Gemeente door de Grote Verdrukking – Vraag 17 – Vragen Eschatologie

8 augustus, 2023

Rubrieken: Vragen Eschatologie

Eschatologie

Vragen Eschatologie

Nummer 17

Vraag: Moeten de Gemeente door de Grote Verdrukking?

Antwoord: De belangstelling voor het profetisch woord neemt toe naarmate het slechter gaat in de wereld. De oorlog van Rusland tegen Oekraïne heeft uiteraard aan die belangstelling bijgedragen. Maar ook de vragen voor wat betreft de eindtijd nemen toe en één daarvan is de altijd weerkerende vraag: Wat is het Bijbels bewijs voor de opname van de Gemeente vóór de Grote Verdrukking? Het is moeilijk om van ‘bewijs’ te spreken. Omdat het nergens met zoveel woorden zwart op wit in één Bijbeltekst te vinden is. Het antwoord op die vraag komt voort uit een bepaald Bijbels-theologisch denkkader, waarvan er zo’n drie bestaan. De visie dat de opname zal plaatsvinden vóór de Grote Verdrukking (pre-trib); De visie dat de Opname in het midden van de laatste jaarweek zal plaatsvinden (mid-trib); en de visie dat de Opname aan het einde van de laatste jaarweek zal plaatsvinden (post-trib). Dat betekent dat men keuzes dient te maken. Mijn voorkeur voor de pretrib visie (Opname vóór de laatste jaarweek) is gebaseerd op een keuze die gemaakt is en die rekening houdt met heel veel verschillende Bijbelgedeelten die allemaal te maken hebben met dit onderwerp. Deze onderwerpen dienen allemaal te passen in het voor ogen hebbend model en mogen er niet in gewrongen worden. De hermeneutische sleutel dient in het slot te passen! Ik geloof dat de futuristische-pretribulationistische-prechiliastische visie daaraan het beste beantwoord en recht doet aan tal van voorwaarden voor een juiste exegetische toepassing met betrekking tot de Opname. Trouwens, zoals u waarschijnlijk al is opgevallen, ik spreek liever van de ‘laatste jaarweek’, en wel de zeventigste en laatste van de zeventig jaarweken zoals we die vinden in Daniël 9, in plaats van de ‘Grote Verdrukking’. Ik ben van mening dat de Grote Verdrukking namelijk het tweede deel is van die laatste jaarweek, zoals we dat kunnen we leren uit Daniël 9:24-27 in combinatie met Mattheüs 24:15-21. Daniël zegt: ‘En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang; in de helft van de week zal hij slachtoffer en spijsoffer doen ophouden’. Ook wordt het duidelijk dat die zeventigste jaarweek en dus ook de Grote Verdrukking voor Israël bestemd zijn. Dat blijkt duidelijk uit wat er staat in Daniël 9:24 – ‘Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en uw heilige stad, uw volk en uw heilige stad’. Dat kan dus niets anders zijn dan Jeruzalem en Israël.

De voornaamste teksten in verband met de Opname zijn Johannes 14:1-3; 1Kor.15:51-52; Fil.3:20-21; 1Thes.4:13-18. Er zijn er die de Opname afwijzen als iets geheimzinnigs dat niet in de theologie thuishoort. Maar voor de voorstanders van die visie zou ik willen zeggen: ‘leest u de zojuist vermelde teksten nog eens rustig door en probeer onbevooroordeeld te zijn. Ook zou ik tegen die mensen willen zeggen: Een ‘geheimzinnige’ Opname? Als God Henoch en Elia op een ‘geheimzinnige’ manier kon wegnemen van deze aarde, kan Hij dat dan niet met de Gemeente als geheel?

De tijd na de opname van de Gemeente is de ‘ure der verzoeking’ die over het hele aardrijk komt (Op.3:10). En zoals aangetoond, beslaat deze periode, de laatste jaarweek van de in totaal 70 jaarweken zoals beschreven in Daniël 9, een periode van 7 jaar. Die laatste jaarweek wordt opgedeeld in twee delen van drie-en-een half jaar; d.i. 1260 dagen (Op.11:3; 12:6), 42 maanden (Op.11:2; 13:5) of ‘een tijd, tijden en een halve tijd’ (Op.12:14). In de Pre-Wrath visie, een visie die een uitzondering vormt op de andere midtrib voorstanders, wordt de laatste jaarweek opgedeeld in drie delen, maar daarvoor is echter geen enkele Bijbelse reden is aan te voeren.

