Bijbel Studies Gerard Westerman

'In hoofdzaken eenheid, in bijzaken verdraagzaamheid en in alles de liefde'

Te voet of te paard? - Prediker - Bijbel - Oude Testament

21 juli, 2023

Series: Oude Testament

Book: Prediker

Geestelijk Leven

Te voet of te paard?

 ‘Er is een kwaad, dat ik zag onder de zon als een dwaling, die bij een machthebber haar oorsprong vond: de dwaas werd op de hoogste posten gesteld, aanzienlijken en rijken zaten in vernedering; slaven zag ik te paard en vorsten te voet gaan als slaven’ (Pred.10:5-7)

 Voorwoord

Salomo, de auteur van het boek Prediker, zag reizigers voorbijkomen en zag de wereld op z’n kop, want hij zag slaven die te paard zaten en vorsten die te voet gingen! Kan het nog gekker, hoe was het zover kunnen komen? Hoe is het gekomen dat de mens die de heerschappij over de schepping had ontvangen, en als een vorst op een paard had moeten zitten, daarvan afgevallen is en te voet verder moest gaan? Dat kwam omdat ze zichzelf niet konden regeren, ze zijn van het paard gevallen en zo tot slaven geworden. De eerste mens moest heersen het waren geen beheerders (Gen.1:28), maar ze hebben hun macht afgegeven. De mens is een slaaf geworden terwijl hij eigenlijk zou moeten heersen als een koning. Over alles in deze wereld zou de mens hebben moeten heersen maar vaak beheerst de wereld ons, bijvoorbeeld door het materialisme. De geest zou ons lichaam moeten beheersen maar het vlees heerst vaak over de geest. De koning is van het paard gevallen en is tot slaaf geworden. U begrijpt natuurlijk waarover ik het heb, de zondeval, waardoor de mens zijn gezag over alles wat hem geschonken was heeft kwijt gespeeld (Gen.1:28; 2:15). ‘En hij voerde Hem omhoog en toonde Hem alle koninkrijken van het aardrijk in een ogenblik tijds. En de duivel zei tot Hem: U zal ik al deze macht en hun heerlijkheid geven, want zij is mij overgegeven en aan wie ik wil geef ik ze’ (Luk.4:5-6). God de Vader had ons geschapen om te heersen als koningen (Gen.1:28), God de Zoon heeft ons bevrijd om weer koning te kunnen zijn (Rom.5:17), en God de Geest kan ons de kracht geven om ook werkelijk als een koning te leven (Fil.4:13; Ef.3:20). Laten wij ons beheersen door onze zwakheden, begeerten of zonden, of willen wij weer heersen als koningen in dit leven door de kracht van de Heilige Geest? Wil je weer leven als een koning en je paard bestijgen? Wel, dat is mogelijk want er is een nieuw begin, een nieuw koninkrijk, een nieuwe orde met nieuwe mogelijkheden!

