Serie: Het boek Prediker 5-6 – Deel 7

22 juli, 2023

Series: Oude Testament

Bijbelboeken: Prediker

Prediker

Het vergankelijke van de rijkdom

Deel 7

Prediker 5:9 – 6:12

Voorwoord

De indeling in hoofdstukken in het boek Prediker is soms onverklaarbaar. Terwijl de eerste zes verzen van hoofdstuk 5 eigenlijk meer bij hoofdstuk 4 passen, sluit de rest van hoofdstuk 5 wat gaat over ‘IJdelheid van de rijkdom’ eigenlijk beter aan bij hoofdstuk 6, gelet op de inhoud. Het valt op hoe vaak in Prediker gesproken wordt over geld, ook in de voor ons liggende gedeelten van hoofdstuk 5 en 6. Wij volgen het boek Prediker naar zijn inhoud, vandaar dat hoofdstuk 5 en 6 helemaal besproken worden.

Inleiding

Met geld kun je veel dingen kopen, maar je moet ervoor zorgen dat je de dingen die je niet met geld kunt kopen niet verliest! Vandaar dat Prediker in het boek Spreuken zegt: ‘Twee dingen vraag ik van U, onthoud ze mij niet, voordat ik sterf: houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld; opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloochene en zegge: Wie is de Here, noch ook, verarmd zijnde, stele en mij aan de naam van mijn God vergrijpe’ (30:7-9). Arme mensen denken dat al hun problemen opgelost zouden zijn met meer geld, en de rijken hebben problemen vanwege hun geld! Geld verzadigt niet (vs.9) en garandeert geen rust (vs.11). Wees dankbaar dat God niet alleen zijn gaven met u deelt, maar u ook in staat stelt ervan te genieten. Niet iedereen is daartoe in staat. Aanvaardt wat u hebt en ‘Tel uw zegeningen, één voor één’. In plaats van om u heen te zien naar iets anders moet u wat u nu hebt aanvaarden als Gods geschenk. Dit impliceert niet dat u lui moet zijn of gelaten, want God verwacht van u dat u een goed gebruik maakt van wat Hij u schenkt (Mat.25:14-30). Geniet van wat u hebt. Wat tragisch om rijkdom te hebben en een lang leven en er niet van kunnen genieten (vs.1)! De arme wenst meer, terwijl de rijke wenst dat hij maar een beetje zou kunnen genieten van wat hij heeft (Spr.15:16-17). Dus: ‘Weest tevreden met wat u hebt’ (Heb.13:5).

Gevaren van rijkdom (5:9-19)

‘… en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij’ (Kol.3:5; Luk.12:15)

Zucht naar geld (5:9)

Er bestaan heel wat misverstanden met betrekking tot rijkdom, bijvoorbeeld dat geld voldoening geeft, maar dat is maar schijn, want wie geld liefheeft wordt van geld niet verzadigd! Voorbeelden daarvan zijn de gelijkenis van de rijke ‘dwaas(!)’ in Lukas waar we worden gewaarschuwd voor ‘alle hebzucht’ (12:15). Deze rijke man wordt door de Heer Jezus een ‘dwaas’ genoemd omdat hij kortzichtig is en niet rijk is in God (12:21). Het gaat niet om rijk te zijn, of veel rijkdom te bezitten, het gaat om de zucht naar geld, want dat is een wortel van alle kwaad! (1Tim.6:10). Er zijn veel misverstanden wanneer het gaat om rijkdom:

Geld lost niet elk probleem op! (5:10). Als je veel geld hebt of krijgt, krijg je ook meer ‘vrienden’ die het mee helpen te verteren en wat kan je dan anders doen dan toekijken, en je misschien ergeren. Maar geld, op zichzelf genomen, geeft eerder meer dan minder problemen.

Geld geeft geen goed gevoel! (5:11) ‘Beter is een weinig in de vreze des Heren, dan een grote schat en onrust daarbij’ (Spr.15:16). Rijkdom, en het behouden daarvan wanneer er een economisch crisis dreigt, kan iemand slapeloze nachten bezorgen. De machteloosheid slaat toe! Dus geld is geen garantie voor een goed gevoel, maar eerder het tegenovergesteld. De arme heeft niet te verliezen, is tevreden met wat God hem toebedeeld en slaapt met een tevreden gevoel.

Geld geeft geen zekerheid! (5:12-16). ‘Iemand nu uit de menigte zei tot Hem: Meester, zeg mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen’ (Luk.12:13). De rijke man in de gelijknamige gelijkenis, zal vermoedelijk geen zoon gehad hebben waaraan hij zijn rijkdom schenken. Mocht hij die wel gehad hebben, dan heeft hij niets meer (Pred.5:13) want alles gaat bij zijn sterven naar de erfgenaam. En hijzelf? Hij gaat heen zoals hij gekomen is naakt!

 

Van de rijkdom genieten (5:17-19).

