Diverse Onderwerpen – Offers in het Vrederijk – Bijbel OT

5 augustus, 2023

Series: Oude Testament

Rubrieken: Diverse Onderwerpen

Diverse Onderwerpen

Offers in het Vrederijk?

Inleiding

Zullen er in het Vrederijk weer offers gebracht worden zoals dat in het Oude Testament het geval was? Of is de beschrijving van de bouw van de tempel zoals in Ezechiël 40-48 beschreven geestelijk te verstaan en gaat het niet om een nieuw te bouwen tempel in Jeruzalem? Voor hen die de Bijbel letterlijk nemen zoals ik, is het zeker geen gemakkelijke taak om deze vraag te beantwoorden. Er zijn er ook die deze vraag behandelen door de inhoud te vergeestelijken, allegoriseren. Maar dan moet men namelijk, de vraag niet beantwoorden, maar wat met de negen hoofdstukken van het slot van het boek Ezechiël, waar het gedeelte over de offers staat, hoe ga je dat uitleggen of toepassen! Een hele opgave, waarbij dan de vraag als vanzelf naar boven komt, waarom God zoveel aandacht aan een te bouwen tempel schenkt als het geestelijk verklaard dient te worden…? En als je het ene gedeelte van de Bijbel vergeestelijkt dan moet je, wil je consequent zijn, dat met de andere gedeelten ook doen. Maar daar zit juist het probleem! Neem bijvoorbeeld Jesaja 9, het gedeelte over de geboorte van de Messias. Het vijfde vers, wat gaat over Jezus’ eerste komst, neemt men letterlijk, het daaropvolgende volgende vers 6, wat gaat over de troon van David en zijn toekomstig koninkrijk, wordt dan weer vergeestelijkt! Wie dat kan begrijpen, mag het zeggen. Trouwens er is geen enkele oudtestamentische profetie die door de Heer Jezus vergeestelijkt wordt, Hij neemt ze allemaal letterlijk en dat moet ons toch iets te zeggen hebben!

Dan zijn er mensen die om andere redenen met offers in een toekomstig vrederijk (of niet), moeilijk hebben, om reden van dierenliefde. Maar je moet dat ook weer niet overdrijven want er zijn maar weinig mensen die vinden, dat wanneer men een maaltijd gaat gebruiken, een stukje vlees mag ontbreken. Let wel, vlees eten is geoorloofd want: ‘Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid. Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten’ (Gen.9:3-4). Petrus spreekt zelfs van redeloze dieren die van nature voortgebracht zijn om gevangen en omgebracht te worden’ (2Petr.2:12).

Anderen moeten niets weten van een God die door bloedige offers gediend moet worden. Een ‘bloedloze theologie’ is het gevolg. Een God die gediend, tevredengesteld of verzoend moet worden met bloedige offers is voor hen ondenkbaar. Die visie gaat niet alleen uit van foute vooronderstellingen, en staat daarom ver van het Bijbels getuigenis, zodat we daar verder geen aandacht aan hoeven te schenken. Trouwens het was de Heer Jezus Zelf die het offerlam was en ons van onze zonden verlost heeft door zijn bloed? (Op.1:6).

Doel van de offers

Offers gebracht in het Oude Testament wil men eventueel nog wel aannemen, maar in de toekomst, in het Vrederijk – als men daar al in gelooft – nee, toch! Maar laten we eerst eens zien wat de bedoeling van de offers waren in het Oude Testament? We stellen dan vast dat het onmogelijk is dat het bloed van stieren en bokken zonden konden wegnemen. ‘Want daar de wet een schaduw heeft van de toekomstige goederen, niet het beeld van de dingen zelf, kan zij met dezelfde slachtoffers die men voortdurend elk jaar offert, hen die naderen nooit volmaken. Zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, omdat zij die de dienst verrichtten, eenmaal gereinigd geen enkel geweten van zonder meer zouden hebben gehad? Maar in deze offers is elk jaar een in herinnering brengen van zonden. Want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt’ (Heb.10:1-4). Dat is duidelijke taal: de offers konden geen zonden wegnemen, maar dienden om zonden in herinnering te brengen. Hoe konden de zonden dan wel worden weggenomen, juist door bloed, maar zoals gezegd niet door het bloed van stieren en bokken, maar door het bloed van Christus! ‘Zonder bloedstorting is er geen vergeving!’ en ‘het bloed van Jezus, zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde’ (Heb.9:22; 1Joh.1:7). Het eerste offer dat wij tegenkomen in de Bijbel is het offer dat gediend heeft om Adam en Eva te bekleden. ‘En de Here God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede (Gen.3:21). Die vellen of huiden waarmee ze bekleed werden wijzen er al op dat er een dier gedood is geworden. Dat is al een duidelijke verwijzing naar de Heer Jezus, het Lam van God, Hij heeft ons bekleed met klederen des heils! (Jes.61:10). Zo is het ook met alle andere offers, ze wijzen heen naar de Heer Jezus. Het is dan ook niet moeilijk te zien dat de offers die in het vrederijk gebracht gaan worden, verwijzing naar het offer van de Heer Jezus in het verleden. We kunnen er daarom zeker van zijn dat de offers die worden genoemd in Ezechiël 43 niets te maken hebben met verzoening voor zonden. Hun functie zal parallel lopen aan die van het Avondmaal, dat de Heer Jezus heeft vastgesteld als een gemeenschapsverordening tijdens ons huidige gemeente-tijdperk. Het avondmaal van brood en wijn is echter alleen voor deze huidige bedeling bedoeld. Jezus zei: ‘Dit doet ter herinnering aan Mij … want zo vaak als je dit brood eet en de beker drinkt, verkondig je de dood van de Heer totdat Hij komt’ (1Cor.11: 24-26). Maar in de tijd van het duizendjarig vrederijk, wanneer de Heer Jezus Christus terug zal komen om de heerschappij van God over de hele aarde op te richten, welk type van gemeenschap zal dan ons huidig Avondmaal van brood en wijn vervangen? Blijkbaar zal het weer in de vorm van offers zijn, maar zonder enige verzoenende functie.

