'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'
Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde.
Lang geleden, tijdens mijn vele reizen naar Roemenië, hoorde ik een het volgende verhaal. Een gelovige vrouw werd jarenlang door haar man naar de kerk gereden, gelegen in het gebergte de Karpaten genoemd in het noordwesten van Roemenië. Dan zette hij haar af aan de kerk en bleef zelf wachten totdat de dienst voorbij was. Nooit gaf hij ook maar het geringste teken van interesse in geestelijke zaken, totdat! Op die bewuste zondag, het was winter en er heerste een strenge vost met sneeuw, gebeurde iets speciaals. Het was zo koud dat de koster van de kerk zich zorgen over die man begon te maken, en hij ging naar buiten en vroeg de man naar binnen te komen. Tot zijn verbazing stemde hij daarin toe, en nam plaats naast zijn vrouw. Zij, op haar beurt, was verbaasd dat hij na zoveel jaren dan toch in de dienst aanwezig was. Nu hoopte ze maar dat de predikant een gepaste boodschap voor haar man had; het was nu eindelijk de gelegenheid! Tot haar groot verdriet ging de boodschap over de geslachtsregister vermeld in het boek Genesis hoofdstuk 5. Niet een Bijbelgedeelte waardoor iemand tot geloof in Christus kon komen, dacht ze! Maar ze vergiste zich, want haar man kwam enige tijd later tot geloof in Christus. Toen ze hem vroeg wat hem tot bekering had gebracht, zei hij: ‘Telkens als er een naam genoemd uit dat geslachtsregister eindigde dat met de uitspraak: ‘en hij stierf’. Ja, “het is de mensen beschikt éénmaal te sterven en daarna het oordeel.” (Heb.9:27) Dat had haar man begrepen en de consequentie getrokken en zich tot Christus bekeerd.
Inleiding
Maar de vaststelling dat elk mens zou sterven ging niet op voor Henoch, want hij stierf niet maar werd opgenomen. “En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar. Toen Henoch vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Metuselach. En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.” (Gen.5:18-24) Ook van de profeet Elia weten we dat hij niet is gestorven, maar zoals ook Henoch zonder dood te zien is opgenomen. “En, terwijl zij voortgingen, al wandelende en sprekende, zie, een vurige wagen en vurige paarden! en die maakten scheiding tussen hen beiden. Alzo voer Elia in een storm ten hemel.” (2Kon.2:11) Er zullen nog mensen zijn die zo’n gaan naar God zullen meemaken en dat zij die deel zullen hebben aan, wat we noemen ‘de Opname van de Gemeente’: “Daarna zullen wij, de levenden, die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht.” (1Thes.4:17; 1Kor.15:52) Henoch was op de hoogte
Henoch was op de hoogte van de tijd en de toestand van de wereld waarin hij leefde. De zondvloed was nog wel niet aangekondigd maar we kunnen ervan uitgaan dat de oude wereld, de wereld van de goddelozen (2Petr.2:5) zich wel zo manifesteerde dat het oordeel van God dichtbij was. Het is ook voor ons belangrijk te weten in welke tijd we leven, zijn we op de hoogte van de tekenen der tijden? (Mat.16:3) “Tot David kwamen de Issakarieten, die de juiste tijden kenden, zodat zij wisten wat Israël doen moest.” (1Kron.12:32) Wanneer wij kennisnemen van het profetisch woord, dan zal ons al gauw duidelijk worden dat we leven in de eindtijd, de tijd waarin we de Heer Jezus mogen verwachten. De zonde in de wereld neemt hand over hand toe waardoor het oordeel ook steeds dichterbij komt. De titel van deze kleine reeks Bijbelstudies “Leven in Crisistijden’ maakt al duidelijk dat leven in de eindtijd speciale acties van de gelovige verlangd en vereist. “En, Hij zei tot mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek (de Openbaring) niet, want de tijd is nabij. Laat hij die onrecht doet, nog meer onrecht doen; en die vuil is, zich nog vuiler maken; en die rechtvaardig is, nog meer gerechtigheid doen; een die heilig is, zich nog meer heiligen.” (Op.22:10-11) en: “Wij weten, dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn, want wij zullen Hem zien zoals Hij is. En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich zoals Hij rein is.” (1Joh.3:2-3) Leven in crisistijden betekent: Prioriteiten stellen!
