Dogmatiek – Hoe lezen wij de Bijbel – Deel 2 – Hermeneutiek

5 augustus, 2023

Rubrieken: Dogmatiek

Dogmatiek

Hoe lezen wij de Bijbel?

Deel 2

Inleiding

Dit artikel gaat over hermeneutiek en exegese en het is daarom goed gelijk aan het begin van dit artikel van beide de definities te geven, om misverstanden te voorkomen. Hermeneutiek en exegese horen bij elkaar en beïnvloeden elkaar. Exegese is schriftuitleg, terwijl hermeneutiek interpretatiekunde is; de leer aangaande het wezen, de uitgangspunten en de methoden van de exegese. Hermeneutiek hoort daarom vooraf te gaan aan de exegese. De laatste jaren wordt er gesproken van ‘nieuwe’ en ‘oude’ hermeneutiek. Dat komt omdat het o.a. te maken heeft met de discussie omtrent de positie van de vrouw in de Kerk. In die discussie beroept men zich vaak op hermeneutische overwegingen en minder op exegetische. Omdat de ‘oude’ hermeneutiek minder ruimte bood om tot een andere exegese te komen, dan die er was, riep men de hulp in van de ‘nieuwe’ hermeneutiek om het doel, in casus, de vrouw in het ambt, te kunnen rechtvaardigen. De oorzaak van de herziening van de positie van de vrouw in de maatschappij én daardoor ook in de Kerk, ligt daaraan ten grondslag. We noemen dat ‘emancipatie’, wat het streven is naar en de ontwikkeling van gelijke rechten en zelfstandigheid voor groepen die eerst werden gediscrimineerd. U begrijpt dat daardoor, volgens sommigen, de ‘ontwikkeling van gelijke rechten’ ook in de Kerk een plaats behoren te krijgen. Men spreekt soms zelfs van ‘discriminatie van de vrouw’ in de Kerk!

De verkondiging van het Woord

Je hebt misschien de volgende situatie wel eens meegemaakt. Er is een gesprek ontstaan met een andersdenkende gelovige over een of ander Bijbels onderwerp. Je probeert de persoon in kwestie duidelijk te maken wat je overtuiging is en je beroept je daarbij uiteraard op Gods Woord. De ander haalt de schouders op en zegt: ‘De Bijbel? Och, die legt iedereen op zijn eigen manier uit!’ Over de vraag of dat zo is, dat iedereen de Bijbel maar op zijn eigen manier kan uitleggen, willen we in dit artikel wat dieper ingaan. De apostel Petrus waarschuwt al in zijn tweede brief voor een mogelijke foutieve wijze van Schriftuitleg: ‘Weet dit eerst, dat geen profetie van de Schrift een eigen uitlegging heeft’ (2Petr.1:20; vgl. 3:16).

Dat brengt ons op een andere vraag: moet de Bijbel uitgelegd worden? Is de Bijbel een duister boek? Bekend is de vraag van de evangelist Filippus aan de kamerling: ‘Begrijpt u wel wat u leest? Waarop deze repliceert: ‘Hoe zou ik dat immers kunnen als niet iemand mij begeleidt? (Hand.8:30). Calvijn gebruikte het beeld van de zon en de blinde. Als een blinde op klaarlichte dag de zon niet ziet, ligt dat niet aan de zon, maar aan zijn ogen. We moeten daarom niet bidden of Gods Woord duidelijker mag worden dan die al is, maar of onze ogen geopend mogen worden. ‘Ontsluit mijn ogen, en laat mij aanschouwen de wonderen van uw Wet!’ (Ps.119:18). Een eerste vereiste om de Schrift te kunnen verstaan is de verlichting door de Heilige Geest, want de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet verstaan (1Kor.2:12-16). Door geloof en bekering ontvangst een mens de Heilige Geest waardoor hij in een positie komt dat hij de Schrift kan begrijpen. Het wil niet zeggen dat de Heilige Geest iedere gelovige afzonderlijk in de hele waarheid onderwijst, want daartoe heeft God ‘sommigen gegeven als apostelen, herders en leraars om de heilige te volmaken’ (Ef.4:11).

