Nieuwe Testament – Lydia, de purperverkoopster – Handelingen 18

7 augustus, 2023

           Nieuwe Testament – Handelingen

                       Een purperverkoopster uit Thyatira

                                            Handelingen 16

Inleiding

De geschiedenis van Lydia, de Lydische, naam van een vrouw afkomstig uit Thyatira in Lydië, Klein Azië het huidige Turkije, ligt ingebed in geschiedenis van de apostel Paulus bij zijn aankomst in Europa. Die reis van de apostel naar Macedonië in Europa moet in het begin van de jaren vijftig hebben plaatsgevonden, sommigen zeggen van 49-52 n.Chr., in elk geval kort na de apostelvergadering in Jeruzalem die gedateerd wordt rond 49-50 n.Chr. Het bezoek aan de stad Filippi maakte deel uit van Paulus’ tweede zendingsreis en de beschrijving die Lukas, die Paulus heeft vergezeld (zie de ‘wij’ teksten in 16:10, 20:6; en 27:1), ons daarvan heeft gegeven, vinden we in de hoofdstukken 15:40 tot 18:22. Op die reis bezocht de apostel verschillende steden die ook wij wel kennen, Filippi op een vijftiental kilometers verwijderd van de huidige havenstad Kavala, het vroegere Neapolis. Vandaar trok Paulus verder naar de grote steden Thessalonika, Berea, Athene en Korinthe.

Filippi was een Romeinse kolonie, vernoemd naar koning Philip van Macedonië (382-336 v.Chr.), de vader van Alexander de Grote, die dat gebied had veroverd in de vierde eeuw voor Christus. Filippi was een Romeinse kolonie en dat waren eigenlijk kleine Romeinse steden die dezelfde wetten en gewoonten hadden. Het was een stad waarvan veel ‘gepensioneerde’ Romeinse militairen hun woonplaats hadden gemaakt. Men had twee soorten steden in die tijd, (1) steden die de Romeinen hadden ingenomen en onderworpen en (2) steden die vrijwillig hun samenwerking hadden aangeboden, en die van meer vrijheid konden genieten en daarvan was Filippi er één. Er zullen in Filippi weinig of geen Joden zijn geweest, zoals dat in Thessalonika en Korinthe wel het geval was, omdat er geen synagoge was want daarvoor waren tenminste tien personen nodig (Gen.18:32).

Gods boodschappers

Wie waren het die de apostel Paulus vergezelden op zijn tweede zendingsreis? Hierboven is er al op gewezen dat Lukas daarbij hoorde, maar ook Silas en Timotheüs werden Paulus’ reisgenoten (Hand.15:40; 16:1). Paulus was vertrokken uit Jeruzalem, na het zgn. apostelconvent, met nieuwe instructies, namelijk: ‘dat men hen die zich uit de volken tot God bekeren, niet in moeilijkheden moet brengen, maar hun aanschrijven zich te onthouden van verontreinigingen van de afgoden, van de hoererij, van het verstikte en van het bloed’. Toen Paulus dit aan de gelovigen in Antiochië bekend maakte ‘verblijden zij zich over de vertroosting’ (Hand.15:19-20, 31). Verder was in deze apostelvergadering duidelijk geworden dat God voor de volken een deur van geloof had geopend en ‘dat ieder die de Naam van de Heer behouden kon worden’! Deze boodschap moest aan de volken bekend gemaakt worden, want ‘hoe konden zij geloven van Wie zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder iemand die predikt? En hoe zullen zij prediken als zij niet gezonden zijn? (Rom10:14). Dus begon Paulus aan zijn tweede zendingsreis. Nadat hij de gemeenten bezocht had die hij gesticht had tijdens zijn eerste reis probeerde hij nieuwe gebieden te bezoeken om het evangelie te verkondigen. Ze probeerden het eerst in Frygië en Galatië, (het huidig Anatolië), maar werden ‘door de Heilige Geest verhinderd het woord in Asia te spreken’ (16:6). Daarna wendden ze zich naar de meer noordoostelijke richting, Mysië en Bithynië, maar ‘de Geest van Jezus liet het hun niet toe’ (16:7). We worden niet ingelicht waarom het niet mogelijk was het evangelie daar te verkondigen, maar de deur werd gesloten. Later is ook in die gebieden het evangelie gebracht (Hand.18:19-19:41; 1Petr.1:1). Een geluk voor ons hier in Europa; hoe zou het afgelopen zijn als het Evangelie eerst in Azië gebracht zou zijn? God greep in, en ’s nachts krijgt Paulus een gezicht waaruit zij opmaakten dat God hen had geroepen om terstond naar Macedonië te reizen om hun het evangelie te verkondigen. ‘Kom over naar Macedonië en help ons’, was de roep die uit Macedonië, het tegenwoordige Griekenland kwam, een land trots op zijn filosofen, maar die hadden blijkbaar geen antwoord meer, zoals ook in onze tijd het geval is (vgl. Hand.17). Paulus ging en verkondigde het woord van de Heer; de liefde van Christus drong hem daartoe (2Kor.5:14). En wat doen wij met de kennis die we hebben vanuit Gods woord, geven we die ook door aan anderen of houden we de blijde boodschap voor onszelf? (2Kon.7:9).