Een nieuw begin

De eerste Adam faalde, zoals we weten, hij viel in zonde en werd slaaf. Maar gelukkig kwam er een tweede, laatste Adam die het verlorene weer terugwon waardoor herstel voor de gevallen mens mogelijk werd! (1Kor.15:45; Rom.5:17). En er zijn overvloedige getuigenissen van hen die op een of andere manier slaven van de zonde waren, en toch koningen zijn geworden omdat zij hun toevlucht tot de Heer Jezus hebben genomen (Rom.6:16-17). Ja, God is in staat zeer overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken, naar de kracht die in ons werkt (Ef.3:20). Want die kracht die in ons werkt is de Heilige Geest, die ons daartoe in staat stelt (Fil.4:13). De Heer Jezus is de ware Koning en wanneer we Hem als zodanig in ons leven erkennen kunnen we door Hem regeren (Rom.5:17). Na Adam is de Heer Jezus de enige mens die op aarde heeft gewandeld en gezag uitoefende over dat domein dat God oorspronkelijk aan Adam had gegeven. De Heer Jezus had gezag over vissen in de zee. Toen Petrus aan de Heer Jezus vertelde dat ze de hele nacht hadden gevist en niets gevangen, vingen ze op gezag van Jezus’ woord een menigte van vissen (Luk.5:5-6). Petrus ving zelfs op Jezus’ bevel een vis met een munt in zijn bek! (Mat.17:27). De Heer Jezus had gezag over het gevogelte, want die bleven stil totdat de haan kraaide als teken van Petrus’ verloochening (Mat.26:75). Tijdens de verzoeking in de woestijn was Hij bij de wilde dieren (Mark.1:13). Hij kwam Jeruzalem binnen op een veulen waarop geen mens ooit gezeten had (Mark.11:2). Ja, zelfs de winden en de zee gehoorzaamden Hem! (Mat.8:27). De Heer Jezus is de tweede Adam die gezag over het domein uitoefende dat Adam door zijn ongehoorzaamheid had verloren. Dat gezag, dat domein wil de Heer Jezus met ons delen. De Heer Jezus is als Koning geboren (Mat.2:2), Hij leefde als een Koning, en Hij stierf als een Koning (Mat.27:37, 42) en Hij zal op een dag terugkomen als Koning! (Ps.2; Hand.1:6).

Een nieuw koninkrijk

Een nieuwe Koning en een nieuw koninkrijk! De gelovigen in Thessalonika werden ervan beschuldigd tegen de keizer te zijn, want ‘zij zeggen dat er een andere koning is: Jezus (Hand.17:7). Ja, wel een Koning, maar een andere, een onzichtbare, regerend vanuit de hemel. Wel een Koninkrijk, maar een geestelijke, met onzichtbare dienaren, dat is het Koninkrijk der hemelen! Nog geen Koning die heerst met een ijzeren knots (Ps.2:9), en geen dienaren die heersen, maar die dienen door middel van de verkondiging van het evangelie van Gods genade (1Kor.4:8). Er is een nieuw geslachtsregister, niet meer die Adam, maar nu van Jezus Christus en iedereen die wedergeboren is, en een nieuwe schepping in Christus geworden is, behoort daarbij en is een erfgenaam en een koning. ‘Hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft verlost door zijn bloed, en ons gemaakt heeft tot een koninkrijk, tot priesters voor zijn God en Vader’ (Op.1:5-6). Omdat we behoren tot de familie van de Koning, regeren we door de Ene, Jezus Christus (Rom.5:17).

Nieuwe beginselen

‘Want als het priesterschap verandert, vindt er ook noodzakelijk verandering van wet plaats’ (Heb.7:12). De oude wet, de wet van Mozes heeft afgedaan, want de Heer Jezus heeft die vervult: Meent niet dat Ik ben gekomen om de wet of de profeten op te heffen: Ik ben niet gekomen om op te heffen, maar om te vervullen’ (Mat.5:17). De Wet was het zaad; het Evangelie van Jezus Christus is de vrucht. Hoe heeft de Heer Jezus de Wet vervult? Hij bracht het tot vervulling door zijn leven, dood en opstanding, en nu is de rechtvaardige eis van de wet vervuld in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest (Rom.8:4). De nieuwe beginselen waarnaar discipelen van de Heer hun leven naar dienen te richten, is naar mijn mening de geestelijke toepassing van de Bergrede. De Bergrede is gegeven om de discipelen van Jezus te laten weten wat voor soort Koninkrijk Hij voor en in ons leven zou willen zien. De Bergrede (Mat.5-7:28), maar in het bijzonder de ‘Zaligsprekingen’ laten ons zien hoe je het koninkrijk kunt binnenkomen. ‘Gelukkig de armen van geest’ maakt duidelijk dat je van jouw ‘troon’ moet komen en dat nederigheid je eigendom moet zijn. ‘Gelukkig zij die treuren’ heeft te maken met mijn zondig hart. ‘Zalig de zachtmoedigen’ wijst op de gezindheid van Christus die ook mijn gezindheid dient te zijn (Fil.2:5). En zo zouden we door kunnen gaan. Alle zaligsprekingen kunnen de volgelingen van de Heer Jezus ter harte nemen en toepassen in hun leven.