Henoch stelde God op de eerste plaats
Henoch was God welgevallig geweest, zo zegt de schrijver van de brief aan de Hebreeën (11:5). Hij heeft zijn levensweg niet alleen gelopen want God was met hem. “Gaan er twee tezamen, zonder dat zij het eens geworden zijn?” (Am.3:3) Henoch bedacht de dingen die boven waren (Kol.3:2) en zocht naar Gods wil. Hij was afgescheiden van de ongelovigen, zoals blijkt uit de verzen 14-15 uit de brief van Judas, waaruit duidelijk wordt dat hij zich distantieert van de goddelozen. “En ook Henoch, de zevende van Adam af, heeft van dezen (de goddelozen) geprofeteerd door te zeggen: Zie, de Heer is gekomen temidden van zijn heilige tienduizenden, om oordeel uit te oefenen tegen allen en elke ziel te bestraffen om al hun werken van goddeloosheid die zij goddeloos bedreven hebben, en om alle harde woorden die goddeloze zondaars tegen Hem gesproken hebben. Dezen zijn morrenden, klagers over hun lot die naar hun begeerten wandelen, en hun mond spreekt gezwollen taal en zij bewonderen personen ter wille van voordeel.” Afgescheiden van de ongelovigen, maar toegewijd zijn aan God, dat was Henochs houding en zo’n houding zou ook het kenmerk van ons moeten zijn. En houding die we ook bij Petrus vinden, die schrijft: “Om de overige tijd in het vlees niet meer te leven naar de begeerten van de mensen, maar naar de wil van God.” (1Petr.4:2) “Zoekt echter eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid.” (Mat.6:33)
Henoch volhardde in zijn wandel met God
De teksten in Genesis 5:22-23: “En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar” geven aanleiding tot de gedachte dat voor Henochs vijfenzestigste levensjaar niet met de Here gewandeld had. Hij was misschien geen grote zondaar zoals anderen, maar toch hij was een ongelovige doe onder het oordeel van God lag. Hij wandelede met God van zijn vijfenzestigste tot zijn driehondervijfenzestigste levensjaar! Van het begin tot het einde! Helaas kan dat niet van iedere gelovige gezegd worden. Ook u zult in uw eigen kring gelovigen kennen die hun wandel met de Heer Jezus hebben opgegeven. “Van toen af trokken velen van zijn discipelen zich terug en wandelden niet meer met Hem.” (Joh.6:66) Voorbeelden van zulken zijn o.a. Demas, die de tegenwoordige wereld heeft liefgekregen (2Tim.4:9), of Hymeneüs en Alexander die aangaande hun geloof schipbreuk hebben geleden (1Tim.1:19). Het leven van een gelovige is niet zo eenvoudig als sommigen het willen voorstellen. Het is niet voor niets wanneer Paulus aan het einde van zijn leven ons daarop wijst, door te zeggen: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop beëindigd, ik heb het geloof behouden.” (2Tim.4:7) Met ‘het geloof behouden’ bedoelde hij zijn geloofswandel, zijn wandel met Christus doorheen zijn leven. Zo heeft ook Henoch zijn loop gelopen en het geloof, vertrouwen in God behouden, tot het einde toe!
