Oude Testament – Koning Jotam – 2 Kronieken 27

7 augustus, 2023

Bijbelboeken: 2 Kronieken

Oude Testament

Koning Jotam

2 Koningen 15 – 2 Kronieken 27

Inleiding

Beter een kort en goed leven, dan een lang en slecht. Jotam regeerde slechts 16 jaar. Het komt er niet op aan om lang te leven maar wel om goed en productief te leven voor de Heer. Niet hoe lang we leven is belangrijk, maar hóe we leven! Wij vragen ons wel eens AF waarom God de eerder wegneemt dan de ander en zeker als het iemand die veel goeds voor de Heer heeft gedaan. Zo ook met Jotam, hij was een van de weinige koningen die ‘recht deed in de ogen des Heren’. ‘Zo vader, zo zoon’ gaat niet altijd op, want zijn vader Uzzia, die lang leefde en goed begon, eindigde en stierf als een melaatse. Het beste zou natuurlijk zijn dat je lang leeft en tot eer van God, maar dat heb je niet voor het zeggen. En zouden we een lang leven tot eer van God ook volhouden? Uzzia begon ook goed zolang hij door Zekarja begeleidt werd die hem onderrichtte. Zolang hij de Here zocht, maakte God hem voorspoedig (2Kron.26:5; Joz.1:8), maar toen kwam de hoogmoed en werd hij ontrouw. Die hoogmoed maakte dat Uzzia, tegen Gods gebod in, de tempel binnenging om daar reukwerk te ontsteken. Hij luisterde niet naar de priesters die hem waarschuwden en wilden tegenhouden, waarop God hem sloeg met melaatsheid (2Kron.26:16-23). Uzzia kwam in een afgezonderde positie terecht en was uitgesloten van het huis des Heren. Jotam volgde zijn vader dan op als koning van Israël en hij regeerde zestien jaar, maar deed gelukkig niet wat zijn vader wel deed, namelijk: hij ging de tempel des Heren niet binnen! Jotam zijn naam betekend ‘God is volmaakt’, Jotam niet, want de hoogten waar het volk offerde verwijderde hij niet (1Kon.15:35). Jotam was geestelijk, actief, strijdvaardig, sterk en standvastig. Kenmerken die elke gelovige goed zouden staan!

Jotam was geestelijk

Paulus spreekt de Galaten toe met de woorden: ‘U die geestelijk bent’, daarmee erkend hij dat er ook ongeestelijke, of vleselijke gelovigen zijn (Gal.6:1; 1Kor.3:1). Of je geestelijk of ongeestelijk bent zal blijken uit je daden. We mogen opmaken uit het feit dat Jotam de tempel niet binnenging zoals zijn vader gedaan had, dat Gods woord gezag over hem had (2Kron.26:16). Jotam had de gevolgen gezien die deze daad van zijn vader met zich meebrachten, hij werd melaats! Als je Gods Woord hoort en aanneemt kan dat geloof in je bewerken (Rom.10:17). De Heer Jezus toetste Petrus’ geloof toen hij aan het vissen was in de zee van Tiberias en niets gevangen had en Hij hem de opdracht gaf: ‘Vaar uit naar de diepte en werpt uw netten uit voor een vangst’ (Luk.5:4). De reactie van Petrus op het bevel van de Heer Jezus toonde zijn vertrouwen in Hem, toen hij zei: ‘Op uw woord echter zal ik de netten uitwerpen’. Het ging helemaal tegen zijn gevoelens en vakmanschap in, maar hij gehoorzaamde. Iemand heeft eens gezegd: ‘Echt geloof betekent gehoorzaamheid aan God, ongeacht de gevoelens in ons, de omstandigheden rondom ons, of de consequenties voor ons!’ God beloont geloof, geloof dat zich openbaart door gehoorzaamheid (2Kron.26:5). De sleutel tot een succesvol christelijk leven is gehoorzaamheid aan Gods Woord. We lezen dan ook: ‘En toen zij dit hadden gedaan, gehoorzamen aan Jezus’ gebod, omsloten zij een grote massa vissen, en hun netten scheurden’ (Luk.5:6). Tegenwoordig hebben veel gelovigen moeite met zich te onderwerpen aan Gods Woord, of nog erger hebben heel weinig kennis van Gods Woord. Maar de principes blijven wel geldig: ‘Vertrouw op de Here met uw ganse hart. Ken Hem in al uw wegen, dan zal Hij uw paden recht maken’ (Spr.3:5-6). Er ligt een rijke beloning klaar al we ons door Gods Woord laten vermanen (Ps.19:12). Dat wil niet zeggen dat Jotam in alles volmaakt was, want de offerhoogten bleven bestaan (2Kon.15:35). Maar we zullen hem daarover maar niet te hard oordelen want mogelijk zijn er ook bij ons nog dingen waarin we tekortschieten!

Jotam was actief

Je kunt niet zeggen dat Jotam het werk des Heren met lauwheid verrichtte (Jer.48:10) nee, hij was vol actie. Hij bouwde binnen en buiten de stad. Hij bouwde de Bovenpoort van het huis des Heren. Jotam beveiligde de tempel, terwijl zijn vader Uzzia dat deed met de stad (26:9). Misschien mogen we daaruit ook opmaken dat Jotam voorrang gaf aan God boven de stad en zijn bewoners. Ook bouwde hij veel aan de muur van Ofel waar de tuinen van de koning waren, waardoor die verbonden werden met de tempel. Hij bouwde versterkingen in het gebergte van Juda, en in de bossen bouwde hij burchten en torens’ (2Kron.27:3-4). Jotam was zich bewust van mogelijke vijanden en bereidde zich daarop voor door verdedigingswerken te bouwen. Van Uzzia lezen we daarvan niets, en omdat hij zich van ‘geen kwaad bewust was’ werd hij onvoorzichtig, viel in hoogmoed en werd ontrouw aan God.