Gods voorzienigheid

Zoals we vaker zien in de Schrift is God reeds lang bezig met voorbereidingen voor een actie voordat wij eraan denken. God had Mozes veertig jaar lang een opleiding laten genieten in alle wijsheid van de Egyptenaren (Hand.7:22) en daarna nog eens veertig jaar achter de schapen in Midian (Ex.2:15). Beide ervaringen zullen hem zeker van pas zijn gekomen toen hij het volk door de woestijn moest leiden op weg naar het beloofde land. Uit dat voorbeeld blijkt dat voorbereiding zeker geen verloren tijd is! Ook voor de verspreiding van het evangelie waren er reeds voorzorgen genomen, de tijd was er rijp voor! Ten eerste beschikte het Romeinse rijk over een zeer goede infrastructuur – ‘Alle wegen leiden naar Rome!’ – waardoor een snelle verplaatsing en verspreiding mogelijk was. Ten tweede was er een eenheid in taal het Grieks dat vanaf de derde eeuw verdrongen werd door het Latijn en ook eenheid in cultuur dat het beter bekend is als het Hellenisme. Ten derde waren er overal in het Romeinse rijk Joden en synagogen, waardoor vrij gemakkelijk kontakt mee kon worden gemaakt; Paulus sprak Hebreeuws en Grieks (Hand.21:37, 40). Ten vierde, de Septuaginta, vaak afgekort tot LXX, de Griekse vertaling van de Tenach of Hebreeuwse Bijbel, die tussen circa 250 en 50 v.Chr. werd gemaakt, was beschikbaar.

Toen de apostel Paulus en zijn reisgenoten gehoor gaven aan de oproep van het gezicht van een Macedonisch man om te komen helpen, vertrokken ze vanuit Troas om via Samothráce in Neápolis aan te komen, om vandaar door te trekken naar Filippi, een Romeinse kolonie waar ze ‘enige dagen verbleven’. Paulus vloog er niet gelijk in maar verkende eerst het terrein, zoals hij dat laten zou doen in de stad Athene (Hand.17:16). Zoals in de inleiding vermeld, was er geen synagoge, reden waarom Paulus op de sabbat op zoek naar een gebedsplaats en sprak met de daar aanwezige vrouwen.

Gods genade

God werkt op een wijze die wij niet altijd kunnen volgen (Rom.11:34vv.) en dat neemt dan ook alle roem van mensen weg. De manier waarop Lydia tot geloof komt is te vergelijken met de weggelopen slaaf Onésimus die Paulus ontmoet in Rome en daar tot geloof komt. Om te stellen dat Lydia de eerste persoon is die in Europa tot geloof kwam, zoals algemeen aangenomen wordt, is misschien te voorbarig. Omdat we weten dat de apostel Paulus omstreeks het jaar 57 de brief aan de gelovigen te Rome heeft geschreven en dat Paulus verblijf te Filippi omstreeks het jaar 50 geweest moet zijn, dan is het niet waarschijnlijk dat Lydia de eerste Europeaan is geweest die tot geloof kwam. Wel kunnen we zeggen dat de Lydia de eerste bekeerling was die door de prediking van Paulus in Europa tot geloof kwam, maar dat is heel wat anders dan te zeggen dat Lydia de eerste christen in Europa was, dan denk ik toch eerder aan de gelovigen in Rome.

