Gelegenheidspreken – Nieuwjaar – Mijn “bucketlist voor 2026” – De rijke dwaas – Lukas 12

10 januari, 2026

Rubrieken: Gelegenheidspreken

Bijbelboeken: Lukas

Gelegenheidspreken

Nieuwjaar – ‘Mijn bucketlist voor 2026”

“De rijke dwaas” – Lukas 12:13-21

Voorwoord

U heeft allemaal weleens gehoord van de uitspraak “dat staat nog op mijn bucketlist,” of iets van die strekking. Met bedoeld dan een lijstje van dingen die men nog wil gaan doen of wil hebben. Maar de werkelijke betekenis van een “bucketlist” bevat nog heel wat meer. Een bucketlist is een lijst met dromen, doelen, en ervaringen die je nog wilt beleven of bereiken in je leven, voordat je “de emmer doet overlopen” (kick the bucket). De lijst is ontstaan uit de uitdrukking “kick the bucket” (sterven) en werd populair door de film The Bucket List. Een bucketlist (letterlijk: emmerlijst) of loodjeslijst is een lijst met dingen die iemand nog gedaan wil hebben voordat hij sterft. Het woord komt misschien van kick the bucket, wat overeenkomt met “de pijp uitgaan of het loodje leggen”. “Het loodje leggen” betekent oorspronkelijk betalen of aan het kortste eind trekken, afgeleid van loden plaatjes die vroeger dienden als betalingsbewijs of toegangskaart (in de schouwburg, voor een postkoets). De betekenis veranderde later naar “moeten boeten”, “een nederlaag lijden” en uiteindelijk het eufemistische “sterven”, waarbij ook de theorie is dat arme zieken een loodje kregen voor het gasthuis en een grote kans hadden om te overlijden.

Voorbeelden van voornemens

“Komaan dan, u die zegt: Vandaag of morgen zullen wij naar die stad gaan en daar een jaar doorbrengen en handeldrijven en winst maken; u die niet weet wat morgen gebeuren zal. (Want hoe is uw leven? Want u bent een damp die een korte tijd gezien wordt en daarna verdwijnt.) In plaats dat u zegt: Als de Heer het wil en wij leven, zullen wij dit of dat doen.” (Jak.4:13-15)

Is het niet zo dat wij in onze moderne tijd alles vanzelfsprekend vinden? We stappen in een vliegtuig zonder erbij na te denken, zelfs zonder te bidden voor een goede reis! Dat was in Bijbelse tijden wel anders en zelfs in 1815 had de vrouw van de latere president van de Verenigde Staten John Quincy Adams, Louisa 40 dagen nodig om van Sint-Petersburg in het huidige Rusland naar Parijs te reizen. Paulus, de apostel was: ”Dikwijls op reis, in gevaren van rivieren, in gevaren van rovers, in gevaren door volksgenoten, in gevaren door de volken, in gevaren in de stad, in gevaren in de woestijn, in gevaren op zee.” (1Kor.11:26) Ja, Paulus had ook een “bucketlist,” hij wilde bijvoorbeeld graag op de pinksterdag in Jeruzalem zijn (Hand.20:16). Hij wilde zijn broeders, zijn verwanten naar het vlees dat ze Christus als hun Messias zouden leren kennen, dat de volkeren het evangelie zouden horen, enz. (Rom.9:1-5; 11:11-15). Wij zitten ook wellicht vol met plannen en voornemens en het zou wijs zijn om God daarin te betrekken; het gaat er immers niet om wat wij willen, maar wat God wil!

“Hij nu sprak een gelijkenis tot hen en zei: Het land van een rijk mens bracht veel op; en hij overlegde bij zichzelf en zei: Wat zal ik doen? want ik heb niets waarin ik mijn vruchten kan verzamelen. En hij zei: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen, en ik zal daar al mijn gewas en mijn goederen verzamelen; en ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, je hebt vele goederen liggen voor vele jaren; rust, eet, drink, wees vrolijk. God echter zei tot hem: Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat u hebt bereid, voor wie zal het zijn? Zo is hij die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God.” (Lukas 12:13-21)

Inleiding

Als er iemand geweest is die ook een “bucketlijst” had, (hoewel dat woord toen nog niet bestond) dan was dat wel de rijke dwaas in deze gelijkenis. Hij had nogal veel wensen op zijn lijstje staan; grootse plannen: “Wat zal ik doen? want ik heb niets waarin ik mijn vruchten kan verzamelen. En hij zei: Dit zal ik doen; ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen, en ik zal daar al mijn gewas en mijn goederen verzamelen; en ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, je hebt vele goederen liggen voor vele jaren; rust, eet, drink, wees vrolijk.” Het is opvallend hoe vaak de persoonlijke voornaamwoorden “ik” en “mijn” zijn vermeld. Ik wil dit, ik wil dat, en zo gaat het maar voort.

