De tijd die voorafgaat aan Jezus’ wederkomst wordt door de Hemzelf vergeleken met de tijd waarin Noach leefde. “Want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij in die dagen vóór de zondvloed waren, etende en drinkende, huwende en ten huwelijk gevende, tot op de dag, waarop Noach in de ark ging, en zij niets bemerkten, eer de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.” (Mat.24:37-39). Het eerste wat opvalt is dat de komst van de Heer Jezus voor de ongelovige mensen een onverwachte gebeurtenis zal zijn; ze bemerkten het niet, want: “Terwijl zij zeggen: het is vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.”’ (1Thes.5:3). Voor de gelovige mens is dat anders, want die hebben het profetisch woord dat het duidelijkheid verstrekt over de gebeurtenissen die zich voltrekken in de laatste dagen voorafgaand aan de komst van Jezus voor de Gemeente. De gelovgen hebben het voorrecht “Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, Jezus, Die ons redt van de komende toorn.” (1Thes.1:10) De gelovige ziet uit naar Jezus’ komst en is niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen.” (1Thes.5:4) Dat vinden typologisch dan ook terug in de persoon van Henoch, een type van de Gemeente die wordt opgenomen voor het oordeel, terwijl Noach een type is van Israël dat door het oordeel heen behouden wordt.
Inleiding
Leven in de eindtijd heeft het voorrecht dat we weten dat we leven in een tijd waarin de Heer Jezus elk moment kan verschijnen om ons te brengen in het huis van de Vader. Leven in de eindtijd heeft het nadeel dat er, meer dan ooit, keuzes en prioriteiten gemaakt moeten worden. We lezen in Openbaring 22:10-12: “De tijd is nabij. Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; en die heilig is, zich nog meer heiligen. Zie, Ik kom spoedig.” De apostel Johannes zegt ons met het oog op de komst van de Heer Jezus: “Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich zoals Hij rein is.” (1Joh.3:2-3) Mocht u zich afvragen of leven als gelovige nog wel mogelijk is dan hebben we voorbeelden als Henoch en Noach die ons bevestigen “dat wat uit God geboren is, de wereld overwint; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1Joh.5:4)
Noach en zijn tijd
“Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, Berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. De aarde nu was verdorven voor Gods aangezicht, en de aarde was vol geweldenarij. En God zag de aarde aan, en zie, zij was verdorven, want al wat leeft had zijn weg op de aarde verdorven.” (Gen.6:5,6,11) Een vergelijking met de tijd waarin wij leven dringt zich aan ons op. Sinds de Verlichting heeft de mens geen stem van Boven meer nodig, en steunt op eigen wijsheid. Of, zoals iemand anders het verwoord heeft: ‘Toen de Verlichting kwam werd het duister!’ De huidige technologische kennis is ongekend en met de komst van AI (Artificiële Intelligentie) lijkt geen ding meer onmogelijk, zoals we lezen na de torenbouw van Babel: “En de Here zeide: Zie, het is een volk en zij allen hebben een taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn. (Gen.11:6) Omdat de mens cyclisch denkt (in een kringloop of een herhalend patroon), en niet lineair (volgens een rechte lijn – Jes.46:10) houden ze geen rekening met een plotseling ingrijpen van Godswege. Dat blijkt uit de woorden die de Heer Jezus in de rede op de Olijfberg heeft uitgesproken: “Want zoals de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des mensen zijn. Want zoals zij waren in die dagen vóór de zondvloed, etend en drinkend, trouwend en uithuwelijkend, tot op de dag dat Noach in de ark ging, en zij het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zó zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.” (Mat.24:37-39) En, nogmaals: “Wanneer zij – de ongelovigen – zullen zeggen: Vrede en veiligheid, dan zal een plotseling verderf over hen komen zoals de barensnood over een zwangere, en zij zullen geenszins ontkomen.” (1Thes.5:3)
