Serie Geloofshelden – Deel 4 – Hebreeën – Abel, de eerste martelaar.

18 september, 2023

Bijbelboeken: Hebreeën

Serie – Geloofshelden

Abel, de eerste martelaar – Deel 4

(Genesis 4:1-10 – Hebreeën 11:4)

Inleiding

Waarom was Abel een vreedzaam mens en Kaïn een moordenaar? Was de oorzaak erfelijkheid? Uiteraard niet, ze hadden immers dezelfde ouders. Was het de cultuur die Kaïn tot een moordenaar maakte? Nee, want dan blijft de vraag waarom Abel dat niet was. Was het de religie? Nee, want beiden geloofden ze in God. Was het hun beroep? Abel was herder, Kaïn landbouwer. Was het de zonde? Ja en nee, want beiden waren nakomelingen van Adam en Eva. Wat was het dan dat hen onderscheidde? Dat was hun geloof; Abel wordt een rechtvaardige genoemd maar Kaïn niet.

De lijst van de geloofshelden in Hebreeën 11 begint met een martelaar; Abel, die om zijn geloof zijn leven heeft gegeven! Daardoor wordt het zonder meer duidelijk dat het niet zo gemakkelijk is dan het lijkt om de wedloop van je leven te lopen, en dat de dood het ultieme offer is dat van je gevraagd kan worden als gelovige. Elke gelovige heeft een wedloop te lopen en een prijs te betalen.

Abels geloof was een echt

‘Door het geloof offerde Abel aan God een beter slachtoffer dan Kaïn, waardoor hij getuigenis verkregen heeft dat hij rechtvaardig was’ (Heb.11:4)

Nee, het was niet door zijn afkomst dat Abel een rechtvaardige genoemd wordt. Zijn afkomst, als zoon van Adam en Eva, hield in dat ook hij in zonde geboren was. In zijn rede tot de Schriftgeleerden en de Farizeeën getuigde de Heer Jezus van Abel dat hij een rechtvaardige was (Mat.23:35), dat in Hebreeën wordt bevestigd (11:4). ‘Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen en door de zonde de dood, en zo de dood tot alle mensen is doorgegaan’ (Rom.5:12). Zo moest ook David erkennen: ‘Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren, in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen’ (Ps.51:7). En, nee, het was ook niet door goede werken dat Abel een rechtvaardige genoemd wordt, want: ‘Wij zijn allen geworden als een onreine, al onze gerechtigheden als een bezoedeld kleed’ (Jes.64:6). Want: ‘Op grond van werken (van de wet) zal geen vlees gerechtvaardigd worden’ (Gal.2:16; Rom.3:28). Wat was dan wel de reden dat Abel een rechtvaardige kon worden genoemd? Dat was zijn geloof, dat openbaar werd in het brengen van een offer van een dier, een offer dat sprak van bloed! Dat in tegenstellig tot het offer dat Kaïn aan de Here bracht, want dat bestond van de vruchten der aarde, door eigen werken (Gen.4:3).

Hoe wist Abel dat hij een bloedig offer moest brengen, wie had hem dat verteld? Uiteraard had hij die kennis van zijn vader en moeder, die hadden vijgenbladeren aaneengehecht en zich schorten gemaakt om zo hun naaktheid te verbergen. God echter maakte klederen van vellen en had hen daarmee bekleed. (Gen.3:7,21). Op die manier had God tot hen (en door hen tot Abel gesproken en duidelijk gemaakt dat de weg tot vergeving alleen mogelijk was door een bloedig offer (Heb.9:22). Dit vinden doorheen de hele Bijbel; zonder bloedstorting is er geen vergeving.

Voor zijn geloof was Abel bereid offers te brengen

‘Omdat (Kaïns werken boos waren en dat van zijn broer rechtvaardig’ (1Joh3:12

Echt geloof in God heeft zijn consequenties en vraagt altijd, op de een of andere manier, offers. Dat wordt in het bijzonder duidelijk wanneer we de laatste verzen van Hebreeën 11:32-38, over de geloofsgetuigen lezen. Abel was niet slechts een gelovige, hij was ook een aanbidder, en aanbidding is verbonden met de aanwezigheid van een altaar. Ook wij hebben aan altaar! ‘Wij hebben een altaar waarvan zij die in de tabernakel dienen, geen recht hebben te eten’ (Heb.13:10). ‘De Vader zoekt zulke personen die Hem aanbidden. God is geest, en wie Hem aanbidden moeten Hem aanbidden in geest en waarheid’ (Joh.4:24).

Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet’ (Gen.4:4). ‘Vereer de Here met uw rijkdom en met de eerstelingen van al uw inkomsten’ (Spr.3:9). Ook al hebben we geen letterlijke tempel en altaar meer, we zijn wel priesters, en priesters worden geacht offers te brengen. Alles is geestelijk, zoals blijkt uit 1 Petrus 2:5. ‘En u wordt ook zelf als levende stenen gebouwd, als een geestelijk huis tot een heilig priesterdom, om geestelijke offeranden te offeren, die voor God aangenaam zijn door Jezus Christus’. Wat zijn dan die offers? De Schrift spreekt van onze lichamen (Rom.12:1); onze lofoffers, de vrucht van onze lippen (Heb.13:15); de weldadigheid en mededeelzaamheid (Heb.13:16); onze financiële bijdrage (Fil.4:10-18). Zelfs een gebroken hart (Ps.51:17) en onze gebeden (Ps.141:2) zijn offers.