Lydia kwam uit Thyatira, in het huidige Turkije, dat bekend was om haar purperverf dat gebruikt werd voor het kleuren van de toga’s van de Romeinse gezagdragers. Misschien was dat de reden van haar verhuizing naar de kolonie Filippi om daar haar zaken verder te zetten. Ze moet in elk geval redelijk bemiddeld zijn geweest want ze bezat in Filippi een huis waar ze Paulus onderdak verschafte (16:15, 40). Lydia was een vrouw die God vereerde, een proseliet dus. Hoe zij kennis had gekregen van de God van Israël weten we niet. In Thyatira, waar ze vandaan kwam, is niet geweten dat daar een synagoge was en ook in Filippi niet. In elk geval was ze door God voorbereid om van Paulus het evangelie van genade te ontvangen. God had voor de apostel Paulus en zijn reisgenoten de ‘deur’ geopend naar Europa, hier zien we dat God het hart opende van Lydia, zodat ze acht gaf op wat door Paulus werd gesproken. Net zoals later de gevangenbewaarder (16:34) werd ook Lydia onmiddellijk gedoopt. De bekering van Lydia moet voor de apostel Paulus toch ook een bemoediging en bevestiging van zijn beslissing om naar Europa af te reizen zijn geweest. Lydia nodigt Paulus uit en drong er bij hem op aan om in haar huis te logeren. Door dat te doen liet ze haar gezindheid ten opzichte van Paulus zien en vergat ze de gastvrijheid niet waardoor sommigen onwetend engelen gehuisvest hebben (Rom.12:13; Heb.13:2). Een klein begin maar de daardoor ontstane gemeente in Filippi is voor Paulus tot een grote blijdschap en zegen geweest; alleen met de gemeente te Filippi stond hij ‘in rekening van uitgave en ontvangst’ zoals hij zich uitdrukte (Fil.4:15).

Gods wijsheid

De verdere gebeurtenissen tijdens het verblijf van Paulus in Filippi zijn bekend. De gebedsplaats waar Lydia tot geloof was gekomen bleef het ontmoetingspunt waar Paulus heenging, maar nu ontmoette hij een geheel andere vrouw, een waarzegster! De tegenstander zit niet stil; waar geestelijke activiteit wordt ontplooid kun je er zeker van zijn dat de duivel daar tegenin gaat! Dat moet ons niet verwonderen of ontmoedigen, want we zien dat daardoor God verheerlijkt werd in de bekering van de gevangenisbewaarder. Maar we lopen op de zaak vooruit! Dagenlang liep deze vrouw achter Paulus aan en riep: ‘Deze mensen zijn slaven van God de Allerhoogste, die u de weg van behoudenis verkondigen’ (16:17). Ze sprak de waarheid, maar ze leidde de aandacht van de mensen af en stoorde Paulus in zijn bediening. Toen Paulus de geest beval van haar uit te gaan leidde dit tot een confrontatie met haar meesters die Paulus en Silas voor de praetoren – de Romeinse bestuurders – van de stad brachten, omdat ze hun verdiensten zagen verminderden. Nadat Paulus en Silas vele slagen hadden gekregen werden zij in de gevangenis gegooid en in het blok gezet. Maar in dit alles was God aanwezig en er gingen grote dingen gebeuren! Ten eerste zaten Paulus en Silas niet in zak en as maar zongen Gods lof. Ten tweede ontstond er een grote aardbeving, alle deuren gingen open en de boeien los. Ten derde bracht de gevangenbewaarder hen naar buiten en toen ze bij hem thuis waren spraken ze met hem over het woord van de Heer. Ten vierde kwam hij tot geloof en werd gedoopt. Vele jaren later toen Paulus in Rome in de gevangenis zat heeft hij ongetwijfeld aan die nacht teruggedacht toen hij aan de gemeente te Filippi ‘zijn’ brief schreef. ‘En ik wil dat u weet, broeders, dat mijn omstandigheden veeleer tot bevordering van het evangelie hebben gediend, zodat in het hele pretorium en aan alle overigen duidelijk is geworden dat ik in gevangenschap ben om Christus’ wil; en dat de meesten van de broeders in de Heer vertrouwen hebben gekregen door mijn gevangenschap, om des te overvloediger het woord van God zonder vrees te durven spreken’ (Fil.1:12-14). De volgende morgen moesten Paulus en Silas voor de preatoren verschijnen en kregen ze te horen dat ze vrij waren en mochten vertrekken. Maar zo gemakkelijk kwamen ze er niet vanaf want Paulus beroept zich op zijn Romeins burgerschap die hem bepaalde voorrechten verleende boven anderen. Waarna ze dezelfde boodschap aan Paulus gaven, maar nu iets vriendelijker. In de tijd dat Paulus in Filippi heeft verbleven zijn er ook anderen tot geloof gekomen want we lezen: ‘Toen zij nu de gevangenis waren uitgegaan, gingen zij naar Lydia; en toen zij de broeders zagen, vermaanden zij hen en gingen weg. (16:40). God had Paulus de wijsheid gegeven om een moeilijke ervaring in een groot succes te veranderen, de Heer veranderde de vloek in een zegen, om het met de woorden van Deureronomium 23:5 te zeggen. Door zijn houding en dat van Silas waren ze een groot voorbeeld voor de nieuwe gelovigen in Filippi. De mannen accepteerden hun lijden en verheerlijkten God daarin. Later schreef de apostel aan de gelovigen te Filippi: ‘Want het is u geschonken, ten aanzien van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden’ (Fil.1:29). Hopelijk hebben ze het voorbeeld van de apostel en Silas gevolgd!

____________________________________________________________________________________________