Noach wandelde met God
En dan te midden van een wereld vol boosheid en moreel verval, lezen we van een zekere Noach, een man die met God wandelde, evenals voor hem Henoch: “Maar Noach vond genade in de ogen des Heren. Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.” (Gen.6:8-9) Evenzo hebben de aartsvaders gewandeld: “God, voor wiens aangezicht mijn vaderen Abraham en Isaak gewandeld hebben; God, die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag.” (Gen.48:15; 17:1) Juist met het oog op de tijd waarin wij leven is een heilige wandel vereist. Zo zegt ons Petrus “Daar dit alles dus vergaat, hoe behoort u te zijn in heilige wandel en Godsvrucht, terwijl u de komst van de dag van God verwacht.” (2Petr.3:11-12) Wandelen met God, of wandelen voor Gods aangezicht, wil zeggen dat je rekening houdt met zijn geboden, vervat in zijn Woord. Door Gods Woord worden gelovigen opgeroepen “te wandelen in liefde” (Ef.5:2), “te wandelen als kinderen van het licht” (Ef.5:8), “te wandelen in de Geest” (Gal.5:16,25) en “te wandelen als wijzen” (Ef.5:15). “Doet alles zonder mopperen en tegenspreken, opdat u onberispelijk en rein bent, onbesproken kinderen van God te midden van een krom en verdraaid geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, terwijl u het Woord van het leven vertoont.” (Fil.4:14-16)
Noach was op de hoogte
Het is een groot voorrecht dat wij, nieuwtestamentische gelovigen, kennis kunnen hebben van de ‘toekomstige dingen’. Met andere woorden, zoals Noach een Goddelijke aanwijzing ontvangen had “over de dingen die nog niet gezien werden” (Heb.1:7), zo hebben wij het profetische woord des te vaster, “en u doet er goed aan daarop acht te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw harten.” (2Petr.1:19) In het onderzoeken van het profetisch woord wil de Heilige Geest ons leiden (Joh.16:13). Er worden ons dingen bekend gemaakt “die die van alle eeuwen en geslachten verborgen is geweest, maar die nu geopenbaard is aan Zijn heiligen.” (Kol.1:26) De apostel Paulus noemt dat verborgenheden c.q. geheimenissen (bv. 1Kor.15:51vv.; Ef.3:9, 5:22; Rom.11:25). Gods kinderen worden niet in het ongewisse gelaten over de toekomstige dingen. Van de volken zegt de profeet Micha “Maar zij kennen de gedachten des Heren niet en verstaan zijn raadslag niet, dat Hij hen verzamelt als schoven op de dorsvloer.” (4:12) De gelovige “Simeon had een Goddelijke aanwijzing ontvangen door de Heilige Geest, dat hij de dood niet zou zien voordat hij de Christus van de Heer had gezien.” (Luk.2:26) Zoals de herders tijdens de geboorte van de Heer jezus in Bethlehem een ‘teken’ ontvingen (Luk.2:12) hebben wij ook de tekenen der tijden (Mat.16:6) die ons laten weten hoe laat het op Gods ‘uurwerk’ is. Er is een hele rede aan gewijd om ons duidelijk te maken wanneer Jezus’ komst nabij is (Mat.24; Luk.21). Een voorbeeld uit het evangelie naar Lukas mag dit duidelijk maken: “En Hij sprak een gelijkenis tot hen: Ziet de vijgenboom en alle bomen; wanneer zij al uitlopen en u dit ziet, dan weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is. Zo ook u, wanneer u deze dingen zult zien gebeuren, weet dan dat het koninkrijk van God nabij is.” (Luk.21:29-31) Dit beeld herkennen we in het begin van het herstel van Israël als natie, zien we sinds 1948 dat Israël weer een staat is. Er begint leven in te komen (vgl. Ez.37:1-8). Het is nog geen zomer, maar de eerste tekenen van herstel van het volk nemen we waar. Ook de volken rondom Israël komen tot leven. De volken waarover de profeten spreken, laten na vele eeuwen ook weer van zich horen. We kunnen denken bijvoorbeeld aan Syrië en Egypte, maar ook aan het herstel van het Romeinse rijk dat we in het Verenigd Europa weer gestalte zien krijgen. Dus, u doet er goed aan acht te geven op het profetische woord.