Henoch sprak over God
Hoe sprak Henoch over God tijdens zijn leven? Was het niet in de eerste plaats door zijn wandel als gelovige? Was hij niet als het ware een ‘brief van Christus’ zoals elke gelovige zou moeten zijn? (2Kor.3:2-3) Nee, hij deed niet meer mee om de wil van de volken en de begeerten van de mensen, maar wilde leven naar de wil van God.” (1Petr.4:2) Maar Henoch was ook een profeet, een gelovige die God gebruikte om zijn boodschap tot de mensen te brengen. En, dat was geen prettige boodschap van genade maar een van oordeel! “Henoch heeft geprofeteerd: Zie, de Here is gekomen om oordeel uit te oefenen.” (Judas vers 14) Die boodschap sloot aan bij de tijd want: “Toen de Here zag, dat de boosheid des mensen groot was op de aarde en al wat de overleggingen van zijn hart voortbrachten te allen tijde slechts boos was, berouwde het de Here, dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem in zijn hart. En de Here zeide: Ik zal de mensen, die Ik geschapen heb, van de aardbodem uitroeien.” (Gen.6:5-7) Ook wij leven in een tijd die vergeleken kan worden met de tijd van Henoch, Noach en Lot en waarvan we moeten concluderen dat het rechtvaardig oordeel van God voor de deur staat. Over dat oordeel heeft de Postel Paulus al gesproken in zijn dagen, toen hij tot de Atheners zei: “God beveelt nu aan de mensen, dat zij zich overal moeten bekeren, omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken.” (Hand.17:31) De ‘genadetijd’ zal met de komst van Christus voorbijzijn, de tijd van oordeel, van de wrake van God is gekomen en vreselijk is het te vallen in de handen van de levende God! Dus aan ons om de mensen daarover aan te spreken!
Henoch ging naar God
Nee, Henoch stierf niet zoals iedereen voor hem wel gestorven was. Want, “Door het geloof is Henoch weggenomen zodat hij de dood niet zag, en hij werd niet meer
gevonden, want God had hem weggenomen. Want voordat hij werd weggenomen, is van
hem getuigd, dat hij God welgevallig was geweest.” (Heb.11:5) Henoch werd overgebracht uit deze wereld om in een andere ‘wereld’ aan te komen. Zou dat een grote verandering zijn geweest? Hij geloofde in God, wandelde met God, behaagde God en toen was hij opeens bij God! En daar kwam hem geen vreemde God tegen, nee het was zijn Schepper en zijn God die hij in zijn leven had leren kennen. Wij de nieuwtestamentische gelovigen zijn ook gered en overgebracht uit de macht van de duisternis en overgebracht in het koninkrijk van de Zoon van zijn liefde. (Kol.1:13) Geloof in Christus maakt ons tot hemelburgers, tot reizigers, pelgrims op weg naar huis. Henoch werd weggenomen; het ene moment liep hij nog in deze wereld rond, het andere moment was hij bij God. Achterblijvers hebben naar hem gezonden, maar niet gevonden, zoals ook bij de hemelvaart van de profeet Elia (Heb.11:5: 2Kon.2:16).
In een eerder artikel hebben we gezien dat in de typologie Henoch een beeld is van de opname van de Gemeente (Zie: Vraag en Antwoord – Nummer: 49 – Henoch beeld van de Opname?) Er komt een moment, en we verwachten die spoedig, dat de Gemeente zal worden weggenomen van deze aarde, de Heer tegemoet in de lucht (1Thes.4:17). “Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblijk, in een oogwenk, bij de laatste bazuin; want de bazuin zal klinken, en de doden zullen onvergankelijk worden opgewekt en wij zullen veranderd worden.” (1Kor.15:51-52)
Tenslotte
Henoch moedigt ons aan om door te gaan in crisistijden. Als God met ons meeloopt, hoeven we niet bang te zijn voor de wereld om ons heen. Als de hemel voor ons ligt, hoeven we niet te wanhopen over de afbrokkelende maatschappij en de hopeloosheid die voor ons ligt. Als wij, net als Henoch, God geloven, met God wandelen en ernaar streven God te behagen, dan zullen we ons op een dag verheugen en beloond worden wanneer we bij God zijn. Een geloof voor moeilijke in crisistijden: “En dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.” (1Joh.5:4)