De eerste ‘uitlegger’

Zoals gezegd de Bijbel dient uitgelegd worden! Nogmaals, niet omdat Gods Woord zo duister en onduidelijk zou zijn, maar omdat ons verduisterde verstand uitlegging nodig heeft. Denk nogmaals aan de vraag van de evangelist Filippus: ‘Begrijpt u wel wat u leest?’ Maar wie is daartoe in staat om Gods Woord uit leggen? In het geval van de kamerling was het Filippus die zijn mond opende want te beginnen van die Schriftplaats verkondigde hij hem Jezus’ (Hand.8:35). Het is als bij onze eigen woorden. Als iemands woorden je niet duidelijk zijn, wie moet je dan om uitleg vragen? Degene natuurlijk die die woorden gesproken heeft! Die persoon weet immers het beste wat hij zelf heeft bedoeld. Maar wie heeft de Schrift geschreven? ‘Heilige mensen van Godswege hebben door de Heilige Geest gedreven gesproken…’ (2Petr.1:21). We kennen deze woorden uit de tweede brief van Petrus wel. De beste uitlegger van de Schrift is daarom de Heilige Geest! Hij kan ons verstand openen, zodat we de Schriften verstaan. Hij is de Eerste Auteur, zoals dat wel eens wordt uitgedrukt. Als Hij het verstand verlicht, kan de meest eenvoudige gelovige soms tot een helder verstaan van de Schrift komen, helderder dan menige vaktheoloog. ‘De Heilige Geest zal ons alles in herinnering brengen wat de Heer Jezus gezegd heeft (Joh.14:26), Hij zal in de hele waarheid leiden (Joh.16:13) en de toekomstige dingen verkondigen (Joh.16:13). Volgende sommige uitleggers slaat dat op de Evangeliën, Brieven en de Openbaring.

De tweede ‘uitleggers’

Maar er is in Gods Woord ook sprake van tweede auteurs en uitleggers. Dat zijn de bijbelschrijvers, de apostelen en profeten (Ef.4:11). Dezen hebben de woorden Gods in hun tijd gesproken en zijzelf of anderen hebben die te boek gesteld. Zo is de Heilige Schrift ontstaan, in een proces dat zestien eeuwen heeft geduurd; van Mozes tot Johannes. De apostel Paulus spreekt ervan dat aan hem het rentmeesterschap van God is gegeven om het woord van God te voleindigen; dit is volledig te maken of tot volheid te brengen (Kol.1:25).

Bij zijn afscheid en toespraak tot de oudsten van Efeze draagt hij hen (en ons) dan ook op aan God en aan het woord van zijn genade die machtig is om op te bouwen (Hand.20:32). ‘Alle Schrift is door God ingegeven en nuttig om te leren, te weerleggen, te verbeteren en te onderwijzen in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen is, tot alle goed werk ten volle toegerust’ (2Tim.3:16). Het Woord, het evangelie moet verkondigd worden aan de hele schepping en onderwezen worden aan de gelovigen (Mat.28:19), zodat ze kunnen opgroeien tot behoudenis (1Petr.2:2). De verkondiging en het onderwijzen van het Woord staat uiteraard los van het lezen van de Bijbel voor persoonlijk gebruik. In het boek Handelingen worden we er al op gewezen hoe belangrijk het is dat gelovigen blijven volharden in de leer van de apostelen (Hand.2:42). Voor hen die het Woord verkondigen geldt dit principe: ‘Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt’ (2Tim.2:15). En waar bestaat die ‘leer van de apostelen’, de verkondiging of prediking dan uit? Die bestaat uit de verklaring en toepassing van de Heilige Schrift. En om die verklaring, die exegese, gaat het ons nu.

Vrijheid van exegese?