 De nieuwe tempel

Maar liefst negen hoofdstukken worden gewijd aan de beschrijving van de tempel, niet alleen in het boek Ezechiël ook op andere plaatsen vinden we van die tempel een vermelding (Ez.20:40-41; 43:18-46:24; Zach.14:16; Jes.58:6-8, 66:21; Jer.33:15-18). Ezechiël 44-46 handelen dan over een hersteld priesterschap en de dienst die daarmee verbonden is. Er zal een altaar zijn maar de ark niet, want de heerlijkheid van Christus zal de tempel vervullen (Jer.3:16; Hag.2:8-10). Men gaat er terecht van uit dat de tempelprofetie in Ezechiël verwijst naar een toekomstige tijd, omdat deze tot op heden nooit is vervuld. Hoewel het waar is dat er in 516 v.Chr. een Joodse tempel voltooid was, na de voorspelling van Ezechiël (gemaakt rond 580 voor Christus), waren er toch veel verschillen tussen de lay-out van de tweede tempel en de specificaties van deze tempel met zijn terrein. De renovatie van Herodes, hoe groots ook, voldeed niet aan de vereisten van de blauwdruk van Ezechiël. Geen enkele tempel heeft op deze plek gestaan (afgezien van islamitische moskeeën) sinds de totale vernietiging van de tweede tempel in 70 n.Chr. Het is niet mogelijk om deze vijf hoofdstukken (met zelfs meer gedetailleerde bijzonderheden dan de beschrijving van de eerste tempel in 1 koningen) te construeren als een symbool van de nieuwtestamentische kerk, als de geestelijke tempel van Christus. Trouwens de heerlijkheid des Heren, die in de tempel van Salomo aanwezig was maar daaruit weg is gegaan is nog steeds niet weergekeerd, ook niet in de tweede tempel (Ez.1:28; 3:23; 8:4; 10:4, 18; 11:23) en is dus nog toekomstig, geheel in overeenstemming met de Schrift (Ez.43:4-8; Zach.14:4).

Samenvatting

Sommigen verwerpen deze interpretatie, omdat zo’n systeem retrogressie is. Als wordt beweerd dat het instellen van een dergelijk systeem achteruitgang is, laat ons dan opmerken dat Ezechiël dit systeem (43:1-6) ziet als de grootste manifestatie van de heerlijkheid van God die de aarde heeft gezien, afgezien van de glorie van God in het aangezicht van Jezus Christus. Als het systeem door God wordt gepland als een gedenkteken van Jezus Christus, kan het niet meer als een terugval van de ‘zwakke en armzalige elementen’ worden beschouwd dan dat het brood en de wijn als zwakke en armoedige gedenktekens van het gebroken lichaam kunnen worden beschouwd en vergoten bloed van Christus, zo redeneert men. Deze hele discussie roept de vraag op van verlossing in het millennium. Een dergelijk beeld zoals het wordt gepresenteerd, wordt door sommigen gedeeld om het kruis te minimaliseren en om de waarde van het kruis tot het huidige tijdperk te beperken. Zo’n bewering kan niet juist zijn. Het nieuwe verbond (Jer.31:31) garandeert aan allen die het Vrederijk zullen binnengaan en aan allen die in het millennium geboren worden en die aldus verlossing nodig hebben (1) een nieuw hart (Jer.31:33), (2) de vergeving van zonden (Jer.31:34), en (3) de volheid van de Geest (Joël 2:28-29). Het Nieuwe Testament maakt heel duidelijk dat het nieuwe verbond gebaseerd is op het bloed van de Heer Jezus Christus (Heb.8:6; 10:2-18; Mat.26:28). Dat bevestigd dat de zaligheid in het millennium gebaseerd zal zijn op de waarde van de dood van Christus en toegeëigend zal worden door geloof (Heb.11:6) net zoals Abraham zich aan Gods belofte had gehouden en gerechtvaardigd was (Rom.4:3). De uitdrukking van dat reddende geloof zal verschillen van de uitdrukkingen die tegenwoordig nodig zijn, maar de offers moeten worden gezien als louter uitingen van geloof en niet als middel tot verlossing. De glorieuze visie van Ezechiël onthult dat het onmogelijk is om zijn vervulling te vinden in een tempel van het verleden die Israël heeft gekend, maar het moet wachten op een toekomstige vervulling na de tweede komst van Christus wanneer het millennium is ingesteld. Het offersysteem is geen opnieuw ingesteld Judaïsme, maar de vestiging van een nieuwe orde die zijn doel heeft het werk van Christus in herinnering te brengen waarop onze redding is gebaseerd. De letterlijke vervulling van de profetie van Ezechiël zal een middel zijn tot Gods verheerlijking en tot zegen van de mens in dat Vrederijk.

____________________________________________________________________________________________________