Een nieuwe gerechtigheid

De Tien Geboden richten zich op de buitenkant, de Zaligsprekingen op de binnenkant van de mens. Je had in de tijd van Jezus vier religieuze groepen die onze aandacht vragen. De Farizeeën bijvoorbeeld, waren traditionalisten, orthodox en uitgesproken hard ten opzichte van andersdenkenden. Zij vertrouwden van zichzelf dat zij rechtvaardig en verachtten de anderen (Luk.18:9). De Heer Jezus heeft aan de farizeeën en schriftgeleerden zelfs een aparte toespraak gewijd (Mat.23). Een andere religieuze groep waren de Sadduceeën, de liberalen, vrijzinnigen die er een modernistische visie op nahielden. Ze stonden regelrecht tegenover de farizeeën want ‘sadduceeën zeggen dat er geen opstanding is, en geen engel of geest; farizeeën echter belijden beide’ (Hand.23:8). Ook in onze dagen zijn er ‘sadduceeën’ en dat in overvloed, die dwalen omdat ze de Schriften niet kennen, noch de kracht van God! (Mat.22:29). Een derde groep waren de Essenen, die een heilig leven wilden leiden maar dan wel één in volledige isolatie en gescheiden van de wereld. Maar zit de zonde en de neiging tot zondigen niet in ons hart? Tenslotte horen we nog van de Zeloten, de revolutieonairen van hun tijd. Simon één van de twaalf was een Zeloot (Luk.6:16). Bij de Zeloten leefde een sterk nationaal besef, het waren ‘ijveraars’ en waren niet schuw om geweld te gebruiken. Ze wilden alleen maar belasting aan God betalen en niet aan de Romeinse veroveraars. Als we nadenken over de motieven die alle vier religieuze groepen voorstonden, verstaan we wellicht beter dat de boodschap van de Heer Jezus er lijnrecht er tegenover stond en ermee in conflict kwam. Jezus’ boodschap was er een van liefde en genade, van ‘Er staat geschreven’ zonder in orthodoxie te vervallen, van hebt uw vijanden lief en van geweldloosheid Een nieuwe Koning, nieuw koninkrijk, nieuwe beginselen en een nieuwe gerechtigheid. Het is even wennen…

Nieuwe mogelijkheden

Maar dat nieuwe, het evangelie van de genade van God heeft heel veel harten veroverd tot op vandaag de dag. Veel mensen die van het paard gevallen waren, zitten er weer op! Levens zijn veranderd door de verkondiging van het evangelie; het boek Handelingen getuigt van de geweldige opgang die het Woord van God heeft gekend. En u en ik mogen daaraan ook een bijdrage leveren doordat het evangelie in onze harten en levens vrucht dracht, opdat Christus gestalte in ons krijgt (Gal.4:20). U ziet mogelijk uit naar de dag dat u met Christus heersen zult (Op.5:10; 20:6; 22:5), maar u mag daar nu al mee beginnen door te leven als een koning zittend op een paard!

Tenslotte

God, de Vader heeft ons geschapen om een koning te zijn, en je kunt van een geestelijk vervuld leven spreken als je het koningschap ervaart door Jezus Christus. God, de Zoon heeft je bevrijd om een koning te zijn, maar je kan in het leven niet heersen tenzij je de Heer Jezus kent als je Redder en Heer. God, de Geest kan je in staat stellen om te leven als een koning, maar zijn kracht is afhankelijk van de grootte van jouw toewijding en overgave. Jouw koningschap is afhankelijk van jouw relatie met God, en jouw relatie met God is afhankelijk van jouw beslissing. ‘Ik zag slaven te paard en vorsten te voet gaan als slaven’. Als een prins, een erfgenaam van de Koning, word je geacht te leven als een koning. ‘Gaat u te voet, of te paard?

____________________________________________________________________________________________