Elke prediker moet werk maken van de verklaring van de Schrift. Elke keer als het Woord verkondigd wordt vraagt dat weer om uitleg. De bewering dat de exegese vrij is, zal wel bekend zijn, maar is die bewering ook juist? Om een antwoord op die vraag te kunnen geven, moeten we natuurlijk eerst weten wat exegese eigenlijk is. Onder exegese verstaan we de uitleg van Gods Woord. Natuurlijk is het niet alleen de Bijbel die om uitlegging vraagt. Ook wetsartikelen, bijvoorbeeld de Grondwet van een land, hebben uitlegging nodig. Maar als wij het nu over exegese hebben, dan bedoelen we de uitlegging van de Bijbel. Dat vraagt gebed om licht; veel gebed. Het vraagt ook arbeid; veel arbeid. Hij moet graven in het Woord; stof ademen en bloed zweten, zei Luther eens. Worstelend en smekend om inzicht in de Schriften en om verstand met goddelijk licht bestraald, moet hij zoeken naar wat de zin en mening van de Heilige Geest is. Zo wordt elke verkondiger van het Woord geroepen tot exegese! Nu komen we weer terug bij de vraag die we zojuist stelden: is die exegese nu vrij of niet? Ons antwoord moet zijn: ja, de exegese is vrij. Maar wat betekent die uitspraak? Betekent dat dat uiteindelijk alles goed is, wat er ook maar in de gedachten of in de fantasie van een prediker oprijst? Mag een predikant zich voor de meest buitenissige verklaringen beroepen op de vrijheid van de exegese? Nee, natuurlijk mag dat niet. Met de uitspraak dat de exegese vrij is, bedoelden onze vaderen de Roomse opvattingen te weerleggen. Rome bond de exegese aan het leergezag van de kerk. De kerk (de paus!) bepaalde wel wat de Bijbel betekent; de ‘leken’ deden beter zich met de Schrift en haar uitleg helemaal niet in te laten. Daar kwamen immers alleen maar ongelukken van!

Regels voor uitleg

Tegen die opvatting hebben de gereformeerde godgeleerden van toen zich verzet. Zo kwamen zij tot hun stelling dat de exegese vrij is. Maar dat betekent zeer zeker niet dat elke verklaring – hoe gezocht ook – recht van bestaan heeft. Elke verkondiger van de heilige Schrift is namelijk gebonden aan bepaalde regels. Nu komen we bij het woord hermeneutiek. In de hermeneutiek geeft de kerk zich rekenschap van de regels waaraan elke exegeet zich heeft te houden. Zo zijn er bijvoorbeeld ook regels waaraan de prediker zich bij het preken heeft te houden: dat leert ons de homiletiek. De hermeneutiek geeft ons als het ware de theorie van de uitlegging. Een eenvoudig voorbeeld: wie gaat autorijden en denkt het wel zonder de theorie te kunnen, zal de grootste brokken maken. Een prediker die de regels van de exegese met voeten treedt, maakt nog veel grotere brokken. Misschien komt de vraag bij je op: ‘wat zijn dan die regels waaraan de uitlegger zich heeft te houden?’ Je begrijpt dat dat niet in één artikel allemaal te zeggen is. Daarom nu slechts een enkele.

Als eerste regel wil ik noemen dat een verklaarder rekening moet houden met het verband van zijn tekst, met een ander woord noemen we dat de context. Iedereen weet dat degene die woorden van mensen uit hun verband rukt, aan die woorden een heel andere betekenis kan geven dan ze oorspronkelijk hadden. Dan kunnen er erge dingen gebeuren. Zou dat dan niet zo zijn met de woorden van God?

In de tweede plaats: de verklaring van een tekst mag nooit in tegenspraak komen met andere plaatsen van Gods Woord. We zeggen dan: de exegese moet zijn naar analogie van de heilige Schrift. Wie bijvoorbeeld uit de tekst ‘God wil dat alle mensen zalig worden’ tot de algemene verzoening besluit, komt in strijd met andere Schriftplaatsen.