‘Het is voortreffelijk, te eten en te drinken en het goede te genieten’ (Pred.5:17)

 Gelet op het bovenstaande zou je de gedachte kunnen krijgen dat alles wat met geld te maken heeft negatief is, maar dat is niet zo. De vraag is natuurlijk: ben je op een eerlijke manier aan je rijkdom gekomen, en hoe ga je met de jouw toevertrouwde rijkdom om? De verzen 17-19 maken duidelijk dat je ook van je welvaart kunt en mag genieten. Rijkdom werd door de Israëlieten gezien als een beloning voor zijn gehoorzaamheid aan de Wet (vgl. Mat.19:16-22). Ook de satan was die mening toegedaan, want omdat Job door u gezegend is met allerlei bezittingen, daarom vreest Job God (Job.1:8-10). Maar het blijft een hele opgave te zijn om rijk te zijn en goed met die rijkdom om te gaan. Dus de slotsom die Salomo – die zelf enorm rijk was – geeft is: ‘Twee dingen vraag ik van U, onthoud ze mij niet, voordat ik sterf: houd valsheid en leugentaal verre van mij, geef mij armoede noch rijkdom, voed mij met het brood, mij toebedeeld; opdat ik, verzadigd zijnde, U niet verloochene en zegge: Wie is de Here? noch ook, verarmd zijnde, stele en mij aan de naam van mijn God vergrijpe’ (Spr.30:7-9).

In hoofdstuk 6 confronteert Prediker ons met drie problemen: (1) Rijkdom zonder dat je ervan kunt genieten; (2) Werken zonder daaraan voldoening te beleven; en (3) Vragen zonder antwoorden te krijgen.

Rijk zijn zonder ervan te kunnen genieten (6:1-6)

‘Een man, aan wie God rijkdom en schatten en vermogen geeft, zodat hem niets ont-breekt, dat hij begeert, maar God stelt hem niet in staat daarvan te genieten’ (Pred.6:2)

Hierin is iets tegenstrijdig op te merken: aan de ene kant geeft God iemand rijkdom, maar het is ook God die hem niet in staat stelt daarvan te genieten? Hoe is dat te rijmen? Wanneer we erkennen dat God ons leven stuurt en leidt, en weten dat alles van Hem komt is daar misschien een antwoord in te ontdekken. ‘Job kon zeggen: ‘Zouden wij het goede van God aannemen en het kwade niet?’ Zo kan iemand, rijk geworden, tegenslag krijgen, bijvoorbeeld een ziekte, waardoor hij niet in staat is te genieten. Of iemand die uitkijkt naar de dag dat hij met pensioen zal gaan, een hartaanval krijgt en kort na zijn pensionering sterft (Luk.12:20). Of een rijk iemand krijgt problemen in de familie waaraan veel kosten verbonden zijn en het vermogen droogt op als sneeuw voor de zon. Twee hypothesen volgen die beide twee onmogelijkheden in zich houden, namelijk ‘het verwekken van 100 kinderen’ (6:3) en ‘tweeduizend jaar leven’ (6:6), maar als je er niet van kunt genieten, dan is dat ook ijdelheid en najagen van wind. Paulus schreef aan de gelovigen te Filippi: ‘Ik heb er mij echter bijzonder over verblijd in de Heer, dat u eindelijk uw denken aan mij verlevendigd heb; u hebt weliswaar aan mij gedacht, maar u had de gelegenheid niet. Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijdt; want ik heb geleerd tevreden te zijn in de omstandigheden waarin ik ben. Ik weet vernederd te worden, ik weet ook overvloed te hebben; in elk opzicht en in alles ben ik ingewijd, zowel in verzadigd te zijn als in honger lijden, zowel in overvloed hebben zijn als in gebrek lijden’. Daar gaat het om: ‘Ik heb geleerd tevreden te zijn!’ (Fil.4:11; Heb.13:5), en dat is allen maar mogelijk als je het leven aanvaard zoals het uit Gods hand komt.

Werken zonder voldoening (6:7-9)

‘Al het zwoegen van de mens is voor zijn mond, en toch wordt de begeerte niet vervuld’ (Pred.6:7)

De wijze, of rijke en de arme worden in deze verzen besproken, en wat ze begeren verkrijgen ze niet. Beide zwoegen om het begeerde te verkrijgen, de rijke om anderen voor hem te laten werken, de arme om te zwoegen met zijn handen. Maar de drijfveer voor beider zwoegen is niet juist, dat is de begeerte. Iets begeren, wat het ook mag zijn, zonder God erin te betrekken leidt tot niets. ‘En al wat u doet, in woord of in werk, doet alles in de naam van de Heer Jezus, terwijl u God de Vader door Hem dankt’ (Kol.3:17). Wij mogen al onze verlangens of begeerten bekend maken bij God (Fil.4:6) en dan uitzien naar zijn leiding over het vervolg daarvan. Maar ook hier is de regel van toepassing: ‘Weest tevreden met wat gij hebt’ (Heb.13:5) en ‘Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn’ (1Tim.6:8)

Vragen zonder antwoorden (6:10-12)

‘Laten er vele woorden zijn, zij vermeerderen slechts de ijdelheid. Welk voordeel heeft de mens daarvan?’ (Pred.6:11).

Ja, het leven is als een modern toneel, als je de helft kan begrijpen is het veel! Vragen en geen antwoorden! Het leven is gecompliceerd en omdat we niet op alle vragen antwoord krijgen is het beter het leven te accepteren zoals het komt (6:10). Niet discuteren (6:11) maar erop vertrouwen dat God weet wat goed voor je is (6:12). Geniet vandaag van wat u hebt en ‘leer zó je dagen te tellen opdat je een wijs hart krijgt’ (Ps.90:12). Wat de toekomst brengen moge, mij geleidt des Heren hand. De slotsom van dit alles is: ‘Vragend moeten wij vaak gaan, Boven zullen we het eens verstaan!’

____________________________________________________________________________________________