De Grote Verdrukking, dus die laatste jaarweek, wordt een aantal keren vermeld in de Bijbel, onder allerlei verschillende benamingen.

(1) ‘de tijd van grote benauwdheid’ (Dan.12:1); ‘een tijd van benauwdheid voor Jakob’ (Jer.30:7; Dan.12:1; Mat.24:21). Deze uitdrukking staat in verbinding met het volk Israël tijdens de laatste halve jaarweek.

(2) ‘het uur van de verzoeking’ (Op.3:10); ‘het uur van zijn oordeel’ (Op.14:7; 18:10; vgl. 16:7; 19:2) en staat in verband met het oordeel over de aarde en de volkeren.

(3) ‘de grote verdrukking’ (Op.2:22; 7:14; Mat.24:21). Hier staat het in verband met het oordeel over de valse kerk, het grote Babylon. (vgl. Op;2:22).

(4) ‘de dag des Heren’ in o.a. Jes.2:12; 13:6-9; Ez.13:5; Joel 1:15; 2:1,11,31; 3:14; Amos 5:18-20, Ob.:15; Zef.1:7,14; 1Thes.5:2; 2Thes.2:2; 2Petr.3:10, is het de gehele periode van oordelen die over de aarde komen.

(5) ‘de dag van de verborgenheid/toorn des Heren’ (Zef.1:18; 2:2; vgl.7; Jes.61:2).

(6)  kortweg ‘de gramschap’ (Jes.10:25; 26:20v.; Dan.8:19; 11:36); ‘de toorn’ (1Thes.1:10; 5:9; Op.6:16v.; 11:18) ‘de grimmigheid’ (al of niet in combinatie met ‘toorn’) (Op.14:8,10,19; 15:1,7; 16:1,19; 19:15).

Deze uitdrukking ‘gramschap’ is vaak in de profetieën een aanduiding van Gods oordelen over het goddeloze volk Israël tijdens de laatste halve week.

Het karakter van de zeventigste jaarweek is, dat het een periode van Gods toorn, grimmigheid en wraak is over de goddeloze volken in het algemeen en de onbekeerlijke massa van Israël in het bijzonder. Dit punt is van enorme betekenis, omdat het direct duidelijk maakt dat de gemeente in die periode niet op aarde thuishoort. De tussenperiode tussen de negenenzestigste en de zeventigste jaarweek is het tijdvak van de christelijke gemeente, dat Gods ‘programma’ voor Israël naar zijn wijs bestel heeft onderbroken. Na Openbaring 6-19 vinden we dan ook geen teken van de aanwezigheid van de Gemeente in het boek Openbaring. Pas als de gemeente van de aarde is weggenomen, zal dit ‘programma’ worden afgerond met de zeventigste jaarweek, waarin de ongelovige massa van Israël geoordeeld en het overblijfsel gelouterd wordt om vervolgens het vrederijk binnen te gaan. In tegenstelling tot wat ik tot dusver naar voren heb gebracht, blijven er toch altijd voorstanders in het christendom aanwezig, die door de Grote Verdrukking willen. De reden is voor mij onbegrijpelijk en die visie creëert meer vragen dan dat het antwoorden geeft. Er zijn nog genoeg andere argumenten te vermelden waarom ik geloof dat de Gemeente niet door de Grote verdrukking zal gaan, maar voor die tijd zal worden weggenomen die kunt u vinden in de rubriek Eschatologie op mijn website. Paulus spreekt over de gelovigen in Thessalonika het volgende: ‘Want zelf vertellen zij van ons welke ingang wij bij u hadden, en hoe u zich van de afgoden tot God hebt bekeerd om de levende en waarachtige God te dienen en zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, die ons redt van de komende toorn’ en zegt Paulus verder: ‘want God heeft ons niet bestemd tot toorn’ (1Thes.1:9-10; 5:9).

____________________________________________________________________________________________