belegering van Egypte door de Assyriërs: Veel ongelovige Joden zijn onder druk van Assyrië naar Egypte gevlucht (verg. Jes.30:1-6). Maar de Assyriër zal hen niet ongestraft laten gaan. Daarom zullen zij verder trekken naar Egypte om ook Egypte te verslaan (Dan.11:42-43) en de vluchtelingen op te sporen. Om Israël onder controle te houden, hebben zij een bezettingsmacht in Israël achtergelaten. Waarschijnlijk zal hij zich versterken door een coalitie met buurlanden aan te gaan en een verbond met hen te sluiten (zie Ps.83:4-10), zodat hij niet geïsoleerd zal handelen, maar een statenbond zal leiden. Egypte zelf lijkt in deze tijd geen overkoepelende functie meer te spelen. Behalve in Daniël 11:40 lijkt deze oorlogsmacht namelijk nergens anders prominent genoemd te worden met het oog op de eindtijd.
-
De vlucht van de antichrist naar Europa: Door de plotselinge inval van de Assyriërs en misschien ook gezien de politieke situatie in Europa (deels democratie) zal het Romeinse leger niet onmiddellijk (kunnen) ingrijpen. Uit angst voor zijn leven zal de antichrist daarom vluchten en zijn volk in eerste instantie in de steek laten. Hij zal als het ware in ballingschap gaan en onderdak vinden bij zijn sterke partner Europa (verg. Zach.11:16-17). Tegelijkertijd zal hij de heerser van het verenigde Europa aansporen om zo snel mogelijk naar Jeruzalem te komen om de Assyriërs te verdrijven en te vernietigen. Satan zal dit bewerkstelligen (‘de mond van de draak’, Openb. 16:13), omdat hij Israël wil vernietigen. In werkelijkheid is het God Die de zaken zo stuurt dat de hoofdrolspelers – de Romeinse keizer, de antichrist, het Europese leger en het ongelovige Israël – op één plaats bijeen zullen komen (verg. Op.16:16; 19:17).
-
De Romeinse keizer in de oorlog om Israël: De heerser van het Romeinse Rijk zal vervolgens inderdaad naar Jeruzalem komen om zijn eigen macht te versterken en uit te breiden (verg. Op.16:12-16; 19:19). Openbaring 16:12 lijkt erop te wijzen dat nog meer legers uit het Midden-Oosten en misschien zelfs uit China zich in deze oorlog zullen mengen. Ze zullen zich allemaal verzamelen op de plaats Armageddon, wat betekent: berg van Megiddo (Op.16:16). Megiddo ligt in de vlakte van Jizreël, ongeveer in het midden van het land Israël. Eigenlijk willen al deze legers tegen de Assyriër vechten om hem de macht over Israël te ontnemen. Maar dan gebeurt er iets bijzonders.
-
De overwinning van Christus op de Romeinse keizer en de antichrist: De Heere Jezus komt met alle verlosten die Hij heeft opgenomen (zie punt 1) en met de engelen uit de hemel (Op.19:11-16; 1Thes.3:13; Jud.:14). We lezen hier nog niet dat de Heere direct naar de aarde komt. Het lijkt er dus op dat deze komst voorafgaat aan Zijn latere, voor iedereen zichtbare wederkomst op de Olijfberg (Zach.14:4; Op.1:7). Zijn eerste daad zal de overwinning zijn op de heerser van Europa en de antichrist, samen met hun legers. Dat zal geen langdurige strijd zijn, maar de verschijning van Christus zal voor hen onmiddellijk het einde betekenen. Deze twee leiders zullen dan levend in de poel van vuur, de hel, worden geworpen (Op.19:19-20). De antichrist zal worden verslagen door de adem van de mond van de Heere (2Thes.2:8). Dit oordeel over de twee leiders van de wereld wordt door maar één Persoon uitgevoerd: de Mensenzoon, de Heere der heren en Koning der koningen. Wij zijn het waard geacht om daarbij aanwezig te zijn, maar alleen Hij zal handelen! Dat wij, die zelf vijanden van God waren (Rom.5:10), ooit naast Zijn Zoon mogen staan in het oordeel over Zijn vijanden, is onbegrijpelijk en onze aanbidding waard! Waarschijnlijk eindigt met deze eerste overwinning van Christus na Zijn tweede komst de al genoemde periode van 1260 dagen (Op.12:6; of 42 maanden of drieënhalf jaar). Maar tot het begin van het vrederijk moeten er nog eens 30 of 75 dagen verstrijken (verg. Dan.12:11-12). Dat zou de tijd kunnen zijn waarin de hierna beschreven gebeurtenissen plaatsvinden.