Noach handelde naar Gods wil
Alles in de praktijk brengen wat God geboden heeft is niet gemakkelijk als je leeft in een wereld waar geen rekening met God wordt gehouden. In de tijd van Noach waren hij en zijn familie de enige gelovigen, dat maakte het er voor hen niet gemakkelijker op. Toch wordt er in de geschiedenis van Noach tweemaal melding gemaakt van het feit dat Noach deed “wat de Here geboden had.” (Gen.6:22, 7:5) Hij kreeg een opdracht waar zijn tijdgenoten Noach wellicht om hebben uitgelachen (Vgl. 2Petr.3:3v.). Hij moest een ark (schip) bouwen terwijl het nooit op aarde geregend had! “De Here God had het niet op de aarde doen regenen.” (Gen.2:5) Een belachelijke opdracht in de ogen van de mensen, maar we lezen dat Noach Gods opdracht serieus nam, hij vertrouwde op zijn woord, en hij handelde in de overtuiging dat de dingen die nog niet gezien werd zouden worden vervuld. Zoals de Schrift zegt: “Door het geloof, heeft Noach eerbiedig een ark gereed gemaakt tot behoudenis van zijn huis.” (Heb.11:7) Noach en zijn huis zouden behouden worden, de anderen zouden omkomen door de zondvloed (Gen.7:1). Wij staan, als een Noach vlak voordat het oordeel over deze wereld zal worden uitgestort, dat wil zeggen dat de Opname te verwachten is; “Jezus, Die ons redt van de komende toorn!” (1Thes.1:8, 5:9)
Noach predikte
Hoewel Noach een ‘prediker’ wordt genoemd komen we niet te weten wat hij gesproken heeft. “Noach, de prediker van de gerechtigheid, bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld van de goddelozen bracht.” (2Petr.2:5) Zijn prediking bestond veel meer uit zijn leven; hij wandelde met God! (Gen.6:9) Zoals God ‘spreekt’ door de schepping zo ‘sprak’ Noach door zich af te scheiden gescheiden van de zondige wereld, te wandelen met God. “De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen; De dag doet sprake toestromen aan de dag, en de nacht predikt kennis aan de nacht. Het is geen sprake en het zijn geen woorden, hun stem wordt niet vernomen. Toch gaat hun prediking uit over de ganse aarde en hun taal tot aan het einde der wereld.” (Ps.19:2-5) Maar Noach ‘sprak’ ook nog op een andere manier, namelijk door zijn geloof in het woord van God die het oordeel over de aarde aankondigde. “Want zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om al wat leeft, waarin een levensgeest is, van onder de hemel te verdelgen; alles wat op de aarde is, zal omkomen.” (Gen.6:17) Noach geloofde het woord van God, gehoorzaamde en maakte een ark tot behoudenis van hemzelf en zijn familie. Noach heeft “eerbiedig een ark gereed gemaakt tot behoudenis van zijn huis, waardoor hij de wereld veroordeelde.” (Heb.11:7) Honderdtwintig jaar heeft Noach aan de ark gewerkt en heeft zijn ‘stem’ geklonken, zonder zichtbaar resultaat. “En de Here zeide: Mijn Geest zal niet altoos in de mens blijven, nu zij zich misgaan hebben; hij is vlees; zijn dagen zullen honderd twintig jaar zijn.” (Gen.6:3) Petrus schrijft in zijn tweede brief dat er in de laatste dagen “spotters met spotternij zullen komen die naar hun eigen begeerten wandelen en zeggen: Waar is de belofte van zijn komst?” (2Petr.3:3-4) We zullen waarschijnlijk dan ook vóór de Opname geen opwekking meer krijgen; veel eerder spotters (2Tim.4:3-6). Wel lezen we van een opwekking in het boek Openbaring, maar die zal plaatsvinden in de Grote Verdrukking, een verdrukking die de Gemeente dus niet zal meemaken (Op.7:12).