Abel offerde het beste van wat hij bezat, en dat zouden ook wij moeten doen. Maleachi verweet het volk Israël dat zij minderwaardige offers brachten. ‘Gij brengt minderwaardige offerspijze op mijn altaar. En dan zegt gij: Waarmee hebben wij U minderwaardig behandeld? Doordat gij zegt: Des Heren tafel, zij is verachtelijk. Want, wanneer gij een blind dier ten offer brengt, is dat niet erg? Wanneer gij een kreupel of ziek dier brengt, is dat niet erg? Bied dat eens uw landvoogd aan; zal hij welgevallen aan u hebben of u goedgunstig gezind zijn? zegt de Here der heerscharen’ (Mal.1:7-8).

Abel was bereid te lijden voor zijn geloof

‘Dat wij elkaar zouden liefhebben, niet zoals Kaïn die uit de boze was en zijn broer doodsloeg’ (1Joh.3:11)

Leek het, bij oppervlakkig onderzoek, dat Kaïn nog niet zo’n slecht mens was, hij geloofde tenslotte ook in God, maar uit zijn daden werd duidelijk wie hij werkelijk was, uit de boze! ‘Stel dat de boom goed is, dan is ook zijn vrucht goed; of dat de boom slecht is, dan is ook zijn vrucht slecht. Want aan de vrucht wordt de boom gekend’ (Mat.12:33). Christen zijn en lijden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. ‘Want het is u geschonken, ten aanzien van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden’ (Fil.1:29). Het is wel het lijden om ‘Christus wil’, en niet het lijden als moordenaar, dief, boosdoener of bemoeial (1Petr.4:15). Zo overkwam het lijden Abel vanwege zijn geloof, doordat hij God aanbad en offerde. Dat wekte jaloersheid en vijandschap van zijn broer Kaïn, die uit de boze was, en hem doodsloeg. Lijden hoeft niet veraf te zijn, ook de Heer Jezus leed door de afwijzing van zijn broers, want ook zijn broers geloofden niet Hem (Joh.7:5). Lijden kan velerlei vormen aannemen en openbaart zich overal, waar je ook bent. Het leven van een gelovige is niet gemakkelijk. God heeft ons geen kalme reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Aan enkele van de helden schonk God wonderbaarlijke verlossing; aan anderen gaf Hij wonderbaarlijk uithoudingsvermogen. Petrus werd die nacht voordat zijn executie zou plaatsvinden uit de gevangenis bevrijd, maar Jacobus werd gedood vanwege zijn geloof (Hand.12). Het is niet belangrijk dat wij weten wat God voor ons heeft gepland. Het is belangrijk dat we Hem vertrouwen en de toekomst in zijn bekwame handen overlaten.

Abels geloof sprak ook nadat hij gestorven was

‘God gaf over zijn gaven getuigenis, en daardoor spreekt hij nog, nadat hij gestorven is’ (Heb.11:4)

Het spreekwoord ‘over de doden niets dan goeds’ betekent dat je geen slechte dingen mag zeggen over de overledene en dat er niet met de dood gespot mag worden. Het spreekwoord slaat dus op het feit dat er niet met de dood gespot mag worden en ook niet met de overledene. Nee, natuurlijk klopt dat niet, en dat is ook vaak niet zo. Niets dan goeds over Hitler, Stalin, Mao en zoveel andere dictators en geweldenaars? Maar voor wat betreft Abel gaat het over zijn ‘gaven’ waarover getuigenis is gegeven, en daardoor spreekt hij nog! Bij Kaïn waren het geen offers maar het bloed dat van de aarde riep. ‘En Hij zeide: Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem’ (Gen.4:10). Er zijn geen woorden in de Schrift vermeld die Abel gesproken zou hebben, maar hij spreekt door zijn leven, ook na de dood! Dat wil niet zeggen dat onze woorden er niet toe doen, maar ze moeten wel met ons geloofsleven in overeenstemming zijn. We spreken met onze woorden en door ons leven; die twee dingen dienen samen te gaan. Het bloed van Abel schreeuwde om wraak, het bloed van de Heer Jezus spreekt van genade. Het bloed van Abel dreef Kaïn weg van God, het bloed van Christus opent de weg tot God. Het vergoten bloed van Abel doet ons denken aan de dood, het bloed van Christus van eeuwig leven.

Religieuze mensen willen vaak niet weten van bloedige offers, dat is iets voor heidense volkeren. Maar de Bijbel zegt zonneklaar: ‘Zonder bloedstorting is er geen vergeving’ (Heb.9:22; Lev.17:11). In die zin spreekt ook het bloed van Abel over het bloed van Christus.

Twee wegen

De weg van Kaïn is de gemakkelijke weg, de populaire weg, de goedgekeurde weg van de wereld. De weg van Kaïn is de weg van ongeloof die leidt tot wanhoop en oordeel. Kaïn verliet Gods tegenwoordigheid en bouwde een stad (Gen.4:16vv.), maar Abel ging naar een hemelse stad. Kaïn bezat veel van de goede dingen die het leven te bieden had, maar hij had God niet, omdat hij geen geloof had. Wat we ook bezitten, als we God niet hebben, hebben we niets. De weg van Abel is de moeilijke weg, de smalle weg, de weg van het kruis. Het is de enige reddende weg, de ‘nieuwe en levende weg’ die Jezus voor ons opende toen Hij stierf op Golgotha. Het leidt tot leven. Luister naar het getuigenis van Kaïn: ‘Mijn straf is te zwaar om te dragen! (Gen.4:13). Luister naar het getuigenis van Abel: ‘In Hem (Jezus) hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van onze overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade (Ef.1:7). Welke getuigenis is op u van toepassing?

____________________________________________________________________________________________________