Een derde regel voor de exegese is, dat de verklaring van een tekst rekening moet houden met de bijzondere stijlen die we in Gods Woord vinden. Er zijn bijvoorbeeld historische, profetische, dichterlijke en wijsheid stijlen. Wie dit verwaarloost, maakt brokken. Denk bijvoorbeeld maar aan de getallen in de Bijbel!

Vergeestelijken

Dat brengt mij nog op een vijfde regel, die hiermee in verband staat: de verklaarder van Gods Woord moet niet vallen in de fout van de allegorie. Het is misschien goed hier iets meer van te zeggen. Wat is allegorie, of, zoals het meestal genoemd wordt: allegoriseren? Allegorese of allegorie is vergeestelijking van de Bijbeltekst, met miskenning van de letterlijke betekenis. Er is mij geen enkel Bijbelgedeelte of tekst bekend die de Heer Jezus zou hebben vergeestelijkt. Misschien is ook dit woord vreemd voor je; dan klinkt toch in elk geval het woord vergeestelijken je wel bekend in de oren. Wanneer vergeestelijkt een voorganger? Als hij aan een bepaald Bijbelgedeelte een ‘geestelijke’ betekenis toekent, die dit gedeelte niet heeft. Wanneer de kerkvader Augustinus in de vellen van de geitenbokjes die Jakob van zijn moeder over zijn handen en zijn hals moest trekken om zodoende zijn oude vader Isaak te bedriegen een beeld ziet van de menselijke natuur van de Heer Jezus waarmee Hij Zijn goddelijke heerlijkheid verborg, dan moeten we dit met alle respect voor de kerkvader toch allegorie, ongeoorloofde vergeestelijking noemen. Calvijn heeft tegen dit soort ‘’uitleg’ gefulmineerd! Luther was er wat minder bang voor. Sommigen vinden het altijd weer prachtig, maar we moeten er niet in meegaan. Gods Woord is geestelijk genoeg; het behoeft door ons niet te worden ‘vergeestelijkt’. Toch moeten we hier goed onderscheiden! Een voorganger die in Boaz een type van Christus ziet en in Ruth een beeld van Gods kind, vergeestelijkt niet, maar trekt een analogie. Wie het Hooglied van Salomo uitlegt als een lied dat de geestelijke liefde bezingt tussen Christus en zijn Gemeente allegoriseert niet, maar legt een allegorie uit en dat is heel iets anders! Nogmaals de Heer Jezus heeft nooit enig voorbeeld of tekst uit het Oude Testament vergeestelijkt!

Verschillende uitleg?

Zo hebben we enkele voorbeelden gegeven van regels van exegese. Er zijn er veel meer. Elke exegeet, elke prediker dus ook, zal zich met de hermeneutiek vertrouwd moeten maken, al naar hij gaven daartoe heeft ontvangen. We kunnen in dit artikel natuurlijk op lang niet alle vragen ingaan. Eén vraag wil ik nog aan de orde stellen.

Is er een verschillende uitleg van de Schrift mogelijk? Mag en kan dat wel? Het antwoord moet luiden: er kan maar één goede en juiste betekenis zijn van elke Bijbeltekst. Gods Woord is beslist niet dubbelzinnig, zoals onze woorden soms. Maar welke de juiste verklaring is, dat is niet altijd met zekerheid te zeggen. Nogmaals: dat komt door ons verduisterd verstand. En zelfs Gods meest verlichte kinderen en dus ook de meest verlichte uitleggers zullen het de apostel moeten nazeggen: wij kennen ten dele. Daarom kan het wel eens gebeuren dat de ene prediker een andere verklaring van een tekst in zijn preek geeft als de andere. Dat behoeft de grondslag van de zaligheid niet aan te tasten, je behoeft daar ook niet van in verwarring te geraken. Het is iedere uitlegger wel eens overkomen, dat hij een tekst in een bepaalde zin had uitgelegd, maar soms jaren later toch tot andere gedachten kwam. In dit opzicht en op de goede wijze verstaan geldt het inderdaad: de exegese is vrij.

______________________________________________________________________________________________________________________________