Nieuwe Testament – Vergeten zaligspreking – Handelingen 20

7 augustus, 2023

            Nieuw Testament – Handelingen

                                 De vergeten zaligspreking

                                            Handelingen 20

Inleiding

Is het niet hoogmoedig van de apostel Paulus om die zogenaamde ‘vergeten’ zaligspreking van Handelingen 20:35 ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen’ op zichzelf toe te passen? Deze woorden van de Heer Jezus staan niet vermeld in de evangeliën, maar dat zijn meer dingen niet (Joh.21:25). In de Evangeliën staan meerdere zaligsprekingen vermeld en in het boek Openbaring komen we er ook een zevental tegen, maar deze is wat ‘verstopt’ in het boek Handelingen en wordt daarom wel eens de ‘vergeten zaligspreking’ genoemd. (Mat.5:3-12; Op.1:7; 14:13; 16:15; 19:9; 20:6; 22:7, 14)

Nogmaals was het hoogmoedig van Paulus om deze woorden te gebruiken? Ik geloof van niet. In zijn verantwoording tot de oudsten van de gemeente te Efeze krijgen we een goed beeld hoeveel Paulus van zichzelf gegeven had. Als hij terugblikt (Hand.20:18-28) spreekt hij ‘hoe hij van de eerste dag aan, dat hij in Asia voet aan wal zette, al die tijd onder hen verkeerd had, dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die hem overkwamen door de aanslagen der Joden; hoe hij niets nagelaten had van hetgeen nuttig was om hen te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, Joden en Grieken betuigende zich te bekeren tot God en te geloven in onze Here Jezus.’ Ja, de apostel had met tranen gezaaid’, hij had zich helemaal gegeven gedurende de drie jaar dat hij bij hen verkeerd had (Hand.20:31). Verderop in dit hoofdstuk verwijst Paulus nogmaals naar zijn inzet en belangeloosheid met de woorden: ‘Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden zich de zwakken moet aantrekken’ (Hand.20:35) om dan te vervolgen met de woorden: ‘en zich de woorden van de Here Jezus herinneren, die zelf gezegd heeft: ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen.’ Paulus kende de zegen die verbonden is met het geven uit eigen ervaring.

De zegen van het geven

Omdat Paulus zich eerst gegeven had aan de gemeenten en ook de zegen had ervaren die daarmee gepaard ging, is het niet verwonderlijk dat hij de gelovigen dan ook aanspoort hem daarin te volgen. We zien dat gebeuren als hij zijn tweede brief aan de gelovigen in Korinthe schrijft. Maar liefst twee hoofdstukken weidt hij aan dat onderwerp, hoofdstuk 8 en 9 en komt met verrassende conclusies. De gemeenten in Macedonië verkeerden maatschappelijk gezien in erg moeilijke omstandigheden. Naast de beproeving van verdrukking, verkeerden ze in diepe armoede (2Kor.8:1-2). Die armoede was misschien wel het gevolg van hun positie als christenen in een heidense wereld. Maar hun diepe armoede was geen verontschuldiging om niet bij te dragen aan de dienst aan de armen onder de gelovigen die in Jeruzalem waren (Rom.15:26). Hoe gemakkelijk was het voor hen geweest om dit als verontschuldiging aan te voeren! Maar volgens de apostel Paulus ‘deden zij, dat getuig ik, wat zij konden, ja meer dan dat’.

Ooit meegemaakt dat gelovigen smeken om mee te mogen doen aan een kollekte voor een of ander doel? Volgens 2 Korinthiërs 8:3-4 waren de gelovigen in Macedonië zo betrokken bij het werk van de Heer dat zij ‘met alle aandrang, uit eigen beweging van ons de gunst vroegen, deel te mogen nemen aan deze dienst aan de heiligen’. Een voorbeeld voor gelovigen van alle tijden; hoe is het met onze betrokkenheid en enthousiasme? Ze hadden ook kunnen zeggen Jeruzalem is ver van onze deur dus daar geven wij niet aan, maar ze voelden zich moreel verplicht om hen te helpen. Romeinen 14:26-27 vertelt ons waarom: ‘Want Macedonië en Achaje hebben goedgevonden een handreiking te doen aan de armen onder de heiligen te Jeruzalem. Zij hebben het immers goedgevonden, maar zijn het ook jegens hen verplicht, want indien de heidenen aan hun geestelijke goederen deel hebben gekregen, behoren zij ook met hun stoffelijke goederen hen te dienen’.

Enkele passende teksten

Voorbeeld van Christus (2Kor.8:5-9) – ‘Gij kent immers de genade van onze Here Jezus [Christus], dat Hij om uwentwil arm is geworden.’

Vrijwillig geven. (2Kor.8:10-12) – ‘Want als de bereidvaardigheid aanwezig is, is zij welkom naar hetgeen zij heeft, niet naar hetgeen zij niet heeft.’

Geven bewerkt gelijkheid. (2Kor.8:13-15) – ‘Maar uit het oogpunt van billijkheid kome uw overvloed voor het ogenblik hun gebrek ten goede.’

Geven is aanstekelijk. (2Kor.9:1-5) – ‘En uw ijver heeft de meesten (tot navolging) geprikkeld.’

Geven brengt op. (2Kor.9:6-11) – ‘Wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten.’

Geven lenigt noden. (2Kor.9:12) – ‘Want het dienstbetoon met deze ondersteuning draagt niet alleen bij tot de behoeften der heiligen.’

Geven verheerlijkt God. (2Kor.9:13) – ‘Want door dit duidelijk blijk van hulpbetoon prijzen zij God.’

Geven brengt eenheid. (2Kor.9:14-15) – ‘Terwijl zij ook in hun gebed het verlangen naar u uitspreken om de buitengewone genade Gods, die op u rust.’

____________________________________________________________________________________________________