Al deze bijzonderheden die we in het leven van koning Jotam vinden, kunnen we toepassen in ons leven. Bouwen wij ook mee aan het huis van God, de gemeente? (1Tim.3:15) zoals Jotam bouwde aan Gods huis, de tempel in Jeruzalem? En waarmee bouwen wij dan, met goud, zilver, kostbare stenen, hout, hooi of stro? (1Kor.3:10). Jotam probeerde er iets moois van te maken dat blijkt wel daardoor dat hij de koninklijke tuinen wilde doen aansluiten met de tempel. Het huis van de Heer was hem dierbaar! Hoe staat het met onze liefde voor het huis van God, de Gemeente, en wat is onze, wat is mijn bijdrage daaraan? Het Bijbelboek Ezra en Nehemia geven ons prachtige voorbeelden hoe in die dagen gebouwd werd en de ijver en enthousiasme die daarbij aan de dag gelegd werd. Ze wilden het huis des Heren niet aan zijn lot overlaten (Neh.10:39).

Jotam was strijdvaardig

Het huis van God, en alles wat de voortgang van Gods werk kan bevorderen is doelwit van de vijand, de satan die dat wil tegenwerken en/of vernietigen. Daartoe bouwde Jotan versterkingen in het gebergte van Juda, en in de bossen bouwde hij burchten en torens (27:4). ‘Hij streed met de koning der Ammonieten en overwon deze, zodat de Ammonieten hem in dat jaar honderd talenten zilver, tienduizend kor tarwe en tienduizend kor gerst gaven. Dit brachten hem de Ammonieten ook in het tweede en in het derde jaar op’ (2Kron.27:5). Dat alles bracht rust, voorspoed en vrede in het land en onder het volk.

Dat betekent dat wij, evenals Jotam, ons ook dienen voor te bereiden op eventuele aanvallen van de vijand en ons moeten beschermen tegen gevaren van buiten en binnen (Hand.20:7). Voorkomen is beter dan genezen! We mogen de vijand niet onderschatten of negeren, nee deze is actief bezig en zeker in onze tijd. Wij mogen de signalen niet negeren en doen alsof er niets aan de hand is. De kerkverlating in de laatste decennia spreekt boekdelen. En op het westelijk halfrond is de reden daarvan niet zozeer vervolging door overheden, maar veeleer door gevaar van binnenuit, door valse leraren die allerlei dwaalleer verkondigen. Daarbij komt bij dat de kennis van Gods Woord onder het volk van God miniem is, waardoor allerlei dwaalleer gemakkelijk binnenkomt en als waarheid wordt aangenomen. Het ‘mijn volk ten gronde door gebrek aan kennis’ is geleidelijk aan waarheid geworden in onze dagen (Hos.4:6). Waarschuwingen worden in de wind geslagen of niet serieus genomen, gezien als bangmakerij en vaak niet aanvaard. Zelfs Gods Woord wordt niet meer als gezaghebbend aanvaard in zaken van leer en moraal. ‘Zie, het woord des Heren hebben zij verworpen, wat voor wijsheid zouden zij dan hebben?’ (Jer.8:9). Het zou beter zijn dat we de geestelijke wapenrusting aandoen om stand te houden (Ef.6:13) en te strijden voor het geloof dan eenmaal aan de heiligen is overgeleverd (Judas:3). Gelijk Jotam, zullen we in Gods kracht strijden en de vijand overwinnen.

Jotam was krachtig en standvastig

Jotam was het tegenovergestelde van zijn vader Uzzia iemand van wie gezegd kan worden dat hij ‘een wankelmoedig man was, onberekenbaar in al zijn wegen’ (Jak.1:7). Koning Jotam was geen jojo, die de ene keer boven op de berg zat, en even later in het dal! Of, zoals met dat in het Duits zegt: Himmelhoch jauchzend, und zum Tode betrübt! (Hemelhoog juichend en tot de dood bedroefd). Nee, Jotam betoonde zich een krachtig man, want hij was standvastig in zijn wandel voor het aangezicht van de HERE, zijn God’ (2Kron.27:6). Hoe dat kwam? Wel, hij wandelde voor het aangezicht van God, d.w.z. hij hield rekening met de wil van God in zijn leven en paste dat ook toe. Vandaag ontbreekt het aan stabiele gelovigen, die standvastig zijn in leer en praktijk. Paulus roept de gelovigen in Filippi op om hun behoudenis met vrees en beven uit te werken, want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen (Fil.2:12-13). We worden niet behouden door geloof en werken, maar door een geloof dat werkt! Is datzelfde enthousiasme en bereidwilligheid om aan het huis van God te bouwen ook bij ons aanwezig, of willen, gelijk de aanzienlijken in Nehemia’s dagen de schouders niet zetten onder het werk? (Neh.3:54). Of behoren wij tot degenen die met krachtige hand het goede werk aanvatten? (Neh.2:18). Er is in onze dagen een groot tekort aan werkers in de verschillen gemeenten; veel werk wordt gedaan door dezelfde, vaak oudere, broeders en zusters. Veel jongere gelovigen hebben zich vaak niet voorbereid op een toekomstige taak die hun wacht. ‘Daarom, mijn geliefde broeders en zusters, weest standvastig, onwankelbaar, te allen tijde overvloedig in het werk des Heren, wetende, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Here’ (1Kor.15:58)

_________________________________________________________________________________________________________________________________________