Drie ontmoetingen – Jakob de strijder Gods – Genesis 32 – Oude Testament

19 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Genesis

Drie ontmoetingen

Genesis 32

Jakob de worstelaar

 Inleiding

Jakob ontmoette engelen (32:1-20)

Jakob verwachtte een veldslag en daaraan probeerde hij te ontkomen maar ‘tijdens de strijd is er geen verlof’ (Pred.8:8). Paulus kon zeggen: ‘Ik heb de goede strijd gestreden’ (2Tim.4:7); zijn wij gereed om de strijd aan te gaan? Hij was niet uit op verzoening (vs.8). Hij zag het leger van engelen dat hem beschermde, maar zelfs dat moedigde zijn geloof niet aan. Mahanaïm betekend ‘dubbel kamp’ – zijn kamp en dat van Gods engelen. Als Jakob zich zijn ervaringen met God te Bethel had herinnerd, zou hij niet bang zijn geweest voor Ezau. (28:13-15) Het ene moment bad Jakob om Gods hulp en het volgende bedacht hij een nieuwe manier om zijn broer vreedzaam te stemmen. Hij herinnerde God aan zijn geweldige beloften en handelde vervolgens alsof nooit tot hem had gesproken. Hij verdeelde zijn leger in tweeën (vs.7) en negeerde de bescherming van het ‘leger Gods.’ Toen hij die stappen had gedaan had vroeg hij om Gods hulp! Dit is het gedrag van een gelovige die door God moest worden verbroken. Hij bad om te worden gered van Ezau (vs.11), maar voor hem was het meest nodig om gered te worden van zichzelf.

Jakob ontmoette God (32:21-26)

Als we allen onze weg met God gaan beginnen de dingen goed te gaan. Christus kwam om met Jakob te worstelen, en die worsteling duurde de hele nacht. Let op dat Jakob niet worstelde om een zegen te ontvangen van God; hij verdedigde zichzelf en weigerde om zich over te geven. De Heer wilde Jakob ‘breken’ op een plaats waar hij voluit kon zeggen: ‘Niet ik, maar Christus’ (Gal.2:20). De hele nacht verdedigde hij zichzelf en weigerde zich over te geven of toe te geven dat hij gezondigd had. Toen verzwakte God Jakob, en de worstelaar kon zich alleen nog maar vastklemmen aan de Engel met wie hij worstelde. Nu, in plaats van een zegen te beramen of om er om te bedelen, vroeg hij God om een zegen – en ontving deze.

Jakob ontmoette zichzelf (32:27-32)

We leren ons zelf pas goed kennen als we onszelf zien in het licht van God. ‘Hoe is uw naam?’ (vs.27) was de vraag die Jakob dwong om zijn ware ik te bekennen. Toen Jakob zichzelf zag en zijn zonden beleed, kon hij worden veranderd. God gaf hem een nieuwe naam – ‘Israël, strijder Gods’, of ‘een door God geregeerd man.’ De manier waardoor Gods kracht zich kan openbaren is door onze zwakheid (2Kor.12:9). Jakob werd verbroken om te worden genezen en verzwakt om te worden versterkt. Toen hij zich overgaf, won hij, en werd hij een ‘vorst voor God’. God gaf hem een nieuwe start en een nieuwe kracht om ‘te wandelen door de Geest’ en niet meer in het vlees. Dit werd zichtbaar in zijn nieuwe manier van gaan, want hij mankte voor de rest van zijn leven. Zijn kreupele gang zou een voortdurende herinnering zijn dat God de leiding zou hebben in zijn leven. ‘God strijd tegen ons met zijn linkerhand en voor ons met zijn rechter,’ schreef Calvijn. Als we God zijn gang laten gaan is dat het aanbreken van een nieuwe dag, waardoor Jakob in staat was om zijn broer te ontmoeten (vs.31).

____________________________________________________________________________________________