De gelijkenis

“Wie geld liefheeft, wordt van geld niet verzadigd, noch wie rijkdom liefheeft, van inkomsten.” (Pred.5:9)

Maar laten we terugkeren naar het begin van dit gedeelte van het evangelie. Iemand uit de menigte vroeg de Heer Jezus te bemiddelen in een erfeniskwestie. De Heer weigerde dat met de woorden: “Mens, wie heeft Mij tot rechter of deler over u gesteld?” (Vs.14) en vervolgde met een waarschuwing “Let op en waakt voor alle hebzucht, want ook al heeft iemand overvloed, zijn leven behoort niet tot zijn bezittingen.” De Heer Jezus wist wat er in het hart van deze man omging en ‘zag’ de kern van het probleem. De zucht naar rijkdom is een probleem van alle tijden. Geld op zich genomen is neutraal, met geld kun je veel dingen kopen, maar je moet uitkijken dat je de dingen, die je niet met geld kunt kopen, niet verliest! Trouwens als gelovigen zijn we al rijk, want we zijn “gezegend met alle geestelijke zegeningen.” (Ef.1:3) Prediker onderwijst ons: “Er is een smartelijk kwaad, dat ik gezien heb onder de zon: rijkdom, door zijn bezitter bewaard tot zijn eigen onheil. Die rijkdom toch gaat door tegenspoed teniet; en heeft hij een zoon verwekt, dan heeft hij niets meer; Zoals hij uit de schoot zijner moeder gekomen is, zo gaat hij weer heen, naakt zoals hij gekomen is, en hij verkrijgt niets door zijn zwoegen, dat hij aan deze zou kunnen nalaten.” (Prediker 5:12-14)

Plannen maken

De rijke man bracht de laatste nacht van zijn leven door met het bedenken van grootse plannen voor een toekomst die hij nooit zou zien. Als je rijkdom vergaart alleen om jezelf te verrijken, zonder je erom te bekommeren anderen te helpen, zul je met lege handen de eeuwigheid ingaan. Natuurlijk mag je plannen en voorbereidingen treffen voor dit leven, maar geen rekening houden met het leven na de dood is desastreus. Dat is wat de rijke man deed. “Ik zal tot mijn ziel zeggen: Ziel, je hebt vele goederen liggen voor vele jaren; rust, eet, drink, wees vrolijk.” (Vs.19)

Rijk om goed te doen

Een pensioenregelingen of een levensverzekering zijn vrijwel synoniem met verstandig financieel beheer. Iedereen zou, als dat enigszins mogelijk is, moeten zorgen voor zijn of haar oude dag en voor de partner die achterblijft. Tegelijkertijd, en met dezelfde vastberadenheid, omdat het leven meer is dan geld, wil God dat je vandaag de dag als een goede rentmeester met je financiën omgaat. God zou je zekerheid en vreugde moeten zijn. Evalueer je financiële plan. Baseer het op een actief geloof. We kunnen ons geld niet meenemen, de eeuwigheid in, maar we kunnen het wel vooruit sturen, door het nu te investeren in het koninkrijk van God!

Het leven behoort aan God

“God echter zei tot hem: Dwaas, in deze nacht zal men uw ziel van u afeisen, en wat u hebt bereid, voor wie zal het zijn?” (Vs.20)

De rijke man had bij zichzelf overlegd, ik zal dit en dat doen. Goed had hij niet zijn plannen betrokken, maar dat wilde niet zeggen dat God niet op de hoogte was. God noemt hem een “dwaas”, wat ons doet denken aan Psalm 14:1, waar staat: “De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God.” Hoe rijk hij ook mocht zijn zijn leven behoorde niet tot zijn bezittingen (Vs. 15). De mens is meer dan een fysiek lichaam, hij heeft ook een ziel. “Het stof keert terug naar de aarde zoals het was, en de geest keert terug tot God, Die hem gegeven heeft.” (Pred.12:7) In Lukas 16 vinden we de beschrijving van een rijke man en de arme Lazarus en worden hun levensloop beschreven, maar ook het einde: “De rijke nu stierf ook en werd begraven. En toen hij in de hades zijn ogen opsloeg, terwijl hij in pijnen verkeerde, zag hij Abraham uit de verte, en Lazarus in zijn schoot. En hij riep de woorden: Vader Abraham, erbarm u over mij en zend Lazarus om de top van zijn vinger in water te dopen en mijn tong te verkoelen, want ik lijd smart in deze vlam.” (Vs.23-24)

Beloftes maken

Aan het begin van een nieuw jaar worden vaak allerlei beloftes gedaan, zoals bijvoorbeeld:  “ik stop met roken” of zoiets. Meestal is men die belofte na een paar dagen of weken alweer vergeten en gaat men op de vroegere weg verder. Al we God echter iets hebben beloofd ligt dan anders, Hij neemt het serieus en verwacht dat je jouw belofte inlost. De uitspraak “de weg naar de hemel is geplaveid met goede voornemens,” komt niet uit de lucht vallen!

“Als gij God een gelofte gedaan hebt, talm er dan niet mee die in te lossen, want Hij heeft geen welgevallen aan de dwazen; wat gij beloofd hebt, moet gij inlossen. Het is beter, dat gij niet belooft dan dat gij belooft en niet inlost.” (Pred.5:3-4)

________________________________________________________________________________________________